Arnout van Kempen

Vanaf dit jaar ligt het toezicht op accountantsorganisaties volledig bij de AFM. Arnout van Kempen ziet vooral kansen, in plaats van bedreigingen.

Discussie Column

AFM-toezicht in 2022

2022 is begonnen en daarmee is feitelijk ook het toezicht op naleving van de Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) weer volledig in handen van de AFM. Formeel was dat nooit anders overigens. De Wta bepaalde wel dat de AFM gebruik moest maken van de kwaliteitssystemen van NBA en SRA, maar deze organisaties waren nooit formeel toezichthouder op de Wta. Zo konden zij bijvoorbeeld ook niet handhaven.

Toch zal de situatie vanaf dit jaar echt anders aanvoelen voor de vergunninghouders, en ook echt anders zijn. De AFM heeft niet alleen het toezicht naar zich toe getrokken, maar werkt ook aan een nieuwe toezichtstrategie voor de niet-oob (nOOB) vergunninghouders. Dat moet ook wel, want tegenover zes oob-vergunningen staan ruim 250 nOOB-vergunningen en dus evenzoveel organisaties om toezicht op te houden.

Voor de beeldvorming: In de begintijd van de Wta, toen mensen als Ruud Pruijm, Marianne van der Zijde, Hilbert van Rossum, Harry van der Laan en ik aan de wieg stonden van het AFM-toezicht, was één idee dat er vijf toezichtteams zouden komen. Eén per big four-kantoor met nog wat middelgrote kantoren er bij, en dan één voor alle kleinere kantoren samen. Dat laatste team zou toen al op een heel andere manier toezicht gaan houden dan de eerste vier teams. In werkelijkheid is die scheiding er vanaf het begin ook geweest, maar dan tussen direct oob-toezicht en indirect nOOB-toezicht.

Hoe gaat de AFM nu te werk vanaf 2022? Mijn waarneming: Dat weten ze zelf nog niet exact. Duidelijk is dat de AFM wil gaan werken met een vrij massale gegevensuitvraag. Op kantoorniveau, zoals ze dat al jaren doen, maar ook op dossierniveau, dus per afgegeven controleverklaring. Data-driven toezicht.

Wat voor mij ook wel redelijk duidelijk is: De SIRA gaat in belang toenemen. Dat is ook logisch, en het past volledig in de gedachte achter de Wta. De accountantsorganisatie moet zelf een kwaliteitsstelsel inrichten en onderhouden, de toezichthouder toetst primair of dat stelsel voldoet in opzet, bestaat en werkt. Wat ik nog steeds mis, en daar verbaas ik me wel over, is een signaal dat de AFM haar goede idee over een systematische integriteitsrisicoanalyse, een SIRA, niet lijkt door te vertalen naar een in opzet identieke systematische kwaliteitsrisicoanalyse, een SKRA. Dat is vooral gek, omdat de AFM hier niets zelf hoeft te verzinnen en dus ook niet het verwijt kan krijgen dat ze eigen regels probeert te maken. Zoals de SIRA is bedacht door De Nederlandsche Bank, zo is de SKRA al bedacht door de NBA. Immers, artikel 4, tweede lid onder c, d en f van de NVKS (nadere voorschriften kwaliteitssystemen) beschrijft exact wat een SKRA is en stelt die gewoon verplicht voor de gehele reikwijdte van de NVKS.

De AFM kan net als bij de SIRA, die verplicht is gesteld op grond van artikel 21 van de Wta, de SKRA uit de NVKS verplicht stellen op grond van artikel 21 en/of artikel 14 van diezelfde Wta. Ik hoop dat de AFM die stap gaat zetten, omdat het vergunninghouders echt gaat helpen en het toezicht simpel en dus betaalbaar kan houden.

Los van wat de AFM doet, lijkt me dat het voor nOOB-vergunninghouders om twee redenen verstandig is zowel een SIRA als een SKRA in te richten, te onderhouden en ook echt te gebruiken. Enerzijds 'omdat het moet', omdat het helpt de toezichthouders (AFM, BFT, NBA, SRA) eenvoudig te overtuigen van formele en vooral materiële compliance die veel verder gaat dan regels afvinken. Maar anderzijds, en dat vind ik veel belangrijker, omdat het besturen van accountantsorganisaties helpt op een relatief eenvoudige wijze hun risico's te managen, kortom: hun bedrijf te runnen. Voeg nog de financiële risicobeheersing toe en je hebt in feite de beheersing van iedere organisatie te pakken: integriteit, kwaliteit, financiën.

Al met al genoeg interessante ontwikkelingen lijkt me. Sommige mensen noemen het randvoorwaarden, persoonlijk denk ik dat de combinatie van integriteit en kwaliteit het hart van het accountantsberoep vormt. En met een toezichthouder die heel nadrukkelijk afstapt van het zwaaien met de stok en zichtbaar kiest voor hulp, ruimte voor verbetering, benadrukken van het positieve, lijkt me dat het hier om kansen gaat en niet om bedreigingen.

Overigens zal dit mijn laatste opinie zijn over de AFM en met name het Wta-toezicht door de toezichthouder. Op verzoek van de AFM treed ik binnenkort toe tot de Commissie Financiële verslaggeving & Accountancy die adviseert over het toezicht. Ik vind het niet kies om als lid van die commissie mijn mening als het ware nog eens publiek over te doen. En nog minder als ik daarbij een standpunt zou proberen kracht bij te zetten als het niet door commissie of AFM gevolgd wordt. Vanzelfsprekend zal ik wel tot in den treure blijven doorgaan over mijn stokpaardjes: een openbaar aanklager, afschaffing van de controleplicht, accountantskosten onder de resultaatverdeling en het belang van de Wwft.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Arnout van Kempen is werkzaam als zelfstandig compliance officer voor (grotere) mkb-kantoren en docent voor SRA, NBA en Saxion Hogeschool. Hij is lid van de Commissie Financiële verslaggeving & Accountancy van de AFM en lid van de signaleringsraad van de NBA en van het platform niet-oob-kantoren. Daarnaast is hij diaken van het bisdom ‘s-Hertogenbosch.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.