Tuchtrecht

Drempel opwerpen naar tuchtrechter mag niet

Een klant voorstellen dat deze alle kosten van een eventuele tuchtrechtprocedure draagt, is niet geoorloofd, want een accountant moet zich altijd toetsbaar opstellen.

Accountantskamer

Zaaknummers:
19/92 en 19/93 Wtra AK
Datum uitspraak:
21 februari 2020
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2020:14

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountantskantoor controleert tot en met boekjaar 2015 de geconsolideerde jaarrekening van een zuivelcoöperatie. Eén van de registeraccountants van het kantoor is als groepsaccountant eindverantwoordelijk voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de divisie Consumer Products Asia (CPA). Een tweede registeraccountant controleert ten behoeve van de groep onder meer de divisie Cheese, Butter, Milkpowder (CBM) en rapporteert daarover aan de groepsaccountant.

Een (groot)handel in kaas en kazige activiteiten verkoopt in 2013 haar aandelen in twee bv’s aan een andere bv. Met deze transactie worden de twee kaasvennootschappen onderdeel van de CBM-divisie van de zuivelcoöperatie. Bij de aandelenverkopen wordt een earn-out afgesproken. De koper zal de jaarcijfers van één der kaas-bv’s over de jaren 2013-2015 zo spoedig mogelijk opstellen en laten controleren door de huisaccountant van de koper. Bij een onverhoopt conflict zal een derde accountant de bezwaren beoordelen.

In november 2015 brengt het accountantskantoor een ‘Early warning report management letter 2015’ uit aan een Koninklijke nv (die kennelijk eigenaar is van de zuivelcoöperatie). In dit rapport staat onder meer dat het niveau van de IT-omgeving van één van de kaas-bv’s en de interne controles op bonussen en kortingen (enigszins) zijn verbeterd.

De coöperatie vraagt het accountantskantoor begin 2016 de jaarcijfers van deze bv te controleren. Het kantoor leidt dit verzoek door naar de tweede registeraccountant, die met de finance director van de CBM-divisie overlegt over de aanvaarding van de opdracht. De accountant wil de controle op zich nemen, maar dan wel onder de voorwaarde dat beide partijen:

  • optreden als opdrachtgever;
  • het accountantskantoor vrijwaren;
  • het eens zijn over de wezenlijke grondslagen bij het opstellen van de jaarrekeningen;
  • het met het accountantskantoor eens zijn over de toe te passen materialiteit en diepgang van de controle.

De verkoper van de kaas-bv’s wijst de voorwaarden af. In mei 2016 probeert het accountantskantoor het opnieuw en stuurt een concept-engagement letter aan de koper en verkoper, waarin beide partijen als opdrachtgever zijn genoemd. Het kantoor wil met de engagement letter zijn onafhankelijkheid waarborgen.

In het concept wijst het kantoor erop dat het van 2013-2015 de controlerend accountant was van de nv en met de jaarrekeningen ook impliciet het geschatte earn-outbedrag heeft goedgekeurd. Verder staat in het concept dat beide partijen het kantoor zullen vrijwaren van claims en kosten van eventuele schadevergoedings- en/of tuchtrechtprocedures over de controle. De verkoper wijst de voorwaarden opnieuw af.

De verkoper begint een arbitrageprocedure en dient een vergelijkbare klacht als de onderhavige in tegen de opvolger van de twee accountants. De Accountantskamer verklaart de klacht tegen de opvolger ongegrond. Al vóór die uitspraak dient de kaasgroothandelaar ook een klacht in tegen de twee voorgangers.

Klacht

De accountants hebben:

a. in 2012-2015 de vaktechnische belemmeringen voor de controle van de jaarcijfers van één van de kaas-bv’s niet tijdig gesignaleerd;

b. van 2012-2015 de aankomende bedreiging van hun onafhankelijkheid niet tijdig gesignaleerd;

c. ten onrechte verklaard dat zij in staat en bereid waren de controle van de jaarcijfers van één van de kaas-bv’s over 2013-2015 uit te voeren;

d. de opdracht tot controle van de jaarcijfers ten onrechte aanvaard, omdat zij als huisaccountants van de koper niet onafhankelijk waren;

e. op ontoelaatbare wijze en in strijd met de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) geprobeerd het onafhankelijkheidsissue weg te contracteren;

f. de gebruikerswensen van de verkoper genegeerd;

g. ernstige schade toegebracht aan de procespositie van de verkoper, doordat zij zich bereid en in staat hebben verklaard de controle te verrichten;

h. met de verklaring dat zij de controle-opdracht konden uitvoeren extra onzorgvuldig gehandeld, omdat zij wisten dat die verklaring gebruikt zou kunnen worden in een gerechtelijke procedure;

i. de beginselen van objectiviteit, onafhankelijkheid en zorgvuldigheid geschonden, omdat de door hen gestelde voorwaarden de rechtsverhouding tussen de verkoper en koper vergaand veranderden ten gunste van de koper;

j. voor de verkoper de toegang tot de tuchtrechter belemmerd, dan wel onmogelijk gemaakt.

Oordeel

De klachtonderdelen a en b zijn te laat ingediend en niet-ontvankelijk, de klachtonderdelen c tot en met i zijn ongegrond en klachtonderdeel j is gegrond.

Ad Controle mogelijk

De verkoper vindt dat de accountants zich nooit bereid hadden mogen verklaren om de controle uit te voeren, omdat die technisch niet mogelijk was. Hij wijst op het arrest van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch over Art & Allposters International bv tegen Stichting Pictoright.

Volgens de Accountantskamer zegt het hof daarin inderdaad dat het in dat specifieke geval niet meer mogelijk was een onafhankelijke controleverklaring af te geven vanwege controletechnische belemmeringen. Maar uit dit arrest kun je niet de algemene regel afleiden dat zo’n controle in alle gevallen onmogelijk moet worden geacht. Het stond de accountants vrij te onderzoeken of de controle in dit geval wél mogelijk was. Zij hoefden niet bij voorbaat aan te nemen dat het niet kon.

De bereidheid om de controle uit te voeren is ook niet in strijd met Standaard 501. Alhoewel het uitgangspunt van deze standaard is dat de controlerend accountant de voorraadopname fysiek bijwoont, kon de accountant in dit geval wellicht steunen op het werk van een andere accountant.
De accountants wijzen in dit verband op de schone controleverklaringen die hun voorganger PKF Wallast afgaf bij de jaarrekeningen van de kaas-bv over 2011 en 2012. Ook was er een openingsbalans en waren er geen relevante bevindingen.

De ‘Early warning report management letter 2015’ over CBM met enkele signaleringen over de kaas-bv leidt niet tot een ander oordeel. Op grond van dit rapport kun je niet concluderen dat de ao/ib achteraf niet te controleren was. Bovendien hebben de accountants op de zitting verklaard dat de geld-goederenbeweging steeds goed in beeld is geweest.

Ad d Onafhankelijkheid I

Dat het accountantskantoor ‘huisaccountant’ was van de koper hoefde op zichzelf genomen de onafhankelijkheid van de twee controlerend accountants niet te belemmeren. Bovendien was bij de verkoop juist overeengekomen dat de huisaccountant de geconsolideerde jaarrekening van de verkochte bv’s zou controleren met het oog op de vaststelling van de earn-out, waarbij een derde accountant zo nodig bezwaren zou beoordelen. Daarmee hebben de accountants niet in strijd gehandeld met enige gedrags- of beroepsregel.

Ad e Onafhankelijkheid II

In artikel 3 lid 1 van de ViO staat dat de eindverantwoordelijke accountant waarborgt dat de assurance-opdracht onafhankelijk wordt uitgevoerd. Omdat in dit geval geen sprake is geweest van een aanvaarde (assurance-)opdracht, is de ViO niet van toepassing.

Verder staat in de concept-engagement letter dat de verkoper bekend is met de werkzaamheden van het accountantskantoor voor de koper en dat de verkoper heeft erkend dat dit geen invloed heeft op de onafhankelijkheid van het kantoor. De accountants eisen niet dat de verkoper hun onafhankelijkheid nooit ter discussie zal stellen.

Ad f Inleven in gebruikerswensen

Nadat de verkoper heeft aangegeven dat hij inspraak wilde in de manier van controleren, hebben de accountants hier overleg over gevoerd met de verkoper en koper. De Accountantskamer ziet niet in wat de accountants méér hadden moeten doen.

Ad g en h Controlebereidheid

De accountants hebben zich niet ten onrechte bereid en in staat verklaard om de controle uit te voeren, zie punt c hierboven. Daar komt bij dat zij nooit toestemming aan de koper hebben gegeven om hun concept-engagement letter te gebruiken in de arbitrageprocedure.

Ad i Objectiviteit

De klager heeft dit verwijt onvoldoende onderbouwd. De accountants hebben voor aanvaarding van de opdracht aanvullende voorwaarden gesteld, omdat zij die beschouwden als een “conflict-gebonden opdracht”.

Ad j Vrijwaring kosten tuchtprocedure

In het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep moet een accountant zich altijd toetsbaar opstellen. Hij/zij mag daarom geen druk uitoefenen om een tuchtklacht achterwege te laten. Een vrijwaring voor alle kosten van een tuchtrechtelijke procedure zal in het algemeen worden ervaren als een drempel voor het indienen van een tuchtklacht.

In dit geval betreft de vrijwaringsclausule niet alleen klachten van derden, maar ook die van de opdrachtgever. Bij een eventuele tuchtklacht zou de opdrachtgever dus de advocaatkosten moeten betalen van de accountants, zonder dat zij invloed hebben op de hoogte daarvan. Dit vormt een ongeoorloofde drempel om een tuchtklacht in te dienen.

Dat het hier ging om een “conflict-gebonden opdracht”, waardoor het risico op een klacht van één van de opdrachtgeefsters mogelijk groter was, maakt niet uit. Ook dan moet een accountant zo nodig verantwoording afleggen voor zijn handelen en mag hij geen drempels opwerpen.

Dat de verkoper de opdracht niet heeft verstrekt vanwege de voorwaarden en dus niet is gebonden aan de vrijwaringsclausule neemt niet weg dat de accountants de clausule wel hebben voorgesteld als (noodzakelijke) voorwaarde.

Maatregel

Waarschuwing.

Annotatie Lex van Almelo

Twee accountants moeten door de jaarrekeningen te controleren de earn-out vaststellen van een kaasgroothandelaar die twee bv’s heeft verkocht. De groothandelaar gunde de opdracht niet, omdat hij het niet eens was met de voorwaarden die de accountants stelden. Zo zouden de opdrachtgevers alle kosten van een eventuele tuchtrechtprocedure moeten betalen. Die voorwaarde stelden de accountants omdat het huns inziens ging om een ‘conflictgebonden’ opdracht. Ze hadden een voorzienige blik, want die tuchtklacht kwam er. De Accountantskamer zegt ook nu dat een accountant zich in het belang van een goede beroepsuitoefening toetsbaar moet opstellen en dus geen (financiële) drempels mag opwerpen tegen eventuele tuchtklachten. Vergelijk deze en deze uitspraak.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.