Tuchtrecht

Verslaggevingskeuzen toch aanvaardbaar

Een registeraccountant vond de keuze om een deelneming te waarderen tegen de beurskoers volgens de IFRS terecht aanvaardbaar en komt er in hoger beroep zonder tuchtrechtelijke kleerscheuren van af.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
15/665
Datum uitspraak:
31 januari 2018
Oordeel:
beroep gegrond / klacht ongegrond
Maatregel:
geen i.p.v. berisping
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2018:51

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant controleert de jaarrekening 2012 van Xeikon nv, een beursgenoteerde onderneming die in digitale druk- en drukvoorbereidingssystemen doet, en van haar groepsmaatschappij Xeikon Internationaal bv. De nv is voor 65,68 procent in handen van Punch International nv en heeft zelf een 43,74 procent-deelneming in vastgoedbedrijf Accentis nv.

Xeikon heeft sinds 2008 een vordering op Accentis, vanwege een lening die is overgenomen. Een registeraccountant geeft een goedkeurende verklaring af bij de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening 2012 van Xeikon.

In september 2013 neemt Bencis Capital Partners bv het aandelenbelang van Punch in Xeikon over. Xeikon verkoopt haar deelneming in en vordering op Accentis aan Punch tegen de beurskoers, die gelijk is aan de boekwaarde per 31 december 2012. De vordering wordt verkocht met een boekverlies van 17,7 miljoen euro. Tijdens de controlewerkzaamheden weet de accountant dat Xeikon de deelneming en vordering wil verkopen aan Punch.

Een voormalig aandeelhouder van Xeikon dient een klacht in tegen de accountant, die onder meer ten onrechte een goedkeurende verklaring heeft afgegeven bij de jaarrekening 2012 door:

I.A. het aandelenbelang in Accentis ten onrechte af te waarderen;

I.B. een voorziening voor rente op de lening aan Accentis toe te staan.

De Accountantskamer vindt deze twee klachtonderdelen gegrond en legt een berisping op, want de accountant:

  • heeft de toepasselijke voorschriften van de IFRS onvoldoende nageleefd;
  • heeft het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid niet in acht genomen;
  • is tekortgeschoten bij de controle van wezenlijke onderdelen van de jaarrekening.

De accountant gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft de klachtonderdelen I.A en I.B ten onrechte gegrond verklaard.

Oordeel

Het beroep is gegrond.

Ad I.A Afwaardering lening

Anders dan de Accountantskamer vindt het College van Beroep voor het bedrijfsleven wél dat de accountant op basis van voldoende controle-informatie heeft geoordeeld dat Xeikon in haar jaarrekening 2012 haar aandelenbelang in Accentis op aanvaardbare wijze heeft (af)gewaardeerd.

Op grond van de IFRS geldt het uitgangspunt dat een belang in een deelneming wordt gewaardeerd tegen equitywaarde. Daarbij moet periodiek worden beoordeeld of er objectieve aanwijzingen zijn voor een bijzondere waardevermindering. Xeikon heeft beoordeeld of sprake was van een bijzondere waardevermindering. Na een vergelijking van de boekwaarde met de reële waarde minus verkoopkosten meent Xeikon dat de beurswaarde van het belang in Accentis in 2012 lager was dan de boekwaarde.

Op de zitting heeft de accountant toegelicht dat Xeikon de bedrijfswaarde heeft gebaseerd op het aandeel van Xeikon in de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen, die zouden voortkomen uit te ontvangen dividenden en een toekomstige verkoop van de deelneming in Accentis.

Xeikon:

  • had geen aanleiding om te verwachten dat de verkoop van haar belang in Accentis (significant) meer zou opleveren dan de beurswaarde;
  • vond de beurskoers de meest voor de hand liggende indicatie voor de reële waarde;
  • zag geen reden aan te nemen dat de beurswaarde wezenlijk lager zou zijn dan de reële waarde;
  • vond daarom dat sprake was van een bijzondere waardevermindering;
  • vond dat de deelneming in Accentis moest worden gewaardeerd tegen beurskoers;
  • heeft dit toegelicht in de jaarrekening 2012.

De accountant heeft de overwegingen waarop deze beslissingen zijn gebaseerd getoetst. Daarbij heeft hij een IFRS-deskundige geconsulteerd, die bevestigde dat de realiseerbare waarde in dit geval gelijk was te stellen aan de beurswaarde en dat een bijzondere waardevermindering dus geëigend was. Volgens de IFRS-deskundige moest daarbij op grond van IAS 36.26 en IAS 39.48A de beurskoers worden gehanteerd. De bijzondere waardevermindering toetsen door de bedrijfswaarde en de reële waarde gelijk te stellen, was volgends de expert consistent met IAS 36, waarnaar IAS 28.33 verwijst.

Volgens het college heeft de accountant gezien het voorgaande

  • de nodige zorgvuldigheid betracht;
  • op basis van voldoende controle-informatie terecht geoordeeld dat de keuze van Xeikon om haar Accentis-belang op deze manier te verantwoorden conform IFRS was;
  • op basis van voldoende controle-informatie terecht geoordeeld dat de bijzondere waardevermindering aanvaardbaar was.

Ad I.B. Voorziening rente

Volgens de toelichting in de (enkelvoudige) jaarrekening 2012 van Xeikon is er “een voorziening voor mogelijke oninbaarheid opgenomen van 1,6 miljoen euro [2011: 0,2 miljoen euro] voor intercompanyvorderingen.” Op de zitting heeft de accountant nader toegelicht dat:

  • het begrip intercompanyvorderingen slaat op de intercompanybedragen in de rubrieken ‘langlopende vorderingen’ en ‘vorderingen’;
  • de voorziening slaat op de rekening-courant van verschillende groepsmaatschappijen die over compensabele verliezen beschikken die Xeikon eventueel op een fiscaal voordelige manier wilde gebruiken;
  • er geen sprake is van een voorziening voor de (rente)vordering op Accentis, die toevallig ook 1,6 miljoen euro bedraagt;
  • dit ook blijkt uit het feit dat de voorziening niet in de geconsolideerde jaarrekening is verantwoord (waarin de deelneming in Accentis niet is meegeconsolideerd);
  • omdat de voorziening alleen is verantwoord in de enkelvoudige jaarrekening kun je daaruit al afleiden dat de vordering slaat op een (geconsolideerde) groepsmaatschappij;
  • dat de (rente)vordering op Accentis in het resultaat is opgenomen en dat dit niet had gemogen als Xeikon vond dat de rentevordering oninbaar was;
  • dus uit de jaarrekening valt op te maken dat de rentevordering niet is voorzien.

Gezien het voorgaande vindt het college dat de accountant afdoende heeft toegelicht dat de voorziening van 1,6 miljoen euro die Xeikon heeft getroffen niet slaat op de rentevordering van Xeikon op Accentis en terecht is opgenomen in de toelichting op de enkelvoudige jaarrekening.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

In hoger beroep vindt het College van Beroep voor het bedrijfsleven dat de accountant zich wel degelijk aan de IFRS heeft gehouden, vakbekwaam en zorgvuldig heeft gehandeld en niet tekort is geschoten bij zijn controlewerkzaamheden. De accountant heeft de verslaggevingskeuzen van de opdrachtgever getoetst en daarvoor een IFRS-deskundige geconsulteerd. Die bevestigde dat de gemaakte keuzen in overeenstemming waren met de IFRS.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.