Controleverklaring

Geheime controleverklaring bij deponeringsjaarrekening van middelgrote rechtspersoon

Heeft u de hierboven genoemde verklaring wel eens gezien? Hij wordt misschien wel afgegeven (ik denk niet dat het veel gebeurt), maar mag volgens artikel 395 niet worden gedeponeerd.

Gert-Peter den Hollander

Het is een typisch voorbeeld van een bloempje van Catharina: "Ik weet niet waarom we het zo doen, maar we doen het al jaren, dus het zal wel goed zijn." Die redenering gaat anno 2020 niet meer op en is ook niet in het publiek belang.

De wetgever vindt een aparte verklaring bij de deponeringsjaarrekening van een middelgrote rechtspersoon niet nodig. Artikel 395 lid 1 verplicht tot deponering van de verklaring die bij de inrichtingsjaarrekening is afgegeven, samen met de deponeringsjaarrekening. En accountants vinden het (kennelijk) niet bezwaarlijk om daar aan mee te werken, want zij geven toestemming voor deponering van hun verklaring. Zoals bekend is de deponeringsjaarrekening een ingekorte versie van de inrichtingsjaarrekening. Ofwel: de gedeponeerde verklaring ziet op een ander (omvangrijker) stuk dan de gedeponeerde jaarrekening. (Terzijde: naar mijn mening voldoet die verklaring niet aan art. 393 lid 5 onder a, omdat niet is vermeld op welke jaarrekening het onderzoek betrekking heeft.)

'Accountants zouden hier niet aan mee moeten werken.'

Accountants zouden hier mijns inziens niet aan mee moeten werken: voor het publiek is immers niet duidelijk of de deponeringsjaarrekening nu gecontroleerd is. Die onduidelijkheid kan de wetgever op eenvoudige wijze verhelpen, door in de wet op te nemen dat:

  • de deponeringsjaarrekening moet vermelden dat deze is ontleend aan de inrichtingsjaarrekening, met gebruikmaking van de vrijstellingen die zijn opgenomen in artikel 397 lid 5;
  • bij de deponeringsjaarrekening een afzonderlijke controleverklaring moet worden afgegeven, met een oordeel over de toepassing van artikel 397 lid 5 (zodat een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de deponeringsjaarrekening, de inrichtingsjaarrekening en de verklaringen die daarop betrekking hebben).

Om de verklaring bij de deponeringsjaarrekening te kunnen deponeren is aanpassing van Titel 9 noodzakelijk. Ik neem aan dat de minister van Justitie & Veiligheid geen voorstander is van het laten voortbestaan van de genoemde onduidelijkheden.

Ongelukkig geformuleerde bepaling

Dan artikel 397 lid 5. Dat is een ongelukkig geformuleerde bepaling, die afwijkt van de EU-richtlijn jaarrekening en in de praktijk (door de grote accountantskantoren) ook nog eens verschillend wordt geïnterpreteerd. Ook dat is naar mijn mening een ongewenste situatie.

Die verschillen in interpretatie komen door de techniek van lid 5:

  • Deze bepaling noemt (limitatief) de toelichtingen die in de deponeringsjaarrekening moeten worden opgenomen, terwijl de systematiek in de richtlijn jaarrekening uitgaat van de vastgestelde inrichtingsjaarrekening en vrijstelling geeft om specifieke vermeldingen achterwege te laten in de deponeringsjaarrekening.
  • Dat zorgt ervoor dat niet-wettelijke toelichtingen (zoals het kasstroomoverzicht) naar de letter van lid 5 niet opgenomen hoeven te worden, terwijl dat niet is toegestaan volgens de richtlijn jaarrekening.
  • De grote kantoren zijn overigens van mening dat de wet (op dit punt) niet letterlijk mag worden toegepast.
  • Hoewel ik voor dat standpunt wel begrip kan opbrengen, lijkt het me niet de bedoeling dat accountants gaan bepalen dat de wet niet letterlijk mag worden toegepast. (Zouden ze ook mogen bepalen dat art. 395 lid 1 niet letterlijk mag worden toegepast?)
  • Alle reden voor de minister, lijkt mij, om deze fout te herstellen en lid 5 aan te passen aan de systematiek van de richtlijn jaarrekening.

De minister kan dan direct een aantal andere onjuistheden in artikel 397 corrigeren. Ten onrechte zijn vrijstellingen verleend voor het opnemen van een mutatieoverzicht vaste activa (artikel 368), het vermelden van niet in de balans opgenomen regelingen (artikel 381 lid 2) en het toelichten van transacties met verbonden partijen (artikel 381 lid 3). De richtlijn jaarrekening (artikel 31 lid 2) stelt middelgrote rechtspersonen niet vrij van deze toelichtingseisen.

Al met al kunnen accountants beter rapporteren over de deponeringsjaarrekening van middelgrote rechtspersonen. De minister kan beter opschrijven aan welke eisen de deponeringsjaarrekening (en de verklaring bij dat stuk) moet voldoen en regelen dat de deponeringsverklaring ook moet worden gedeponeerd.

Pas als de minister de wet wijzigt kunnen accountants hun verantwoordelijkheid nemen; in het publiek belang. Tot die tijd blijft het gissen naar het oordeel van de accountant over de circa tienduizend middelgrote jaarrekeningen die bij de Kamer van Koophandel worden gedeponeerd.

Deze bijdrage is gebaseerd op een eerder gepubliceerd artikel in het Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht (2018/2).

Gert-Peter den Hollander RA is directeur van Everest Advies in Bilthoven.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.