Tuchtrecht

Beoordelingsverklaring zonder voldoende informatie

Een registeraccountant gaf ten onrechte een beoordelingsverklaring af, terwijl er een materiële onzekerheid bestond en hij onvoldoende assurance-informatie had.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
AWB 16/202
Datum uitspraak:
11 april 2017
Oordeel:
beroep ongegrond / klacht gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2017:143

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

In 1998 wordt een besloten vennootschap opgericht met het doel de koerswinst van de beursgang van een andere vennootschap te verdelen onder de economische aandeelhouders, onder wie een familie. De verdelings-bv verricht verder geen activiteiten. Om de winst op de aandelen van de bv fiscaal zo gunstig mogelijk te kunnen incasseren, komt een fiscaal kantoor met een stappenplan. Volgens dit plan:

  • worden de aandelen verkocht;
  • wordt het dividend uitgekeerd aan de directie van de verdelings-bv;
  • wordt de medeoprichter van de veredelings-bv uiteindelijk volledig eigenaar van de verdelings-bv;
  • houdt de medeoprichter een schuld aan de familie.

In juni 2001 formaliseren de directie en aandeelhouders de dividenduitkering. De medeoprichter van de verdelings-bv verwerft de gewone aandelen en draagt deze dezelfde dag via een management- en advies-bv over aan de koper, die daarmee grootaandeelhouder wordt van de medeoprichter. De grootaandeelhouder heeft een minderheid van het stemrecht.

Er ontstaat onenigheid over de uitkering van dividend. Een minderheid van de aandeelhouders vindt dat er in juni 2001 rechtsgeldige dividendbesluiten zijn genomen, maar de meerderheid van aandeelhouders en de directie van de vennootschap bestrijden die besluiten.

De medeoprichter vraagt een andere accountant van hetzelfde kantoor om nieuwe jaarrekeningen op te stellen over 1999 tot en met 2001. De algemene aandeelhoudersvergadering (ava) verwerpt de jaarrekening over 2001. Een registeraccountant van een ander kantoor stelt een nieuwe jaarrekening over 2001 op, die in december 2004 wordt vastgesteld.

Op verzoek van de grootaandeelhouder van de medeoprichter draagt de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam de accountant op de jaarrekening 2001 aan te passen en daarbij de afboeking van een vordering op de medeoprichter ongedaan te maken. Als de Hoge Raad het cassatieberoep tegen het arrest van de Ondernemingskamer verwerpt, moet de accountant de bevolen aanpassingen definitief doorvoeren.

De medeoprichter is inmiddels failliet gegaan. De curator meent een vordering van 1.263.303 euro te hebben wegens bestuurdersaansprakelijkheid. Nadat de jaarrekening over 2001 van deze bv is gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel vraagt de grootaandeelhouder van de failliete medeoprichter de Ondernemingskamer om deze jaarrekening 2001 te laten herzien. De Ondernemingskamer wijst het verzoek af. Niettemin stelt de accountant in augustus 2014 weer een nieuwe versie op van de jaarrekening over 2001 en geeft ook hierbij een beoordelingsverklaring af.

De accountant stelt in januari 2013 een conceptrapport op over de jaarrekening 2011 en geeft hierbij een samenstellingsverklaring af.

De grootaandeelhouder dient een klacht tegen de accountant in. De Accountantskamer verklaart de klacht gegrond en legt een berisping op. De accountant gaat hiertegen in beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft ten onrechte gezegd dat:

  1. de accountant geen beoordelingsverklaring had mogen afgeven, omdat er een materiële onzekerheid bestond;
  2. de accountant de aanpassingen die de Ondernemingskamer heeft bevolen niet goed heeft uitgevoerd;
  3. de vordering op het failliete bedrijf had moeten worden afgewaardeerd.

Oordeel

Het beroep is ongegrond.

Ad 1

De Accountantskamer heeft dit onderdeel van de klacht terecht gegrond verklaard.

In de beoordelingsverklaring van september 2013 schreef de accountant dat hij geen reden had om te concluderen dat de jaarrekening geen getrouw beeld gaf. In de toelichting op de dividendbesluiten schrijft hij dat een minderheid van de aandeelhouders vindt dat er in juni 2001 rechtsgeldige dividendbesluiten zijn genomen, die door de meerderheid van aandeelhouders en de directie van de vennootschap worden bestreden. “Op grond van dit standpunt zijn deze litigieuze dividendbesluiten niet verwerkt in deze jaarrekening.”

De beoordelingsverklaring van augustus 2014 bevat een gelijkluidend oordeel en voorbehoud, zij het zonder toelichting. Volgens het College van Beroep voor het bedrijfsleven was het geschil tussen de minderheid en de meerderheid van de aandeelhouders en de directie nog niet beslecht toen hij de beoordelingsverklaring afgaf. Omdat niet vaststond dat er een rechtsgeldig dividendbesluit was genomen en er dus  een materiële onzekerheid bestond, had de accountant hiervoor een toereikende toelichting moeten (laten) opnemen. Het valt hem aan te rekenen dat dit niet is gebeurd. Een oordeel met voorbehoud bood in ieder geval niet het wettelijk vereiste inzicht.

De accountant had inzake het dividendbesluit onvoldoende assurance-informatie en had de beoordelingsverklaring niet in die vorm in het maatschappelijk verkeer mogen brengen. De accountant beheerst het systeem van het opmaken van de jaarrekening en het voorleggen aan de ava niet voldoende. Hij heeft zijn beoordelingsverklaring namelijk gedateerd vóór de datum waarop het bestuur van de bv het financiële overzicht heeft opgemaakt. Daarmee houdt de accountant zich niet aan de rolverdeling tussen het bestuur en de accountant.

Ad 2

De accountant gaat niet in op de kern van de bestreden uitspraak, namelijk dat hij heeft bevestigd dat hij essentiële informatie miste.

Ad 3

De accountant heeft in januari 2013 een conceptrapport opgesteld over de jaarrekening 2011. Het Gerechtshof Amsterdam zei op 30 augustus 2011 dat de gepretendeerde vordering van 1.263.303 euro van de curator op de bestuurder niet vast stond. Daardoor bleef een tekort in de boedel bestaan en had de vordering in ieder geval voor 2011 moeten worden afgewaardeerd. Volgens het college had de accountant de afwaardering van de vordering ofwel moeten melden en toelichten in de samenstellingsverklaring ofwel het bestuur moeten adviseren deze afwaardering in de toelichting bij de jaarrekening te melden en toe te lichten.

Maatregel

Er is geen aanleiding om af te zien van een maatregel of de berisping te matigen. Los van alle factoren die de Accountantskamer heeft meegewogen, vindt het college dat de accountant zich ervan bewust had moeten zijn dat hij zijn opdracht uitvoerde in een conflictsituatie en voldoende distantie had moeten houden.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.