Tuchtrecht

Klachten over toetsing niet concreet genoeg

De klachten die twee 'afgetoetste' accountants hebben ingediend tegen iedereen die zij op hun toetsingspad tegenkwamen, zijn onvoldoende onderbouwd.

Accountantskamer

Zaaknummers:
17/969 en 17/970 resp. 17/971 Wtra AK resp. 17/972-976 Wtra AK resp. 17/977 resp. 17/978-994 Wtra AK
Datum uitspraak:
29 juni 2018
Oordeel:
ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACKN:2018:43 , ECLI:NL:TACKN:2018:44 , ECLI:NL:TACKN:2018:45 , ECLI:NL:TACKN:2018:46 , ECLI:NL:TACKN:2018:47

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Twee toetsers – een AA CB en een RA – voeren op het kantoor van Van de Kar en Veraart – hun namen zijn algemeen bekend door deze procedure - een kwaliteitstoetsing uit. In twee samensteldossiers constateren zij diverse tekortkomingen. In hun conceptverslag komen zij met een “voldoet niet” respectievelijk “voldoet op belangrijke onderdelen niet”. De onderzochte accountants maken bezwaar tegen dit oordeel. De Raad voor Toezicht wint nadere informatie in en laat zijn externe adviseur kijken naar de getoetste dossiers. Uiteindelijk wijst het NBA-bestuur het bezwaar af en handhaaft de negatieve eindoordelen.

Als Van de Kar en Veraart hiertegen in beroep gaan, trekt het NBA-bestuur het besluit over het bezwaar in. De twee getoetste accountants vragen het College van Beroep voor het bedrijfsleven echter toch uitspraak te doen. Het College leidt uit de intrekking af dat het besluit over het bezwaar kennelijk niet goed is gemotiveerd.

De getoetste accountants dienen vervolgens zesentwintig klachten in tegen respectievelijk:

  • de twee toetsers van hun kantoor;
  • de externe adviseur van de Raad voor Toezicht;
  • de vijf leden van de Raad voor Toezicht;
  • een lid van de NBA-Commissie Bezwaarschriften;
  • vijf bestuursleden en twaalf voormalig bestuursleden.

Klacht

Toetsers (17/969 en 17/970 Wtra AK)

De toetsers hebben onder meer:

a. de tekortkomingen en hun adviezen niet gemotiveerd;

b. ten onrechte de NVAK-ass als uitgangspunt genomen in plaats van de NVAK-aav;

c. hebben ten onrechte een kantoorhandboek bij de toetsing betrokken.

Adviseur Raad voor Toezicht (17/971 Wtra AK)

De waslijst met klachtonderdelen komt erop neer dat de adviseur de toetsers in het gareel had moeten houden en de raad verkeerd heeft geadviseerd.

Leden van de Raad voor Toezicht (17/972 tot en met 17/976 Wtra AK)

Buiten veel verwijten die de andere betrokkenen ook onder de neus krijgen gewreven, klagen de getoetste accountants er voor wat betreft de raadsleden met name over dat deze:

  • de redelijke termijn hebben overschreden om tot een eindoordeel te komen;
  • de Wet Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen hebben genegeerd;
  • niet hebben gesignaleerd dat de steekproeven geen deugdelijke grondslag hebben en dat grote kantoren hierbij worden benadeeld ten opzichte van kleine kantoren (sic);
  • het convenant met de AFM en het toetsingsprotocol inzake de toetsing niet juist hebben toegepast;
  • de kwaliteitsborging door de SRA onvoldoende hebben getoetst;
  • NV COS 4410 niet hebben nageleefd c.q. verkeerd hebben toegepast;
  • de onderbouwing van de negatieve eindoordelen ten onrechte hebben gehandhaafd;
  • de uitkomst van de toetsing uit 2008 (door de NOvAA) ten onrechte hebben genegeerd;
  • niet zorgvuldig hebben gehandeld bij de selectie van de adviseur, toetsers en hun docenten respectievelijk bij de opleiding van de toetsers;
  • ondeskundige personeelsleden van de NBA hebben ingeschakeld.

Lid Commissie Bezwaarschriften (17/977 Wtra AK)

Het accountantslid van de commissie wordt min of meer hetzelfde verweten als de accountantsleden van de Raad voor Toezicht.

(Voormalig) Bestuursleden (17/978 tot en met 17/994 Wtra AK)

De (oud-)bestuursleden zijn eindverantwoordelijk voor de fouten van de Raad voor Toezicht, de vaktechnisch adviseur, de leden van de Commissie Bezwaarschriften en de toetsers. Verder heeft het bestuur onder meer:

  • de klacht die is ingediend tegen de raad niet behandeld;
  • de Wet openbaarheid van bestuur en de Algemene wet bestuursrecht niet nageleefd;
  • te laat beslist over het bezwaar tegen het eindoordeel van de raad;
  • het eindoordeel en het besluit over het bezwaar onvoldoende gefundeerd;
  • toetsers en docenten voor de toetsersopleiding onzorgvuldig geselecteerd;
  • toetsers onvoldoende opgeleid;
  • onvoldoende onderzocht of de toetsers die bij Van der Kar en Veraart over de vloer kwamen het onderzoek zorgvuldig hebben uitgevoerd;
  • de vaktechnisch adviseur en de leden van de raad benoemd en gehandhaafd;
  • onvoldoende gekeken of het toetsingsonderzoek wel zorgvuldig is verlopen;
  • toetsingen met onvoldoende kwaliteit geaccepteerd;
  • verzuimd een nieuw besluit te nemen over het bezwaar;
  • stelselmatig wet- en regelgeving niet nageleefd of verkeerd toegepast.

Oordeel

Algemeen

Dat het eindoordeel al is aangevochten in een bestuursrechtelijke procedure is geen belemmering voor een tuchtklacht tegen betrokkenen. Het gaat om verschillende procedures. De betrokkenen hebben allen beroepsmatig gehandeld. De klachten zijn dus ontvankelijk.

Dat het college de beslissing over het bezwaar onvoldoende gemotiveerd vond en heeft vernietigd, betekent niet zonder meer dat de betrokkenen tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld. De tuchtrechter hanteert andere maatstaven en beoordeelt of een beroepsbeoefenaar in overeenstemming heeft gehandeld met de geldende gedrags- en beroepsregels.

Toetsers (17/969 en 17/970 Wtra AK)

Vanwege de bijzondere aard van de toetsingswerkzaamheden hebben toetsers veel vrijheid om standpunten in te nemen. De ingenomen standpunten kunnen mede daarom niet leiden tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt, bijzondere omstandigheden daargelaten. Van zulke omstandigheden is onder meer sprake als een toetser:

  • bewust een onjuist of misleidend standpunt inneemt;
  • sterk verweten kan worden een standpunt te hebben ingenomen dat onjuist of misleidend is;
  • sterk verweten kan worden een standpunt te hebben ingenomen dat in de ogen van een objectieve, redelijke en goed geïnformeerde derde het accountantsberoep in diskrediet kan brengen.

De klagers hebben niet onderbouwd waarom de toetsers hun constateringen en aanbevelingen onvoldoende zouden hebben gefundeerd door niet te verwijzen naar de toepasselijke wettelijke basis. Van de Kar en Veraart wijzen weliswaar terecht op een passage in het protocol die voorschrijft dat je bij aanbevelingen en aanwijzingen altijd moet verwijzen naar de toepasselijke regelgeving. Maar als je dit nalaat, is dat geen bijzondere omstandigheid die tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Eventuele onduidelijkheden hadden de klagers namelijk aan de orde kunnen stellen in de bespreking met de toetsers. Ook zou de raad zelf de grondslag voor die aanbevelingen of aanwijzingen kunnen vaststellen alvorens het eindoordeel te formuleren.

De Accountantskamer vindt het aannemelijk dat de toetsers het stelselregime van de NVAK-aav hebben gehanteerd. Verder hebben de toetsers zich niet halsstarrig opgesteld door het kantoorhandboek als leidend toetsingskader te hanteren; het kantoorhandboek is immers de maatstaf. De rest van de klachten is bij gebrek aan onderbouwing eveneens ongegrond.

Adviseur Raad voor Toezicht (17/971 Wtra AK)

Ook de adviseur komt veel beoordelingsvrijheid toe en zal alleen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als-ie het te bont maakt, al dan niet in de ogen van een goed geïnformeerde buitenstaander. De klacht en het oordeel zijn grotendeels hetzelfde als die over de toetsers.

Leden van de Raad voor Toezicht (17/972 tot en met 17/976 Wtra AK)

In de raad zitten vijf accountantsleden, terwijl de voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter geen accountant zijn. De tuchtrechter kan het handelen en nalaten van de accountantsleden alleen toetsen voor zover dat is te herleiden tot individuele accountants. Daarbij moeten de klagers duidelijk maken wat de individuen te verwijten valt als die de verwijten gemotiveerd betwisten.

Dat de accountantsraadsleden onjuiste standpunten hebben ingenomen, moeten de klagers dus onderbouwen. Zeggen dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven het besluit over het bezwaar en het eindoordeel heeft afgeschoten is onvoldoende. Vanuit de fictie dat de accountantsraadsleden unaniem dezelfde standpunten hebben ingenomen, zegt de Accountantskamer toch iets inhoudelijks over de klacht.

De raadsleden zijn volgens vaste jurisprudentie niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor tekortkomingen waarvoor zij geen vaktechnische verantwoordelijkheid hebben gedragen. De verwijten zijn – net als bij de toetsers en de adviseur – ongegrond, want onvoldoende onderbouwd.

Lid Commissie Bezwaarschriften (17/977 Wtra AK)

Het accountantslid heeft niet in zijn eentje geadviseerd en de klagers hebben niet aannemelijk gemaakt dat deze accountant persoonlijk een tuchtrechtelijk verwijtbaar standpunt heeft ingenomen.

(Voormalig) Bestuursleden (17/978 tot en met 17/994 Wtra AK)

Ook hier geldt dat de klagers er niet in geslaagd zijn aannemelijk te maken dat individuele bestuursleden zo zeer tekort zijn geschoten dat er sprake is van bijzondere omstandigheden. Maar uitgaande van het idee dat:

  • ieder bestuurslid het eens was met de gewraakte bestuursbesluiten en
  • het bestuur verantwoordelijk is voor de handelwijze van de toetsers, de raad, leden van de bezwaarschriftencommissie, de vaktechnisch adviseur van de NBA en personeelsleden van de NBA

zijn de bestuursleden alleen tuchtrechtelijk aan te spreken op de beweerde tekortkomingen voor zover zij daarvoor persoonlijk rechtstreekse vaktechnische verantwoordelijkheid hebben gehad. Dat hebben Van de Kar en Veraart niet aangetoond.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

In zekere zin maken de klagers zich schuldig aan wat zij de diverse betrokkenen verwijten: gebrek aan onderbouwing. Zoals de toetsers hun bevindingen goed moeten funderen en de raad zijn eindoordeel, zo moeten klagers zorgen voor een degelijke basis voor hun verwijten. Geen schot hagel lossen op een collectief, maar concretiseren wat deze en gene individueel fout heeft gedaan.

Zeggen dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven de beslissing van het NBA-bestuur ongemotiveerd vond, is niet voldoende. Temeer omdat het college inhoudelijk niets zei over het eindoordeel. Het college leidde het motiveringsgebrek af uit het intrekken van dat oordeel en de beslissing over het bezwaar door het NBA-bestuur zelf. En het bestuur trok die in omdat er inmiddels veel tijd was verstreken en een nieuwe toetsing daarom zinniger was.

Met hun 26 klachten hebben Van de Kar en Veraart het fundament onder de kwaliteitstoetsingen eerder verstevigd dan verzwakt. De kans dat het college in hoger beroep tot een positiever oordeel komt voor de twee getoetste accountants lijkt mij klein.

Meer informatie

Zie ook het nieuwsbericht 'Accountantskamer: klachten tegen 26 accountants ongegrond'.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.