Tuchtrecht

Persoonlijke of vaktechnische betrokkenheid niet aangetoond

Een accountant moet persoonlijk betrokken of vaktechnisch verantwoordelijk zijn voor een dossier wil hij of zij daarop tuchtrechtelijk kunnen worden aangesproken, zo zegt de tuchtrechter maar weer eens.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
20/510 en 21/293
Datum uitspraak:
12 juli 2022
Oordeel:
hoger beroepen ongegrond, klachten ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2022:408 , ECLI:NL:CBB:2022:409

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant werkt als accountant in business voor een holding met drie werkmaatschappijen. De ‘groep’ verleent administratieve diensten aan alternatieve investeringsfondsen en stelt rapportages en jaarrekeningen op. De werkmaatschappijen treden ook op als bewaarder in de zin van de Alternative Investment Fund Managers Directive of als bestuurder van entiteiten die het juridisch eigendom beheren van fondsactiva.

De accountant werkt tot 2014 voor een groot aantal cliëntvennootschappen van de groep en controleert intern de juistheid en de volledigheid van de opgestelde jaarrekeningen. Vanaf 2014 gaat zij voor tweederde van haar dienstverband werken voor een werkmaatschappij, die kort daarvoor is opgericht. Vanaf 1 januari 2018 is zij tevens lid van het managementteam van één van de werkmaatschappijen.

Een Inc. wil in de Verenigde Staten van Amerika een biologische laagcalorische frisdrank op de markt brengen. De Inc. is eigendom van een bv, waarvan een dga 60 procent van de aandelen bezit. De rest van de aandelen is in handen van andere aandeelhouders en een mede-dga, die indirect bestuurder/aandeelhouder is.

De directeur van de Inc.-bv maakt de jaarrekening 2016 op van deze bv. De jaarrekening is in november 2017 vastgesteld en bij de KvK gedeponeerd. De Inc.-bv wordt in juni 2019 geliquideerd na een besluit van de aandeelhouders. De 60 procents-dga  - zelf ook registeraccountant - zegt dat hij hierdoor schade heeft geleden en dient een klacht in tegen de accountant in business.

In januari 2020 dient de 60-procents-dga een tuchtklacht in, waarbij hij erover klaagt dat de accountant:

  • heeft nagelaten eenvoudige controlewerkzaamheden uit te voeren met betrekking tot de deelneming die wordt vermeld in de jaarrekening 2016 van de Inc.-eigenaar;
  • twee foute vermeldingen over het hoofd heeft gezien;
  • geen navraag heeft gedaan naar de juridische strijd, die in de jaarrekening wordt gepresenteerd, maar volgens de klager helemaal niet bestond;
  • geen navraag heeft gedaan naar de facturen ad 35.093 dollar die samenhingen met dat juridisch conflict;
  • bij het samenstellen van de jaarrekening 2016 geen onderzoek heeft gedaan naar het vermeende faillissement van de deelneming.

Als de Accountantskamer de klacht ongegrond verklaart, gaat de dga hiertegen in hoger beroep (20/510). Daarna dient hij een tweede klacht (21/293) in. Volgens deze klacht heeft de accountant in de procedure over de eerste klacht onjuistheden gedebiteerd in haar verweerschrift. Hij klaagt er met name over dat de accountant:

a. door de eerste klacht wist van directiefraude in haar organisatie en dat de jaarrekening 2016 een onjuist en geen getrouw beeld gaf, maar niettemin heeft nagelaten de NV NOCLAR toe te passen, op maatregelen aan te dringen binnen en/of buiten haar organisatie, te voorzien in een melding, zelf maatregelen te nemen, dan wel andere accountants in te lichten;

b. na een interne bespreking van de eerste klacht haar leidinggevenden heeft verdedigd en met hen heeft samengespannen in plaats van zich van hen te distantiëren;

c. willens en wetens tegen de grondslag van de NV NOCLAR in heeft gehandeld door actief mee te werken aan het tot stand komen van onjuiste informatie.

De Accountantskamer verklaart ook deze klacht volledig ongegrond. (De uitspraak is niet gepubliceerd, maar wordt weergegeven door het college).

Hogerberoepsgronden

Eerste klacht (20/510)

De Accountantskamer heeft ten onrechte:

  1. vastgesteld dat niet is gebleken dat de accountant persoonlijk betrokken is geweest bij het opstellen van de jaarrekening 2016;
  2. geoordeeld dat de accountant als enige accountant die verbonden is aan de Inc.-bv en de groep niet verantwoordelijk is voor de jaarrekening 2016.

Tweede klacht (21/293)

De Accountantskamer heeft de klacht ten onrechte ongegrond verklaard.

Oordeel

De  hoger beroepen zijn ongegrond.

Eerste klacht (20/510)

Ad 1 Persoonlijke betrokkenheid

In hoger beroep heeft de dga geen nieuwe feiten en/of omstandigheden aangevoerd waaruit zou blijken dat de Accountantskamer er op dit punt naast zit. Bovendien heeft hij op de zitting erkend dat hij de persoonlijke betrokkenheid van de accountant niet kan bewijzen.

Ad 2 Verantwoordelijkheid accountant

Het is vaste jurisprudentie van de Accountantskamer en het College van Beroep voor het bedrijfsleven dat handelingen slechts tuchtrechtelijk verwijtbaar kunnen zijn als een accountant:

  • die handelingen in persoon heeft verricht of nagelaten; of
  • daarvoor als direct verantwoordelijke aanspreekbaar is.

Volgens de dga is de bv dan wel zijn de drie werkmaatschappijen tezamen in feite een accountantskantoor met de accountant als dagelijks beleidsbepaler. De accountant is daarom verantwoordelijk voor de jaarrekening op grond van de Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van aan assurance verwante opdrachten (NVAK-aav (RA’s)) en de Tijdelijke nadere voorschriften kwaliteitssystemen (Tijdelijke NVKS). Volgens de dga is de dagelijks beleidsbepaler van een accountantskantoor wettelijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de jaarrekening, ongeacht of zij wel of niet persoonlijk betrokken is geweest bij het desbetreffende dossier.

Het college vindt deze aantijging een ongeoorloofde uitbreiding van de klacht in hoger beroep. Het college gaat daarom niet inhoudelijk in op de stelling of de bv of de groep van de accountant is aan te merken als een accountantskantoor.

Tweede klacht (21/293)

Op de zitting bij de Accountantskamer in de tuchtprocedure over de eerste klacht heeft de dga zijn pleitnota overgelegd met een bijlage die de Accountantskamer niet accepteert. In die bijlage somt de dga een reeks vermeende onjuistheden op. In hoger beroep komt de dga opnieuw met deze bijlage op de proppen en herhaalt een deel van de vermeende onjuistheden onder het mom dat de accountant die niet had mogen opnemen in haar verweerschrift. De dga licht die onjuistheden op een andere manier toe dan bij de Accountantskamer.

Het college ziet dit als een ongeoorloofde aanvulling of uitbreiding van de klacht. Het verwijt dat de accountant in het verweerschrift voor de Accountantskamer onjuistheden heeft genoteerd, is niet te herleiden tot de oorspronkelijke klacht en wordt buiten beschouwing gelaten.

Of de stellingen die de dga in zijn klaagschrift noemt nu wel of niet onjuist zijn - volgens vaste jurisprudentie van het college mag een accountant in een zakelijk conflict in beginsel een verdedigbaar civielrechtelijk standpunt aan zijn wederpartij kenbaar maken, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden (vergelijk deze uitspraak en deze uitspraak van het college uit 2017 respectievelijk 2018). Deze maatstaf is ook van toepassing in een situatie als deze, waarbij het handelen van een accountant in een eerder tegen haar gevoerde tuchtrechtelijke procedure onderwerp is van een nieuwe klacht (vergelijk deze uitspraak van het college uit 2021).

Bijzondere omstandigheden doen zich onder meer voor als de accountant bewust een onjuist of misleidend standpunt inneemt of haar/hem in sterke mate kan worden verweten dat zij/hij een onjuist of misleidend standpunt betrekt. De Accountantskamer heeft terecht geoordeeld dat de dga niet aannemelijk heeft gemaakt dat de standpunten in het verweerschrift tegen de eerste klacht bewust onjuist of misleidend zijn. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die maken dat zij zich anders had moeten opstellen in die tuchtprocedure.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

Een Inc. wil in de Verenigde Staten een biologische frisdrank met weinig calorieën op de markt brengen. Een dga heeft 60 procent van de aandelen in de bv die eigenaar is van deze Inc. Als andere aandeelhouders besluiten deze bv te liquideren, richt de teleurgestelde dga zijn pijlen op de jaarrekening en op de accountant die verantwoordelijk zou zijn voor de onjuistheden in de jaarrekening.

Deze accountant in business is weliswaar verbonden aan de dienstverlenende onderneming die de jaarrekening heeft opgesteld. Zij was daarbij echter niet persoonlijk of vaktechnisch betrokken. De klager erkent op de zitting bij de tuchtrechter dat hij niet kan aantonen dat zij dit wél is. Het hoger beroep is daarom kansloos.

De dga dient dan een tweede klacht tegen de accountant in. Daarbij gebruikt hij een bijlage die de Accountantskamer niet accepteerde in de procedure over de eerste klacht. In hoger beroep stelt de dga dat de accountant deze onjuistheden heeft opgenomen in haar verweerschrift. Afgewezen stellingen in hoger beroep in een nieuw jasje steken, is feitelijk de klacht uitbreiden en dat mag niet. Het college gaat dus niet inhoudelijk in op de hogerberoepsgronden.

Opvallend is dat de advocaat die de klager bijstond bij de eerste klacht niet bij deze tweede klacht is betrokken. Kennelijk wilde de raadsman zich niet inlaten met deze frivole klacht. Het hoger beroep tegen de ongegrondverklaring van deze klacht is – niet verrassend – eveneens ongegrond. Het college onderstreept daarbij dat je als accountant in beginsel alles in jouw verweerschrift mag zetten, zolang je maar niet bewust liegt of de tuchtrechter opzettelijk misleidt.

Helaas gaat het college niet inhoudelijk in op de stelling van de dga dat het bedrijf van de accountant gezien de administratieve dienstverlening en het opstellen van rapportage en jaarrekeningen is aan te merken als een accountantskantoor. Daardoor blijft ook onduidelijk of de accountant als dagelijks beleidsbepaler wellicht toch tuchtrechtelijk op dossierniveau verantwoordelijk is voor de jaarrekening via de band van het kwaliteitsstelsel en de NVAK-aav.

In 2021 haalde het college een streep door de waarschuwing voor de voorzitter van EY Accountants als verantwoordelijke voor het stelsel van kwaliteitsbeheersing. In de ogen van het college functioneerde dat stelsel goed. De voorzitter/registeraccountant was de dagelijkse beleidsbepaler van een accountantskantoor. Dat de accountant in business dat in deze zaak ook is, staat allerminst vast.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.