Opinie

Oordeel van AFM over accountants roept veel vragen op

'Een toezichthouder die tien jaar toezicht houdt zonder verbeteringen, heeft zelf een probleem' luidde het commentaar van het FD op vrijdag 30 juni. Een stelling die het bewijs in zich draagt.

Dat de kwaliteit van de accountantscontroles moet verbeteren bewijst het te grote aantal ongelukken. Maar bij de schokkende uitkomsten van de onderzoeken van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) kunnen tal van vraagtekens geplaatst worden. De eerste vraag die bovenkomt is hoe het toch komt dat de Nederlandse accountants thans kennelijk de zwakste jongetjes van de internationale klas zijn.

De Nederlandse accountant staat traditioneel internationaal in hoog aanzien. Er is geen internationale task force bij de internationale beroepsorganisaties en kantoren, of er zit wel een Nederlander in. De buitenlandse collega's van de internationale kantoren zullen met verbazing kennis nemen van de AFM-kwalificaties over Nederlandse accountants.

En hoe zou het nu komen dat al die hoogleraren accountancy al decennia lang geen stap vooruit komen als het gaat om het ontwikkelen van normen waaraan een specifieke accountantscontrole moet voldoen? Waarom zijn er geen gestandaardiseerde controleprogramma's voor verschillende typen organisaties? Dat komt niet omdat zij niet onafhankelijk zijn. Dat komt omdat het controlewerk in een specifieke situatie niet van te voren en vanaf een bureau vooraf te bedenken valt.

Identieke organisaties bestaan niet. Er zijn verschillen in businessmodellen, in risico's op een zeer groot aantal gebieden, in niveaus van interne controle, in niveaus van compliance. Niet voor niets heeft er in het accountantsberoep in de laatste decennia een sterke specialisatie plaatsgevonden. Dit om zowel kennis als ervaring te bundelen. En binnen deze gespecialiseerde units bestaan nog steeds geen algemeen geldende gedetailleerde receptenboekjes.

Maar ondanks deze specialisatie concludeert de AFM dat negentig procent van de controles van gemeentes door deze gespecialiseerde accountants onvoldoende is! De conclusie kan niet anders zijn dan dat er over de criteria, waaraan een specifieke accountantscontrole moet voldoen, grote meningsverschillen bestaan tussen de accountants en AFM.

Wat ook vragen oproept is het feit dat een kantoor dat aan de schandpaal is genageld, dat absoluut een volgende keer beter uit de bus wil komen en beter wil scoren dan de concurrent, niettemin bij een volgende AFM-inspectie slechter scoort. Je kunt je als kantoor toch niet permitteren om een achteruitgang te laten zien met alle aandacht in de media voor het kwaliteitsprobleem, met schade voor het prestige van het kantoor en met je buitenlandse collega's op je nek? Waarom gebeurt het dan drie keer achter elkaar? Dit fenomeen is tenminste een onderzoek waard.

Nog een vraagteken. De vier grote kantoren maken elk deel uit van een groot internationaal geheel. Die internationale organisatie stuurt regelmatig controleteams naar de landenleden. Deze oversight reviews zijn geen vriendelijke, collegiale toetsingen. Dat zijn stevige inspecties waarbij de prestige van het lid op het spel staat. Wordt er bij die internationale inspecties met andere criteria gewerkt?

En de belangrijkste vraag: hoe bepaalt de AFM haar toetsingscriteria? Is de NBA, de beroepsorganisatie van accountants, daarbij betrokken? Zijn de wetenschappers erbij betrokken? Partners met veel praktijkervaring?

Als het hanteren van deze criteria herhaaldelijk extreme en vragen oproepende uitkomsten oplevert, is er dan niet iets mis met die criteria? Is de AFM zich voldoende bewust van het feit dat accountants, mede om kostprijs-technische redenen, verklaringen mogen afgeven met een ‘redelijke mate van zekerheid’ en dus niet moeten streven naar honderd procent? Zitten de AFM en de accountants op één lijn bij de methodiek en effecten van risicoanalyse en bij de invulling van het professional judgment?

De laatste vraag: is 'de top' van de AFM zwaar genoeg? De bestuurders van de grote kantoren beschikken naast de AFM thans door middel van een raad van commissarissen, bemand met ervaren en brede lieden, over twee countervailing powers. Is de raad van toezicht van de AFM als countervailing power voor het bestuur voldoende breed en zwaar?

Bemoeien deze toezichthouders zich voldoende met het toezichtproces van de accountancysector? Juist voor zo’n machtig lichaam dat geen kritiek zal krijgen uit de kringen waarop hij toezicht houdt, is een zwaar adviesorgaan onontbeerlijk.

Naar mijn mening, gedeeld door betrokkenen in het accountantsveld, dienen partijen - de AFM, de NBA en de wetenschap - in overleg te gaan over de toetsingscriteria. Bij handhaving van de huidige criteria staan de uitkomsten van de volgende AFM-inspecties vast: ruim onvoldoende en weinig of geen verbetering.

Dit overleg zou ook stil moeten staan bij de vraag wat de term 'kwaliteit van de accountantscontrole' inhoudt, bij de gevaren van een 'compliance cultuur' bij toezichthouders, bij de vraag wat er geleerd kan worden van de bekende ongelukken (de uitspraken van de tuchtrechters lenen zich daar onvoldoende voor), bij de vraag wat een goede beloningsstructuur en/of een goed businessmodel is en ten slotte bij de grenzen van de kosten van accountantscontrole. Een maatschappelijke inbreng bij dit overleg is daarom van belang. Want er is nu al een maatschappelijke impact. Gemeentes en woningcorporaties hebben problemen om een accountant te vinden. 

Deze opinie is ook gepubliceerd in het FD van 2 augustus 2017.

Wat vindt u van deze opinie?

Reacties 203 24 Spelregels debat

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang vier keer per week (maandag, woensdag, donderdag en vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox..