Berry Wammes

Onze wereld staat op zijn kop en dat heeft ook op het accountantsvak een enorme impact. Tegelijk gaat het debat over het accountantsberoep door. Het publiek belang is gebaat bij een zelfbewuste professie, meent Berry Wammes.

Discussie Column

Een zelfbewuste professie

Verrassend actueel is de in 1947 verschenen roman De Pest, waarin Albert Camus een pestuitbraak in de Algerijnse stad Oran beschrijft. Aanvankelijk ontkennen de autoriteiten de ernst van de situatie en nemen burgers en artsen zelf initiatieven om de ziekte te bestrijden. Maar hoe moedig ook, deze strijders in de frontlinie zijn volgens Camus niet de echte helden. Dat is wel de bescheiden ambtenaar Grand, die zich toelegt op het vergaren van data en statistieken. Hij roeit daarmee in tegen de stroom van sentimenten en de grillen van het stadsbestuur. Wat Camus beschrijft is tevens actueel voor het accountantsberoep. "Er komt altijd een moment in de geschiedenis waarop degene die durft te zeggen dat twee plus twee vier is wordt bestraft. De vraag is echter niet wat de beloning of straf is voor die gedachtegang. De vraag is of twee plus twee al dan niet vier is."

De afgelopen vijftien jaar is het publieke debat rond het beroep met toenemende hevigheid gevoerd. Met de rapporten van CTA en MCA en de recent verschenen kabinetsreactie lijkt weer een nieuwe fase te zijn aangebroken. Voor sommigen misschien een volgende stap in een lange reeks, maar voor mij voelt het anders. Ik zie een kentering, vergelijkbaar met de situatie in 2014, toen dreigend politiek ingrijpen beroepsgenoten de ogen opende en er binnen drie maanden een eigen rapport lag, met 53 verandermaatregelen. En hoewel de toereikendheid ervan veelvuldig is bediscussieerd, vormde dit rapport wel degelijk een waterscheiding met de jaren ervoor. Voor het eerst stak de auditsector collectief de hand in eigen boezem en was er een welgemeende intentie tot verbetering en verandering.

Nu, vijf jaar later, is het tijd om terug te kijken en vooruit te kijken. Kunnen we iets leren van de afgelopen jaren en geven die lessen aanleiding om de komende jaren zaken anders aan te pakken? Naar mijn mening wel. Zoals vaker leer je het meest van zaken die niet goed gaan. CTA en MCA legden de vingers op de zere plekken: een uitwaaierend veld van voorlopers en achterblijvers, een op regelgeving en compliance gefocuste cultuur (versterkt door extern én intern toezicht), te weinig aandacht voor fraude en continuïteit en vooral een onthutsend gebrek aan data.

Zelf zie ik een beroep en een beroepsorganisatie die zich vijf jaar lang onder druk van buiten fors hebben ingespannen om te veranderen en te verbeteren. Met als resultaat een verscherpte focus op kwaliteit en een meer open relatie met de omgeving. De controlekwaliteit is wel degelijk verbeterd en de samenleving is steviger verankerd in de kantoren, waar tientallen prominenten hun rol als commissaris vervullen. Ik zie inmiddels ook een intrinsieke motivatie om verder te verbeteren en een jonge generatie die dat mede omarmt. Maar voor het moment niet genoeg, oordelen CTA, MCA en ook het kabinet, om vervolgens de duimschroeven nog een slagje aan te draaien. De vraag is of meer van hetzelfde het beoogde resultaat gaat opleveren.

Twee factoren staan mijns inziens een verdere verbetering in de weg. Enerzijds de politisering van het debat, dat nog steeds een ondertoon van 'verwijtbaarheid' heeft: de sector heeft onvoldoende zijn best gedaan en moet daarvoor boeten. De vraag is of de toonzetting daarbij altijd een open en veranderingsgezinde attitude aanmoedigt. De les is hier dat de voortrekkers hun inspanningen gewaardeerd moeten zien, en de achterblijvers een stevige duw in de rug moeten krijgen.

Belangrijker is echter de tweede factor. Ik vind dat de noodzakelijke aandacht voor het publieke debat ten koste is gegaan van de ontwikkeling van het beroep zelf. Het debat rond beroepsstandaarden is verschraald, er ligt een eenzijdige nadruk op compliance, er is relatief weinig aandacht voor innovatie en technologie (zeker in vergelijking met andere landen), en er is een tekort aan datavergaring, data-analyse en kennisdeling. De accountancy loopt in dit opzicht schromelijk achter bij maatschappelijke sectoren zoals landbouw, logistiek of gezondheidszorg. Het is deze schaarste aan goede data die de CTA  de wenkbrauwen deed optrekken: "opmerkelijk voor een beroepsgroep die zelf zo data-gedreven is en waarvan het oordelen op basis van 'harde en controleerbare data' de kerncompetentie is". 

Ik pleit daarom voor een herwaardering van de beroepsontwikkeling, data-gedreven en gestimuleerd door onderzoek en kennisdeling. Data beats opinion, zou het adagium moeten luiden. Dit is ook de reden dat de NBA vakinitiatieven wil stimuleren via communities en ledengroepen wil omzetten in faculties. Niet belangenbehartiging maar leren en innoveren moeten leidend zijn voor beroep en beroepsorganisatie. Dat betekent: investeren in dataverzameling en daar bindende afspraken over maken met het veld, meer programmatisch en gecoördineerd onderzoek met een betere aansluiting op de praktijk en betere kennisdeling tussen beroepsbeoefenaren inclusief bestuurders. Het formuleren van Audit Quality Indicatoren met duidelijke prestatieafspraken kan een mooie impuls geven aan een dergelijke ontwikkeling.

De tegenwerping kan zijn dat de aandacht voor het eigen beroep opnieuw leidt tot een introverte beroepshouding, maar die zorg deel ik niet. Het publiek belang is niet gediend met een accountantsberoep dat zich ondergeschikt maakt aan politieke of commerciële belangen. Het publiek belang is gebaat bij een zelfbewuste professie die, ongevoelig voor straf of beloning, durft aan te tonen dat twee plus twee simpelweg vier is.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Berry Wammes is directeur van de NBA.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.