Marcel Pheijffer

Marcel Pheijffer verdedigt in een betoog in twee delen zijn eerdere stelling over de rol van accountants rondom duurzaamheid.

Discussie Column

Positieve aansporing: accountants, help de wereld te redden

Er zijn van die onderwerpen waarover ik een (onderbouwde) mening heb, maar waarbij ik graag mijn ongelijk bewezen zie. Niet in woorden, maar door daden. Onlangs schreef ik een FD-column over zo'n onderwerp. Dit naar aanleiding van een stelling van Peter Bakker, voormalig CEO van TNT, die bijna tien jaar geleden poneerde dat accountants de wereld zouden gaan redden. Dat accountants een radicale transformatie zouden gaan leiden. Op het gebied van sociaal en natuurlijk kapitaal. Bakker had het oog op zaken zoals natuurlijke hulpbronnen, milieu, klimaat, duurzaamheid en soortgelijke onderwerpen.

Bakkers stelling is (nog) niet uitgekomen. Althans, dat is mijn analyse en daar schreef ik over in het FD. Het leverde gemengde reacties op. Bijvoorbeeld in eigen huis. Mijn zoon Daan (student politicologie) fileerde mijn stuk: "Mijn vader en het klimaat. Je hebt in het verleden in Shell belegd. Hoe hypocriet kan je zijn?" Point taken.

Ik neem hier de ruimte mijn stellingname verder te verdedigen. De strekking: prima dat accountants helpen de wereld te verbeteren. Zij kunnen een belangrijke rol vervullen, maar moeten daarbij wel de juiste toonhoogte en maatvoering kiezen. De handelwijze van EY inzake de Shell-casus is geen best practice, eerder het tegendeel.

Ik ben altijd voor 'integrated reporting' geweest …

Ik heb al meerdere keren geschreven over de thematiek waar Peter Bakker op wijst. Zo schreef ik op deze site een column met als titel 'Integrale commerciële onzin' (18 november 2013), die als volgt begon: "Vooropgesteld: ik ben een groot voorstander van 'integrated reporting'. Het is immers maatschappelijk van belang dat ondernemingen verantwoording afleggen en inzicht geven in hun (toekomstig) handelen, en dan niet alleen vanuit financieel perspectief." In het FD ('Accountants gaan planeet niet redden', 18 januari 2017) reageerde ik op gelijke wijze door in de openingszin te stellen: "Ik ben voorstander van 'integrated reporting'."

'Integrated reporting' en rapportages onder de noemer 'niet-financiële informatie' zijn belangrijk. Zeker daar waar het de punten betreft die Peter Bakker noemt en die ik hier gemakshalve even samenvat onder de noemer 'duurzaamheid'. Dat vond én vind ik.

… maar heb altijd geageerd tegen een te gretig accountantsberoep op dit punt…

In de aangehaalde column op deze site schreef ik echter ook "dat ik steeds meer geïrriteerd raak zodra accountantsorganisaties zich over 'integrated reporting' uitlaten. Zo commercieel. Zo gretig. Zo ondoordacht. Zo maatschappelijk onverantwoord. Zo ongeloofwaardig. Zo veel integrale commerciële onzin." In het aangehaalde FD-artikel schreef ik over de assurance-rol van de accountant: "Dat accountants staan te trappelen om een dergelijke bijdrage te leveren, zal niemand verbazen. Ik ben echter minder enthousiast, maar besef terdege dat ik gegeven de geschetste ontwikkelingen een achterhoedegevecht voer."

... omdat accountants nog niet klaar zijn om waar te maken wat ze claimen …

Ik heb in mijn artikelen – dat zijn er meer dan de hiervoor aangehaalde – regelmatig aangegeven waarom accountants de wereld niet gaan redden en dat zij wat mij betreft op dit terrein geen voortrekkersrol (kunnen) vervullen. Daarbij speelt met name een belangrijke rol dat accountants naar mijn mening de benodigde expertise missen om adequaat assurance op dit terrein te verschaffen (hetgeen – ik kom daar nog op terug – met de Shell-casus weer eens is geïllustreerd). Het actuele offensief – van bijvoorbeeld PwC – om in groten getale deskundigen aan te trekken en op te leiden, doet niets aan mijn argument af. Het illustreert slechts dat accountants hulptroepen nodig hebben om inhoud te geven aan een taak die van origine niet tot hun aandachtsgebied hoort. Dat maakt dat het helemaal geen automatisme is en hoeft te zijn dat accountants, als het gaat om het verstrekken van assurance op de hier centraal staande thematiek, een belangrijke rol zouden moeten gaan vervullen.

Voorts heb ik regelmatig betoogd dat accountants die rol ook niet verdienen, omdat zij op het terrein van hun kerncompetentie – de controle van financiële informatie – te vaak en te veel steken hebben laten vallen. Onder verwijzing naar 'schoenmaker blijf bij je leest' heb ik dan ook betoogd dat ze eerst maar eens moeten zorgen de kerncompetentie op orde te hebben – en zover is het nog niet – alvorens nieuwe taken te claimen.

... ik sta niet alleen, maar verkeer in goed gezelschap…

De rol van de accountant inzake niet-financiële informatie komt ook aan de orde in het rapport van de Commissie Toekomst Accountancysector (CTA). De CTA stelt zich de vraag welke rol de accountant in deze zou moeten vervullen en komt tot een genuanceerd oordeel: "Waar het verband van niet-financiële informatie met, kort gezegd, de financiën van de entiteit minder nauw is, is een wettelijk voorbehoud aan de accountant minder evident. De voornoemde voordelen van een controle door de accountant verliezen daar aan kracht. Dat wil overigens niet zeggen dat accountants deze assurance niet zouden mogen verlenen, voor de commissie staat echter niet vast dat accountants deze als enige zouden mogen verlenen."

De CTA acht het – net als ondergetekende – "zeer wel denkbaar dat in bepaalde omstandigheden andere specialisten ook of beter geëquipeerd zijn om assurance te verlenen op niet financiële informatie." De Young Profs en het vaak aangehaalde Engelse Brydon-rapport volgen dezelfde lijn. Ook de kabinetsreactie op het CTA-rapport laat ruimte voor inschakeling van anderen dan accountants, als het gaat om de controle van niet-financiële informatie.

... echter, anno 2021 is de rol van de accountant een gegeven…

Als gezegd ben ik niet tegen een rol voor accountants als het gaat om 'integrated reporting', duurzaamheid en niet-financiële informatie. Het tegendeel beweren zou een bij voorbaat verloren achterhoedegevecht zijn. Niet alleen door de sterke lobby van het accountantsgilde, maar vooral door de maatschappelijke ontwikkelingen. Want natuurlijk zijn er sinds de uitspraak van Peter Bakker wel stappen en stapjes vooruit gezet. Ook in relatie tot de accountancy. Belangrijke stappen zoals de Global Reporting Initiative (GRI) of de nieuwe Europese CSRD-richtlijn voor duurzaamheidsinformatie (Corporate Sustainabilty Reporting Directive).

Dichter bij huis zijn NBA-initiatieven te noemen, zoals de Publieke Management Letter 'Klimaat is financieel', de community 'Planet Finance', een Nederlandse richtlijn 3810 inzake niet-financiële verslaggeving in aanvulling op de guidance van de IAASB over datzelfde onderwerp. En zeer recent de 'Handleiding Duurzaamheid: Klimaat' en de aankondiging van relevante webinars. Of buiten de NBA, waar het 'Green Assurance'-initiatief van Pieter de Kok's Coney door de praktische insteek en concrete insteek in positieve zin opvalt.

En hoewel ik met Fou-Khan Tsang van mening ben dat de accountancywetenschap de wereld niet gaat redden, zijn er ook daar voorvechters voor het in deze bijdrage besproken thema. Bijvoorbeeld Dick de Waard (hoogleraar in Groningen) die – samen met bijvoorbeeld hoogleraar Nancy Kamps – fervent voorvechter is van handelen van en door accountants in de geest van de stelling van Bakker. Maar dan (terecht) iets genuanceerder: accountants die helpen om de wereld te redden. In een bijdrage daarover noemt De Waard de kritiek vanuit de eigen beroepsgroep jammer en in reactie op Fou-Khan Tsang wijst hij op het belang van 'bemoedigende woorden', 'adviezen in de goede richting' en 'positieve aansporing'.

… maar een professioneel-kritische beoordeling kan geen kwaad …

Ik ben het met De Waard eens, waar het de stelling betreft dat accountants kunnen helpen de wereld te verbeteren en ook met zijn stelling dat we daar 'positief' tegenover moeten staan. Waar ik echter niet tegen kan en allergisch voor ben, is dat kleine successen binnen ons vakgebied buitenproportioneel worden uitvergroot. Dat is binnen en buiten onze beroepsgroep gebeurd ten aanzien van het laatste jaarverslag van Shell en de rol van de accountant daarbij. Daarom schreef ik erover in mijn recente FD-column.

De verklaring van EY bij Shell is geen 'tipping point' en de accountant verdient geen standbeeld (n.a.v. opmerkingen Fou-Khan Tsang). En evenmin is hier sprake van een 'Urgenda-moment' (n.a.v. NBA, Lucas Geusebroek). Ik ben het voorts totaal niet eens met de opmerking dat door EY het thema 'Klimaat is financieel', "heel concreet en tastbaar is gemaakt" (n.a.v. NBA, Paul Hurks). Er is niets belangrijks concreet, laat staan tastbaar gemaakt door EY. Wat mij betreft is er zelfs geen sprake van een 'klein succes'. Integendeel: EY heeft een nietszeggend mistgordijn opgeworpen.

Dat klinkt kritisch en lijkt in strijd met het spreken van 'bemoedigende woorden'. Toch is het mijnerzijds bedoeld als een 'advies in de goede richting' en een 'positieve aansporing'. Het accountantsberoep moet immers beter kunnen dan EY in de Shell-casus heeft laten zien. Van kritiek kan het beroep leren.

Ter onderbouwing van mijn stelling, zal ik in deel twee van mijn betoog nader ingaan op de EY/Shell-casus.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Marcel Pheijffer (1967) is hoogleraar Forensische Accountancy aan de universiteiten Nyenrode en Leiden.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.