Tuchtrecht

Foutieve ob-aangifte slordig

Een registeraccountant heeft als financieel directeur te weinig gedaan om het gat tussen de aangegeven en de administratieve omzet te dichten. Omdat opzet niet is bewezen, heeft hij niet zozeer het integriteitsbeginsel geschonden als wel onbekwaam en onzorgvuldig gehandeld.

Accountantskamer

Zaaknummers:
20/1894 Wtra AK
Datum uitspraak:
16 april 2021
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
tijdelijke doorhaling voor één maand
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2021:28

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountant in business is tot mei 2016 bestuurder van een autobedrijf, dat bestaat uit meerdere vennootschappen, waarvan drie een fiscale eenheid vormen voor de omzetbelasting. De accountant bezit een kwart van de aandelen, samen met een mede-dga. Volgens de onderlinge taakverdeling houdt de accountant zich met name bezig met de financiële en administratieve kant van de ondernemingen, zoals de zorg voor de jaarrekeningen en de aangiften omzetbelasting. In mei 2016 neemt een andere bv de directie van het bedrijf over.

Het bedrijf gebruikt het boekhoudprogramma Snelstart, dat via het programma Carsys wordt gevoed met gegevens uit de werkplaatsadministratie. In de loop van 2014 is de Belastingdienst een langlopend boekenonderzoek begonnen bij de drie vennootschappen naar de financiële gang van zaken in de boekjaren 2011 tot en met 2013. In 2016 breidt de fiscus het onderzoek uit naar de jaren 2014 en 2015. De Belastingdienst constateert zeer grote verschillen tussen de aangiften omzetbelasting enerzijds en anderzijds de auditfiles en grootboekkaarten die zijn ontleend aan Snelstart. Over 2012 tot en met 2015 hebben de drie vennootschappen 580.193 euro te weinig aan omzetbelasting aangegeven, waarvan in de laatste twee jaren 346.654 euro.

Het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie heeft in 2017 een strafrechtelijk onderzoek geopend tegen de accountant, dat is uitgevoerd door de FIOD. Het OM heeft de accountant uiteindelijk een transactie aangeboden en zich daarbij uitdrukkelijk het recht voorbehouden om een tuchtklacht in te dienen tegen de accountant. Het OM dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft over de boekjaren 2014 en 2015:

  • het fundamentele beginsel van integriteit geschonden door opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting te doen;
  • althans het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden door aangiften omzetbelasting in te dienen waarvan de aangegeven bedragen fors afwijken van de aan te geven bedragen.

Oordeel

De klacht is gegrond.

De accountant heeft bij het uitoefenen van zijn bestuurstaken zijn vakbekwaamheid als accountant gebruikt, vooral door de aangiften omzetbelasting te verzorgen. Daarmee verrichtte hij een professionele dienst als bedoeld in de VGBA, zodat de fundamentele beginselen van de VGBA van toepassing zijn op zijn gedragingen als bestuurder.

De accountant heeft erkend dat bij de boekjaren 2014 en 2015 een verschil ten nadele van de Staat bestond van ruim 346.000 euro tussen de aangiften omzetbelasting die hij heeft gedaan en de auditfiles en grootboekkaarten anderzijds. Het Openbaar Ministerie heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat de accountant de ob-aangiften opzettelijk onjuist heeft gedaan. Volgens het OM had de accountant niet het oogmerk van belastingfraude, maar is er wel sprake van voorwaardelijk opzet. De Accountantskamer kan de mate van schuld niet beoordelen; dat is het domein van de strafrechter. Omdat het strafrechtelijk onderzoek is geëindigd met een transactie heeft de strafrechter zich er echter niet over uitgesproken.
Daarom mist het verwijt dat accountant niet eerlijk en oprecht heeft gehandeld bij het doen van de aangiften en dus het fundamentele beginsel van integriteit heeft geschonden feitelijke grondslag.

Wel heeft de accountant in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid door over de jaren 2014 en 2015 een verschil te laten ontstaan en voortbestaan tussen de boekhouding en de ob-aangiften. Artikel 52 lid 1 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) bepaalt dat administratieplichtigen de administratie op zo’n manier moeten voeren dat daaruit te allen tijde blijkt wat de fiscaal relevante gegevens zijn en wat hun rechten en verplichtingen zijn. Door het onverklaarde verschil van ruim 346.000 euro tussen de administratie en de ob-aangifte, ten nadele van de Staat, is duidelijk dat de vennootschappen niet aan de verplichtingen hebben voldaan en dat de accountant onvoldoende oog heeft gehad voor zijn administratieve verplichtingen.

De accountant heeft op de zitting gezegd dat hij bij het opstellen van de jaarrekening 2013 een fors verschil heeft geconstateerd op het punt van de omzetbelasting. Hij heeft daarna echter geen adequate actie ondernomen om dit verschil te verklaren en op te lossen. Wel heeft hij in maart 2014 een brief aan de Belastingdienst gestuurd, waarin hij alleen melding maakt van een bezoek aan het kantoor van de Belastingdienst “in verband met de juiste verantwoording van de BTW van Duitse auto's die vrij gesteld waren van Umsatzsteuer”. Hij heeft daarbij een ‘Overzicht importauto’s’ gestuurd, zonder het verschil te verklaren of op te lossen. Hij heeft niet de gevraagde specificaties gestuurd en geen rondrekening gemaakt inzake de verschuldigde omzetbelasting over 2014.

In een brief van zijn advocaat heeft hij de ob-aangiften over het vierde kwartaal van 2014 en over de vier kwartalen van 2015 gereconstrueerd. Deze reconstructie neemt de twijfel over de juistheid van de ob-aangiften echter niet weg en lost het verschil tussen de administratie en de aangiften omzetbelasting niet op, omdat de reconstructie niet is gebaseerd op onderliggende administratieve bescheiden (zoals facturen). De accountant wist in elk geval vanaf begin 2014 dat de administratie niet aansloot op de ob-aangiften en wist vanaf mei 2014 dat er een fiscaal onderzoek liep naar de ob-aangiften. Desondanks heeft hij als bestuurder nagelaten de verschillen te voorkomen dan wel op te lossen, bijvoorbeeld door een rondrekening te maken, specialisten in te huren of de verschillen te analyseren.

Hij heeft er geen aanvaardbaar excuus voor. Hij zegt dat hij vooral bezig was met de verdere uitbouw en groei van de ondernemingen en niet met het doen van ob-aangiften die op de administratie aansluiten. Maar het was wel zijn taak en zijn verantwoordelijkheid om een sluitende administratie te voeren en op basis daarvan correcte aangiften te doen.

Maatregel

Tijdelijke doorhaling voor één maand.

De accountant heeft over de jaren 2014 en 2015 een fors verschil laten ontstaan en voortbestaan tussen de boekhouding en de ob-aangiften en daardoor in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Ook is meegewogen dat de accountant niet de indruk wekt dat hij zich steeds verantwoordelijk voelde voor het doen van correcte aangiften.

Annotatie Lex van Almelo

Een grootaandeelhouder annex financieel directeur van een autobedrijf is verantwoordelijk voor de financiële administratie en de ob-aangiften. In vier jaar tijd geeft het bedrijf bijna zes ton minder aan ob aan dan volgens de administratie zou moeten. De dga is registeraccountant en het OM treft een schikking met hem, waarna de strafzaak tegen hem wordt geseponeerd. De zaak komt dus niet voor de rechter, zodat niet duidelijk wordt of de accountant opzettelijk te weinig aangifte heeft gedaan dan wel dat er sprake was van ‘voorwaardelijke opzet’ (een variant, waarbij de dader de aanmerkelijke kans aanvaardt dat er een strafbaar feit wordt gepleegd).

Het OM heeft zich bij de schikking het recht voorbehouden een tuchtklacht in te dienen. Een loze kreet, want je kunt dit klachtrecht namelijk niet ‘wegcontracteren’, dus het OM behield die bevoegdheid hoe dan ook. In de tuchtklacht (over de laatste twee jaar en 3,5 ton) beticht het OM de accountant niet van opzet, maar van voorwaardelijke opzet. Ook bij voorwaardelijke opzet zou de accountant het integriteitsbeginsel hebben geschonden. De Accountantskamer waagt zich echter niet aan een oordeel over de gradatie van de opzet. Omdat de rechter er geen uitspraak over heeft gedaan en het OM niet van opzet spreekt, vindt de tuchtrechter opzet niet aannemelijk. Daardoor heeft de accountant niet het integriteitsbeginsel geschonden. Het OM lijkt hiermee in het mes van de eigen schikking te vallen.

Uiteraard komt de accountant er niet mee weg. Hij wist van de enorme kloof tussen de aangegeven en de administratieve omzet. Hij had dus maatregelen moeten treffen om dit gat te dichten. Door dat niet te doen, heeft hij het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden. De douw die hij krijgt, valt niet anders uit dan je zou verwachten bij opzettelijk foute aangifte, zie bijvoorbeeld hier.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.