De negatieve verklaring: duurzaam boerenbedrog in actie
De discussie over de duurzaamheidsverslaggeving van BP en het apres moi le déluge-verslag van accountant E&Y hierover, trekt op deze site terecht de aandacht.
Ik hoor zelf tot de school die duurzaamheidverslaggeving best een goede zaak vindt, met veel potentie, zonder het gevaar van 'praatjes voor de vaak' daarbij onder tafel te willen schuiven. En ik vind dat het openbare accountantsberoep best mag proberen een deel van die markt te veroveren.
Maar heb me vijftien jaar geleden reeds fel (maar vergeefs) verzet tegen het gebruik van negatieve verklaringen sec - op welke verslaggevingskaders dan ook. En wel om de redenen die ik in april 2005 in mijn artikel 'De Oordeelsonthouding Onthouden' nog eens herhaalde:
"Als we ons dan toch overgeven aan herbezinning (van het verklaringen stelsel, JWM), laten we dan tegelijk ook kijken naar het vrijwillig strippen - in de commercialiseringshype vanaf de jaren negentig - van de eis om de ‘negatieve verklaring' (negative assurance) altijd te begeleiden met een oordeelsonthouding, als onvervreemdbare bottom line. Ik kan me uit het debat in die tijd geen goed (vaktechnisch) argument herinneren, anders dan dat de toevoeging van zo'n uitsmijter ‘niet lekker in de markt ligt'. Ik zie het publiekelijk gebruik van zo'n naakt ‘ons is niet gebleken' nu ook opduiken in maatschappelijke verslaggeving."
"Voor de niet eens zo radicale beroepsfundamentalisten onder ons gaat het hier om collectieve window-dressing die de informatieve rechten van de gebruikers negeert en haaks staat op gezond scepticisme, de oudbollige maar na Enron weer opgewarmde en gewenste beroepsgrondhouding. Een naakte negative assurance sec, dus zonder oordeelsonthouding, leunt tegen windhandel aan, hoe zinnig de opdracht op zich ook kan zijn. (...) Ik zou, het liefst nog per gisteren, een herintroductie willen zien van de klassieke syntax-vereisten."
Al tien jaar eerder, in 1995, had ik mij verzet tegen het voorstel van het toenmalige NIVRA-bestuur om onze gedrags- en beroepsregels uit te hollen met de introductie van de naakte negatieve verklaring 'Ons is niet gebleken...'. Ook wanneer erbij wordt verteld dat het om beperkte zekerheid gaat, zoals bij E&Y en BP. En wel omdat die toevoeging de lezer nauwelijks helpt om door de geruststellende negatief geformuleerde 'bomen' het de facto oordeelsonthoudingsbos nog te zien. Dit geldt te meer als het gaat om een typische top down review waarbij geen handen worden vuilgemaakt en 'might makes right' regeert.
Je kunt op dit moment een achtcilinder accountantsonderzoek laten doen, met het bewust genomen risico dat je bij wezenlijke gebreken een full monty oordeelonthouding krijgt. Maar wie kiest voor een beperkt onderzoek met één cilinder trekkracht, kan in ieder geval rekenen op 'ons is niet gebleken...'.
Waarschijnlijk kan Ernst&Young - dat enkele dagen voor de calamiteit in de Mexicaanse Golf het duurzaamheidsverslag 2010 van BP uitvoerig met negatief geformuleerd wijwater besprenkelde - zich achteraf wel voor de kop schieten. Maar als dat al gebeurt, dan hopelijk wel om de juiste redenen. Niet omdat het kort na tekening van het rapport echt helemaal fout ging, want zoiets kan en zal vaker gebeuren. Neen, de reden dat dit E&Y-rapport vooralsnog - tot een volgend drama - de geschiedenis in zal gaan als de risee van sociaal-groene accountantsrapportering, ligt veel dieper en is veel collectiever.
We hebben als beroepsgroep met zijn allen besloten, verblind door de pot goud aan het einde van de regenboog, om binnen het verklaringenstelsel een formulering toe te staan (de negatieve verklaring) die, gegeven het elastiek in de onderliggende werkzaamheden, niets anders doet dan optisch de kluit belazeren ten aanzien van de inhoudelijk toegevoegde zekerheid.
En dat allemaal onder regie van onze eigen beroepsvoortrekkers en -standaardzetters, nationaal en internationaal, die toen de commerciële druk te groot werd semantisch even gladjes konden opereren als een paling in een emmer vol ruwe olie, en dus bereid bleken om iedere etikettering goed te keuren, als het maar gerationaliseerd kan worden.
En dat gaat uiteindelijk een keer, en waarschijnlijk nog vele keren, fout.
De oorzaak van het probleem zijn dus allereerst wijzelf, met onze beroepsgesanctioneerde sjacheraarverklaringen. Nu we in de afgelopen decennia collectief onze professionele ziel hebben verkocht ten gunste van schijn en ten koste van duidelijkheid, zal het nog wel even duren voordat deze weeffout in ons verklaringeninstrumentarium wordt teruggedraaid.
Voor het overige zijn wij van mening dat op grond van onze beperkte waarnemingen uit niets is gebleken dat bovenstaande geen broodje aap is.
Gerelateerd
Duurzaamheidsverslag wordt korter en beter
De eerste reeks CSRD-rapportages lieten vorig jaar het nodige te wensen over. Inmiddels zijn de duurzaamheidsverslagen een stuk leesbaarder geworden, stellen betrokkenen...
Van geld naar grondstof; restwaarde controleren aan het begin van een nieuw auditdomein
Het werk van de accountant verandert door de invoering van een meer circulaire economie. De waarde van materialen in onroerend goed krijgt daardoor in toenemende...
Er bestaat een business case voor emissierapportage en daar hoort een audit bij
Omnibuspakket of niet, er is een business case voor emissiereductie en de accountant kan rondom de bijbehorende rapportage een rol van betekenis spelen, meent Jan...
Europese Commissie versoepelt duurzaamheidsrapportage en introduceert vrijwillige standaard
De Europese Commissie heeft aangepaste ESRS-standaarden voor duurzaamheidsverslaggeving vastgesteld. Met de herziening wil Brussel de administratieve lasten voor...
Duurzaamheidsrapportage wordt wereldwijd meer uniform
Steeds meer grote ondernemingen wereldwijd gebruiken of bereiden zich voor op het gebruik van internationale standaarden voor duurzaamheidsrapportage.
