Witwassen

De Wwft is dood, lang leve AMLR!

"De Wwft is dood, lang leve AMLR!". Het klinkt als een retorische overdrijving, maar voor de accountancypraktijk is dit minder symbolisch dan het lijkt. Met het nieuwe Europese AML‑pakket verschuift het zwaartepunt van nationale interpretatie naar een rechtstreeks werkend Europees regelboek. Waarom accountants nu moeten schakelen.

Eric Mantelaers 

Waar de huidige Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) het resultaat is van nationale implementatie van zes opeenvolgende Europese anti-witwasrichtlijnen, wordt de wetgeving nu vastgelegd in uniforme, bindende regels die vanaf 10 juli 2027 in de gehele EU op gelijke wijze gelden. Voor accountants betekent dit een fundamentele verandering in hoe witwasrisico's worden benaderd. Niet omdat het vakgebied ineens volledig anders wordt. Kernprincipes zoals cliëntonderzoek, meldplicht en risicogericht werken blijven immers bestaan, maar omdat de ruimte om die principes zelf in te vullen aanzienlijk kleiner wordt.

Waar de Wwft nog ruimte liet voor professionele oordeelsvorming en nationale duiding, zet de AML‑verordening in op harmonisatie, standaardisatie en aantoonbare naleving. Deze verschuiving raakt de kern van de accountancypraktijk. De rol van accountant als poortwachter wordt nadrukkelijker en zwaarder aangezet. Toezicht wordt consistenter en minder afhankelijk van nationale interpretaties. En compliance verschuift van een deels principle‑based aanpak naar een model waarin processen, keuzes en afwegingen expliciet moeten worden vastgelegd en onderbouwd. De centrale vraag is dan ook niet óf accountants moeten veranderen, maar hoe snel en in welke mate. Want organisaties die hun Wwft‑inrichting één op één willen door-vertalen naar de nieuwe situatie, zullen al snel constateren dat dit onvoldoende is. Het AML‑pakket vraagt om herijking van beleid, governance en praktijk en daarmee om een andere manier van kijken naar risico, verantwoordelijkheid en professionele ruimte.

Verschillen

In dit artikel wordt geanalyseerd wat de overgang van Wwft naar AMLR (Anti-Money Laundering Regulation) en het bredere AML‑pakket concreet betekent voor accountants. In de overgang van Wwft naar Europese AML‑verordening (AMLR) vallen met name de volgende verschillen op:

  1. Overgang van nationale wetgeving, gebaseerd op Europese richtlijnen, naar een direct werkende Europese verordening (single rulebook);
  2. Wegvallen van nationale interpretatieruimte en verschuiving naar uniforme, geharmoniseerde regels;
  3. Beweging van een principlebased naar een meer rule‑ en evidence based compliance-kader;
  4. Verder uitgewerkte en minder flexibele invulling van cliëntonderzoek (CDD);
  5. Verschuiving van UBO‑vaststelling naar actieve verificatie en controle van eigendomsstructuren;
  6. Ontwikkeling van een open risicobenadering naar een geformaliseerde en toetsbare risicoanalyse (businesswide risk assessment);
  7. Duidelijke verzwaring van eisen aan governance, interne beheersing en compliance‑organisatie;
  8. Groeiende nadruk op documentatie, onderbouwing en audit trail ('aantoonbare naleving');
  9. Geharmoniseerd en minder 'interpreteerbaar' meldregime;
  10. Meer expliciete en beperktere toepassing van het beroepsgeheim binnen het AML‑kader;
  11. Verschuiving van uitsluitend nationaal toezicht naar sterkere Europese coördinatie en invloed via AMLA;
  12. Verdere integratie van sanctiewetgeving binnen het AML‑raamwerk;
  13. Verschuiving in de rol van de accountant van compliance‑uitvoerder naar actief gereguleerde poortwachter binnen een Europees stelsel;
  14. Sterk geïntensiveerd en operationeel toezicht;
  15. Verlengde en zwaardere toezichtketen;
  16. Structurele informatie- en feedbackloops (FIU/supervisor);
  17. Versterkte handhaving en persoonlijke aansprakelijkheid.

Van nationale wetgeving naar een direct werkende Europese verordening (single rulebook) (1)

Onder de Wwft werk(t)en accountants met nationale wetgeving, die de uitkomst was van Europese richtlijnen. Dat betekende in de praktijk Europese kaders, maar Nederlandse keuzes. Met de komst van de Anti‑Money Laundering Regulation (AMLR) verandert dit fundament ingrijpend. De AMLR is geen richtlijn, maar een EU‑verordening. Dat betekent dat de regels rechtstreeks van toepassing zijn op accountantskantoren (en -organisaties), zonder tussenkomst van nationale wetgeving. De kern hiervan is het zogenoemde single rulebook: één set AML‑regels die in alle lidstaten op exact dezelfde manier geldt.

"Zo doen we dat in Nederland" is straks geen zelfstandig verdedigbaar argument meer.

Wat verandert dit concreet voor accountants?

A. Nationale invulling verliest gewicht. Waar accountants nu vaak terugvallen op Nederlandse guidance (bijvoorbeeld handreikingen, Q&A’s of sectorafspraken), verschuift het zwaartepunt naar de letterlijke tekst van de AMLR en Europese standaarden. Nationale toelichtingen blijven bestaan, maar zijn niet langer leidend als zij afwijken van de verordening. Ze blijven slechts relevant voor zover ze aantoonbaar in lijn zijn met de AMLR.

"Zo doen we dat in Nederland" is straks geen zelfstandig verdedigbaar argument meer.

B. Minder ruimte voor interpretatie, meer nadruk op naleving. Onder de Wwft konden accountants binnen open normen onderbouwen waarom een bepaalde aanpak proportioneel was. Onder de AMLR wordt die ruimte kleiner. De regels zijn gedetailleerder en uniformer, waardoor de vraag vaker wordt: 'voldoen we wel of niet', in plaats van 'is dit redelijk'? Compliance verschuift van professioneel afwegen naar aantoonbaar en toetsbaar uitvoeren.

C. Toezicht wordt consistenter en daarmee voorspelbaarder, maar ook strenger. Doordat alle lidstaten hetzelfde rulebook gebruiken, kan toezicht beter worden vergeleken en geharmoniseerd. Europese toezichtconvergentie (via AMLA) betekent dat accountants minder te maken krijgen met nationale stijlverschillen. Wat in Duitsland of Frankrijk als minimum geldt, kan ook de maatstaf voor Nederland worden.

D. Europese uitleg weegt zwaarder dan nationale praktijk. Bij onduidelijkheden worden Europese richtsnoeren, technische standaarden en interpretaties bepalend. Dat vraagt van accountants dat zij hun blik verbreden van nationale guidance naar continue monitoring van Europese ontwikkelingen. De compliance‑functie krijgt een internationaler karakter.

E. Minder maatwerk voor kleinere kantoren. Waar de Wwft ruimte liet om verplichtingen proportioneel in te richten, geldt onder de AMLR vaker: zelfde regel, andere schaal. Kleine en middelgrote accountantskantoren krijgen dus relatief zwaardere lasten, omdat het regelkader niet langer nationaal kan worden ‘geschaald’. De kloof tussen grote en kleine kantoren kan hierdoor toenemen.

Niet slechts een theoretische wijziging

Deze overgang raakt niet alleen de juridische vorm, maar de dagelijkse praktijk van accountants. Het bepaalt hoe CDD‑dossiers moeten worden ingericht, hoeveel ruimte er is voor professionele afwegingen, hoe toezicht plaatsvindt en hoe verdedigbaar keuzes achteraf zijn.

De invoering van de AMLR betekent dat accountants niet langer primair compliant moeten zijn met 'de Nederlandse Wwft‑praktijk', maar met een rechtstreeks afdwingbaar Europees regelboek. Dat vraagt om andere keuzes, andere documentatie en een andere houding ten opzichte van toezicht en interpretatie.

Van nationale interpretatieruimte naar uniforme, geharmoniseerde regels (2)

Waar de AMLR in de kern zorgt voor één Europees regelboek, zit de échte impact voor accountants in wat daarmee verdwijnt: de ruimte om die regels nationaal en professioneel in te kleuren. Onder de Wwft speelde interpretatie van open normen een cruciale rol. Accountants pasten open normen toe in de context van hun praktijk, ondersteund door nationale guidance en sectorgebruik. Juist die ruimte wordt onder het nieuwe kader structureel ingeperkt door gedetailleerde en uniforme regels.

Wat verandert dit concreet in de praktijk?

De nadruk verschuift van plausibel onderbouwen naar concreet aantonen van naleving.

A. Minder ruimte voor 'redelijke invulling'. Onder de Wwft kon een accountant onderbouwen dat een bepaalde aanpak passend was bij het risico van de cliënt. Die redenering, mits goed gedocumenteerd, volstond vaak. Onder de AMLR verschuift dit naar een model waarin de vraag is: is voldaan aan de geharmoniseerde norm, ja of nee? De nadruk verschuift van plausibel onderbouwen naar concreet aantonen van naleving.

B. Einde aan nationale verschillen in toepassing. Waar nu nog verschillen bestaan tussen landen (bijvoorbeeld in hoe streng CDD wordt ingevuld of hoe meldcriteria worden toegepast), worden die verschillen onder de AMLR systematisch weggewerkt. Voor accountants betekent dit dat de 'Nederlandse praktijk' niet langer een referentiepunt is; de norm wordt Europees bepaald.

C. Professioneel oordeel wordt ingeperkt, maar niet irrelevant. Het professioneel oordeel van de accountant blijft bestaan, maar verandert van karakter. Onder de Wwft: ruimte voor eigen invulling binnen open normen. Onder de AMLR: toepassing van concrete regels op specifieke situaties. Het oordeel verschuift van beleidsmatig naar operationeel en toetsbaar.

D. Minder ruimte voor pragmatische oplossingen. In de Wwft‑praktijk ontstonden vaak werkbare oplossingen voor complexe situaties (bijvoorbeeld bij lastig vast te stellen UBO‑structuren of cliënten met beperkte documentatie). Onder de AMLR wordt het moeilijker om hiervan af te wijken, omdat de norm uniform geldt. Praktische oplossingen lijken mogelijk te blijven, als en voor zover zij expliciet binnen het Europese kader van de AMLR passen. 'Pragmatisch maar verdedigbaar' maakt plaats voor 'volledig en conform'.

E. Toezicht wordt minder discussiemodel, meer toetsingsmodel. Onder de Wwft bestond toezicht vaak uit dialoog. Heeft het kantoor het risico redelijk ingeschat en passende maatregelen genomen? Onder de AMLR verschuift dit naar een meer objectieve toetsing aan vaste normen. Minder ruimte voor interpretatieve discussies, meer nadruk op feitelijke tekortkomingen.

Wat betekent dit voor accountants?

De praktische consequentie is dat accountants hun werkwijze moeten aanpassen op drie niveaus:

Dossiers: Minder narratief ("dit vonden wij passend"), meer gestructureerd en volledig volgens vaste eisen.

Procesinrichting: Minder ruimte voor uitzonderingen, meer behoefte aan gestandaardiseerde procedures.

Verdedigbaarheid: Niet langer gebaseerd op redelijkheid, maar op aantoonbare compliance met uniforme regels.

De grootste spanning zit erin dat accountancy traditioneel leunt op professioneel oordeel en proportionaliteit. De AMLR beweegt nadrukkelijk de andere kant op: uniformiteit en afdwingbaarheid. Dat leidt tot een praktijk waarin vergelijkbare cliënten ook daadwerkelijk vergelijkbaar behandeld moeten worden. Afwijkingen moeten expliciet worden gemotiveerd én onderbouwd en toezicht laat minder ruimte voor interpretatieverschillen. Risicodifferentiatie blijft mogelijk, maar vooral binnen de 'inhoudelijke' uitvoering, niet meer in de inrichting van het proces zelf.

Van principle‑based naar een meer rule‑based compliance-kader (3)

Waar onder de Wwft sprake was van een principlebased benadering, verschuift het AML‑kader met de invoering van de AMLR duidelijk richting een meer rulebased systeem. Dat lijkt op het eerste gezicht een subtiel verschil, maar heeft in de praktijk ingrijpende gevolgen voor hoe accountants hun werk uitvoeren, onderbouwen en verdedigen.

Wat verandert dit concreet voor accountants?

A. Van 'wat is passend?' naar 'wat is vereist?'. Onder de Wwft stond vaak centraal: welke diepgang van onderzoek is proportioneel, gegeven het risico? Onder de AMLR verschuift dit naar: welke specifieke stappen moeten verplicht worden gezet? De beoordelingsvraag verschuift van inhoudelijk naar normatief.

B. Meer vooraf vastgelegde stappen in plaats van maatwerk. Waar accountants onder de Wwft hun CDD‑proces konden afstemmen op de cliënt, schrijft de AMLR gedetailleerder voor welke gegevens moeten worden verzameld, welke verificaties moeten plaatsvinden en wanneer aanvullende maatregelen verplicht zijn. Onder de AMLR ligt het CDD‑proces grotendeels vast in vooraf gedefinieerde stappen. Risicodifferentiatie blijft mogelijk, maar vooral binnen de uitvoering van die stappen, niet meer in de inrichting van het proces zelf. De ruimte om het proces per cliënt wezenlijk aan te passen neemt af.

C. Minder ruimte om risico laag in te schatten als grond voor vereenvoudiging. In een principle‑based kader kon een laag risicoprofiel leiden tot beperkte uitvraag of lichtere verificatie. In een rule‑based kader blijft risicodifferentiatie bestaan, maar binnen strakker afgebakende grenzen. 'Laag risico' betekent minder vaak: 'minder werk'.

D. Standaardisatie van dossiers en werkprocessen. Door de meer gedetailleerde regels ontstaat in de praktijk meer uniformiteit in dossiers, minder variatie tussen dossiers van verschillende medewerkers en een grotere rol voor templates, checklists en vaste workflows. Het compliance‑proces wordt meer geprotocolleerd.

E. Minder ex‑post verdediging, meer ex‑ante inrichting. Onder de huidige Wwft-wetgeving waren processen ook al vooraf ingericht voor bijvoorbeeld de CDD. Ook toen kon je daar niet zomaar van afwijken, als dat je uitkwam. Als je iets had opgeschreven, moest je dat nakomen, tenzij je gemotiveerd kon uitleggen waarom je ervan bent afgeweken. Onder de Wwft kon een accountant achteraf uitleggen waarom een bepaalde aanpak verdedigbaar was. Onder de AMLR wordt (nog meer) verwacht dat processen vooraf zo zijn ingericht dat ze automatisch voldoen aan de regels. De nadruk verschuift van uitleg naar inrichting.

F. Grotere afhankelijkheid van systemen en tooling. Een rule‑based kader leent zich minder voor individuele afweging en meer voor geautomatiseerde checks, workflowmanagement en standaardisatie van besluitvorming. Accountantskantoren zullen meer moeten investeren in compliance‑software en gestructureerde dataverzameling.

Wat betekent dit voor de dagelijkse praktijk?

De kern van de impact zit niet alleen in strengere regels, maar in een andere manier van werken. Accountants worden gedwongen om hun processen zo in te richten dat naleving reproduceerbaar is, keuzes consistent zijn en verschillen tussen dossiers verklaarbaar en onderbouwd zijn.

Een minder flexibele invulling van cliëntonderzoek (CDD) (4)

De verschuiving naar een meer rule‑based kader wordt voor accountants het meest tastbaar in het cliëntonderzoek (CDD). Waar de Wwft ruimte liet voor maatwerk in diepgang en uitvoering van het onderzoek, zet de AMLR in op een meer gedetailleerde, expliciet omschreven en minder flexibel toepasbare CDD‑systematiek.

Wat verandert concreet in het CDDproces?

A. Identificatie en verificatie worden formeler en minder discretionair. Onder de Wwft kon in de praktijk nog worden gewerkt met verschillende vormen van bewijs en pragmatische oplossingen bij beperkte informatie. Onder de AMLR worden de eisen aan welke gegevens moeten worden verzameld en hoe deze moeten worden geverifieerd, duidelijker en strikter voorgeschreven. Documenten en bronnen moeten niet alleen aanwezig zijn, maar ook controleerbaar en verifieerbaar volgens vaste normen.

B. Doel en aard van de cliëntrelatie moeten explicieter worden vastgesteld. Waar dit onder de Wwft vaak summier werd vastgelegd ('boekhouding en samenstelwerkzaamheden'), verwacht de AMLR een concretere en inhoudelijke onderbouwing van waarom de cliënt de dienstverlening afneem, welke activiteiten worden verwacht en hoe dit zich verhoudt tot het risicoprofiel. Algemene omschrijvingen volstaan minder; de relatie moet inhoudelijk worden begrepen en gedocumenteerd.

C. Herkomst van middelen en vermogen krijgt meer nadruk. Onder de Wwft werd dit vaak alleen verdiept onderzocht bij verhoogd risico (denk aan PEP's en ongebruikelijke transacties). Onder de AMLR verschuift dit naar een bredere verplichting om de oorsprong van geldstromen en vermogen beter te begrijpen, ook buiten evidente risicogevallen. Accountants zullen vaker vragen moeten stellen over financiering, onderliggende documentatie moeten opvragen en verbanden moeten leggen met de activiteiten van de cliënt. Uiteraard moet dit alles ook worden gedocumenteerd.

D. Doorlopende monitoring wordt intensiever en minder vrijblijvend. CDD stopt niet bij acceptatie. Onder de AMLR wordt de verplichting tot doorlopende monitoring van de cliëntrelatie en actualisatie van gegevens strakker vormgegeven (1 jaar voor hoog-risico klanten en 5 jaar voor overige klanten). In de praktijk betekent dit minder statische dossiers, meer periodieke updates en actieve signalering van afwijkingen.

E. Minder ruimte voor vereenvoudigd cliëntonderzoek (simplified due diligence). Waar accountants onder de Wwft bij laag risico vaak pragmatisch werkten (beperkte gegevens, beperkte verificatie), wordt deze ruimte onder de AMLR nauwer afgebakend en strikter gekoppeld aan vooraf bepaalde criteria. 'Laag risico' leidt minder snel tot een wezenlijk lichtere aanpak.

F. Complexere structuren vragen om diepgaander analyse. Bij cliënten met internationale structuren, meerdere entiteiten en ondoorzichtige eigendomsverhoudingen wordt onder de AMLR expliciet verwacht dat de accountant de structuur werkelijk begrijpt, verbanden kan uitleggen en risico's kan onderbouwen. Niet alleen vaststellen wie betrokken is, maar ook hoe de constructie functioneert.

Wat betekent dit voor de dagelijkse praktijk?

Voor accountants vertaalt deze ontwikkeling zich direct naar hun werk:

  • Cliëntacceptatie duurt langer en wordt intensiever
  • Meer informatie moet worden opgevraagd en gecontroleerd
  • Cliëntgesprekken worden inhoudelijker (niet alleen administratief)
  • Dossiers groeien in omvang en detail
  • Standaardvragenlijsten nemen toe in belang.

Praktische voorbeelden

In geval van meerdere nationaliteiten moet dit worden vermeld in het CDD-onderzoek (1 nationaliteit: kopie ID opnemen in dossier). Beroep natuurlijke persoon vermelden. Pseudo-UBO wordt uitgebreid naar 'tweede echelon.

Voor cliënten betekent dit merkbaar meer vragen, minder ruimte voor informele of summiere toelichting en grotere belasting bij onboarding en periodieke reviews.

Van UBO‑vaststelling naar actieve verificatie en controle van eigendomsstructuren (5)

Onder de Wwft lag de nadruk op het identificeren van de UBO, veelal op basis van informatie van de cliënt, aangevuld met beperkte verificatie. In de praktijk werd daarbij regelmatig gesteund op verklaringen van de cliënt zelf. De AMLR verschuift dit naar een actieve verificatieplicht. Het volstaat niet langer om de UBO vast te stellen. De accountant moet de juistheid van de UBO aantoonbaar controleren, informatie spiegelen aan registers en externe bronnen en actief optreden bij inconsistenties (inclusief discrepantiemeldingen). Concreet betekent dit voor accountants: van "wie is de UBO?" naar "kunnen wij aantonen dat deze UBO klopt en de structuur begrijpen?".

Van een open risicobenadering naar een geformaliseerde en toetsbare risicoanalyse (businesswide risk assessment) (6)

Onder de Wwft waren accountants verplicht risico's in kaart te brengen, maar de wijze waarop dit gebeurde was vaak vrij in te vullen. Veel kantoren hanteerden eigen modellen of beperkte documentatie, zolang de gedachtegang maar verdedigbaar was. De AMLR maakt hier een einde aan, door het verplichtstellen van een geformaliseerde en gedocumenteerde businesswide risk assessment (BWRA), wat een structurele vertaling is van een algemene (open) risicovisie naar een geformaliseerde en toetsbare analyse, waarmee een organisatie objectief aantoont hoe zij haar specifieke integriteitsrisico's beheerst.

Accountants moeten hun risicoanalyse structureel vastleggen op organisatieniveau (niet alleen per cliënt), baseren op vaste categorieën cliënten, diensten, geografische risico's en distributiekanalen.

Wat verandert in de praktijk?

Geen impliciete risico-inschatting meer. Alles moet expliciet en vastgelegd zijn. Minder ruimte voor individuele beoordeling per dossier zonder koppeling aan BWRA. Van "wij begrijpen onze risico's" naar "wij kunnen aantonen hoe onze risicoanalyse is opgebouwd en hoe deze doorwerkt in elk dossier en proces".

Accountant, bereid je voor!

  • Start met de voorbereiding van de AMLR-wijzigingen (aanpassen beleid, procedures enz.)
  • Geen overgangsrecht (bestaande klanten: binnen 1 jaar na 10 juli 2027 conform ALMR-vereisten, overige klanten 5 jaar na 10 juli 2027 de tijd). Nieuwe klanten per 10 juli 2027: AMLR
  • Er worden meer datapunten uitgevraagd door de toezichthouders, zodat zij jaarlijkse risicobeoordelingen kunnen uitvoeren (IT-systemen en data voorbereiden)
  • UBO % naar 25% of meer. Dit betekent dat van meer klanten de UBO-gegevens moeten worden vastgelegd
  • Zwaardere opleidingseisen (artikel 12 AMLR) en doorlichting (artikel 13 AMLR)
  • Informeer je medewerkers over de AMLR-wijzigingen
  • Stel een compliance officer en auditor aan
  • Uitbesteding melden aan BFT voor 10 juli 2027 ('gebruik systemen' is geen uitbesteding. Zie artikel 18 AMLR).

Verzwaring van eisen aan governance, interne beheersing en compliance‑organisatie (7)

Onder de Wwft waren eisen aan governance en interne beheersing aanwezig, maar vaak principle‑based ingevuld en in de praktijk beperkt uitgewerkt. De AMLR stelt hieraan expliciete en zwaardere eisen. Accountants moeten:

  • beschikken over een formele compliance‑functie
  • duidelijke verantwoordelijkheden bij bestuur en management vastleggen
  • een intern controlesysteem inrichten en laten functioneren
  • zorgen voor periodieke training van medewerkers
  • beleid en procedures actief monitoren en evalueren.
Vooral kleinere kantoren zullen hun compliance-organisatie moeten opschalen.

Wat verandert in de praktijk?

Van informeel ingerichte compliance naar gestructureerde organisatie‑inrichting. Minder afhankelijk van individuele kennis, meer afhankelijk van geformaliseerde rollen en functies. Interne controle moet niet alleen bestaan, maar aantoonbaar werken. Vooral kleinere kantoren zullen hun compliance‑organisatie moeten opschalen. Van "we hebben beleid" naar "we hebben een aantoonbaar werkende compliance‑organisatie met duidelijke verantwoordelijkheden en controlemechanismen".

Groeiende nadruk op documentatie, onderbouwing en audit trail ('aantoonbare naleving') (8)

Onder de Wwft was documentatie verplicht, maar in de praktijk vaak samenvattend of beperkt uitgewerkt, zolang de onderliggende redenering verdedigbaar was. De AMLR legt de nadruk op volledige, gestructureerde en controleerbare vastlegging van alle relevante stappen en beslissingen.

Accountants moeten keuzes en afwegingen expliciet vastleggen en onderbouwen en zorgen voor een volledige audit trail van cliëntacceptatie, CDD‑stappen (inclusief onderzoek en vastlegging Sanctiewetgeving), risicobeoordelingen en monitoring en updates. Ook moeten zij kunnen aantonen hoe informatie is verkregen, beoordeeld en gebruikt.

Wat verandert in de praktijk?

Van minder beknopte dossiers naar meer gedetailleerde vastlegging per stap. Geen impliciete aannames meer. Dossiers moeten direct toetsbaar zijn zonder aanvullende toelichting (dossiers moeten zelfstandig kunnen worden beoordeeld). Van 'voldoende vastgelegd' naar 'volledig, herleidbaar en controleerbaar vastgelegd'.

Een geharmoniseerd en minder ’interpreteerbaar’ meldregime (9)

Onder de Wwft geldt een meldplicht voor ongebruikelijke transacties. Dit is een signalerend systeem. Zodra een transactie afwijkt van het normale patroon of aan indicatoren voldoet, moet deze worden gemeld, ook als nog niet duidelijk is of daadwerkelijk sprake is van witwassen. De AMLR verschuift de focus naar verdachte transacties. Daarbij staat centraal of er een reden is om te vermoeden dat sprake is van witwassen of terrorismefinanciering.

Wat betekent 'verdacht'?

Een transactie is verdacht als de accountant inhoudelijke signalen ziet die wijzen op witwasrisico en verbanden legt tussen transacties, cliëntgedrag en structuur of herkomst van middelen, op basis van zijn analyse redelijkerwijs vermoedt dat er iets niet klopt. Het gaat dus niet meer primair om afwijking, maar om duiding en samenhang.

De accountant komt tot een vermoeden van een verdachte transactie door het combineren van cliëntonderzoek en doorlopende monitoring. Verdachtheid ontstaat niet door één signaal, maar door patronen, afwijkingen en logische verbanden die niet kloppen en vragen oproepen.

Wat verandert ten opzichte van 'ongebruikelijk'?

De accountant moet kunnen onderbouwen waarom sprake is van een vermoeden van witwassen.

Onder de Wwft volstaat het om een transactie te melden zodra deze afwijkt van het normale patroon of aan indicatoren voldoet, ook zonder concrete aanwijzing van witwassen. Onder de AMLR verschuift dit naar een inhoudelijker drempel. De accountant moet kunnen onderbouwen waarom sprake is van een vermoeden van witwassen. Daarmee verschuift de meldplicht van signaleren naar duiden en onderbouwen en wordt analyse bepalend, in plaats van alleen het herkennen van afwijkingen.

Accountants gaan van het signaleren van afwijkingen (ongebruikelijk) naar het onderbouwen van een vermoeden (verdacht). Hoewel aanvankelijk gedacht werd dat we minder zouden gaan melden, lijkt dit zeker niet het geval. Omdat het niet melden van een achteraf bewezen verdachte transactie leidt tot zware boetes en reputatieschade, zullen instellingen bij twijfel wellicht juist eerder melden om hun eigen risico af te dekken.

Een meer expliciete en beperktere toepassing van het beroepsgeheim binnen het AML‑kader (10)

Onder de Wwft bestond ruimte om in bepaalde gevallen het beroepsgeheim zwaarder te laten wegen dan de meldplicht. In de praktijk leidde dat soms tot discussie, vooral wanneer informatie zich bevond op het snijvlak van advies en vertrouwelijkheid. De AMLR maakt die ruimte kleiner en strakker afgebakend. Het uitgangspunt verschuift duidelijk. De meldplicht staat centraal en het beroepsgeheim vormt alleen nog een uitzondering in duidelijk omlijnde situaties.

Voor accountants betekent dit dat vertrouwelijkheid minder snel een reden kan zijn om niet te melden. Zodra signalen van witwassen of verdachte transacties naar voren komen binnen reguliere werkzaamheden, weegt de meldplicht in beginsel zwaarder. Alleen in specifieke, juridisch afgebakende gevallen blijft het beroepsgeheim doorslaggevend.

In de praktijk zal dit leiden tot minder afwegingsruimte en snellere keuzes richting melden.  De kernverschuiving is dat het beroepsgeheim niet langer een brede afwegingsgrond is, maar een strikt begrensde uitzondering, binnen een systeem waarin meldplicht vooropstaat.

Van uitsluitend nationaal toezicht naar sterkere Europese coördinatie en invloed via AMLA (11)

Onder de Wwft vond toezicht plaats binnen een nationaal kader, met toezichthouders als BFT en AFM die hun eigen toezichtpraktijk en accenten ontwikkelden. Dit leidde in de praktijk tot verschillen in benadering en interpretatie, maar ook tot een zekere voorspelbaarheid binnen de Nederlandse context. Met de invoering van het AML‑pakket ontstaat een nieuwe realiteit. Oprichting van de Europese toezichthouder AMLA zorgt ervoor dat toezicht niet langer uitsluitend nationaal wordt ingevuld, maar steeds sterker Europees wordt aangestuurd en geharmoniseerd, waarbij de vraag is of de directe invloed van AMLA op accountants groot zal zijn.

Voor accountants betekent dit dat nationale toezichthouders hun rol behouden, maar opereren binnen een strakker Europees kader. AMLA ontwikkelt standaarden, methodieken en richtsnoeren die richtinggevend zijn voor het toezicht in alle lidstaten. Daarmee wordt de ruimte voor nationale variatie kleiner. In de praktijk zal dit leiden tot uniformere, maar ook scherpere toetsing. Verschillen tussen landen in hoe streng regels worden toegepast, zullen afnemen. Tegelijkertijd neemt de druk toe, omdat toezicht minder afhankelijk wordt van nationale interpretaties en meer wordt getoetst aan Europese maatstaven.

De kern van de verandering is dat accountants niet langer alleen te maken hebben met 'hun' nationale toezichthouder, maar met een systeem waarin Europese consistentie en vergelijkbaarheid centraal staan. Dat maakt toezicht voorspelbaarder, maar ook minder flexibel en potentieel intensiever. Denk hierbij aan de opschortingsbevoegdheid van de FIU. Die gaat al gelden per 1 juli aanstaande. Verwacht wordt dat buitenlandse FIU's hier na 10 juli 2027 meer gebruik van gaan maken.

Verdere integratie van sanctiewetgeving binnen het AML‑raamwerk (12)

Onder de Wwft werd sanctiewetgeving vaak als een apart compliance‑domein behandeld, met eigen processen en controles naast het AML‑proces. In de praktijk leidde dit regelmatig tot gescheiden werkwijzen en verantwoordelijkheden binnen kantoren. De AMLR trekt dit nadrukkelijk naar elkaar toe. Sanctierisico's worden onderdeel van het bredere AML‑kader en moeten integraal worden meegenomen in cliëntonderzoek, risicoanalyse en monitoring.

Voor accountants betekent dit dat sanctiescreening niet meer kan worden gezien als een losstaande controle. Het moet onderdeel zijn van het reguliere CDD‑proces en de doorlopende monitoring van cliënten. Daarbij gaat het niet alleen om het screenen van namen, maar om het begrijpen van structuren, tegenpartijen en geldstromen in relatie tot sanctieregels. In de praktijk leidt dit tot een meer verweven aanpak. Informatie uit sanctiescreening moet doorwerken in de risicobeoordeling en kan direct aanleiding geven tot verscherpt onderzoek of beëindiging van de relatie. Daarmee verschuift sanctiecontrole van een checkmoment naar een doorlopend aandachtspunt binnen het AML‑proces.

De kernverschuiving is dat sanctiewetgeving niet langer een parallel spoor vormt, maar geïntegreerd onderdeel wordt van het totale AML‑raamwerk en de dagelijkse praktijk van de accountant. Opgemerkt moet worden dat sanctieomzeiling kan leiden tot het doen van een melding aan FIU, wat nu overigens ook al het geval is.

Van de accountant als compliance‑uitvoerder naar actief gereguleerde poortwachter binnen een Europees stelsel (13)

Onder de Wwft werd de rol van de accountant vaak ingevuld als het naleven van regels en uitvoeren van procedures. De nadruk lag op het correct toepassen van CDD, het melden van ongebruikelijke transacties en het voldoen aan formele verplichtingen. De AMLR verschuift deze rol duidelijk. De accountant wordt nadrukkelijk gepositioneerd als actieve poortwachter (onder de Wwft vervult de accountant overigens ook al de rol van poortwachter) binnen het financiële systeem, met een eigen verantwoordelijkheid om witwasrisico's te herkennen, te duiden en daarop te handelen.

Door de Europese harmonisatie en het versterkte toezicht wordt de poortwachters-functie niet alleen belangrijker, maar ook strakker gereguleerd en intensiever gecontroleerd.

In de praktijk betekent dit dat van accountants meer wordt verwacht dan alleen het volgen van processen. Zij moeten actief verbanden leggen, risico's signaleren en hier consequenties aan verbinden, bijvoorbeeld door een cliënt niet te accepteren of een relatie te beëindigen. Daarmee wordt de rol inhoudelijk zwaarder en minder uitvoerend. Tegelijkertijd neemt de externe druk toe. Door de Europese harmonisatie en het versterkte toezicht wordt de poortwachtersfunctie niet alleen belangrijker, maar ook strakker gereguleerd en intensiever gecontroleerd. De ruimte om deze rol naar eigen inzicht in te vullen wordt kleiner, terwijl verwachtingen juist toenemen. Het gevolg is dat de accountant zich beweegt van een positie waarin compliance centraal stond, naar een positie waarin actieve risicobeheersing en maatschappelijke verantwoordelijkheid leidend zijn.

De kernverschuiving is dat de accountant niet langer alleen regels toepast, maar als gereguleerde poortwachter actief bijdraagt aan de integriteit van het financiële systeem.

Sterk geïntensiveerd en operationeel toezicht (14)

Het toezicht onder het AML‑pakket wordt niet alleen meer Europees gecoördineerd, maar ook duidelijk intensiever en operationeler. Waar toezicht onder de Wwft vaak periodiek en deels reactief was, verschuift dit naar een situatie waarin toezichthouders vaker en dieper ingrijpen. Accountants moeten rekening houden met meer directe informatieverzoeken, frequentere controles en een grotere kans op onsite inspecties. Toezicht wordt daarmee minder incidenteel en meer een doorlopende realiteit. De verandering is dat toezicht vaker, directer en inhoudelijk dieper wordt.

Verlengde en zwaardere toezichtketen (15)

In het nieuwe stelsel staat de accountant niet langer alleen onder nationaal toezicht. Er ontstaat een keten van toezicht, waarin naast de nationale toezichthouder ook Europese actoren zoals AMLA een rol spelen. Dit betekent dat beoordelingen en signalen tussen verschillende niveaus worden gedeeld en versterkt. Voor accountants leidt dit tot minder ruimte voor nationale afwijking en een groter risico dat tekortkomingen breder zichtbaar worden.

De verschuiving is dat toezicht niet meer één-op-één is, maar plaatsvindt binnen een gelaagd Europees systeem.

Structurele informatie- en feedbackloops (FIU/supervisor) (16)

Waar de meldplicht onder de Wwft vaak eenrichtingsverkeer was, introduceert het AML‑pakket (met ingang van 1 juli aanstaande) een systeem waarin autoriteiten actief informatie teruggeven en delen. Accountants krijgen vaker te maken met feedback op meldingen, signalen over risico’s en bredere trendinformatie. Dit betekent dat zij hun risicobeoordelingen en werkwijze continu moeten afstemmen op externe input. De compliancefunctie wordt daarmee minder statisch en meer dynamisch.

De kernverschuiving is dat AML niet langer alleen melden is, maar ook reageren op externe signalen.

Versterkte handhaving en persoonlijke aansprakelijkheid (17)

Het AML‑pakket gaat gepaard met een duidelijke verzwaring van handhaving. Sancties worden hoger, maar ook zichtbaarder en persoonlijker. Overtredingen kunnen leiden tot publicatie en bestuurders of verantwoordelijken kunnen individueel worden aangesproken of uitgesloten. Daarmee verschuift de impact van non‑compliance van een primair organisatorisch risico, naar een direct persoonlijk en reputatierisico.

De kernverschuiving is dat naleving niet alleen een organisatieverantwoordelijkheid is, maar ook direct doorwerkt naar de positie van individuele professionals.

Meer dan alleen een wijziging van regels

Het AML‑pakket is niet alleen inhoudelijk ingrijpend, maar ook qua omvang. Alleen al de kernwetgeving, de AMLR (circa 300 pagina's), AMLD6 (circa 150 pagina's) en de AMLA‑verordening (circa 100 pagina's), beslaat gezamenlijk grofweg 550 pagina's. Wanneer ook de aanvullende technische standaarden en richtsnoeren worden meegenomen, loopt dit in de praktijk al snel op richting duizend pagina's aan regelgeving.

Hoewel in dit artikel gestructureerd langs zeventien thema's is gewerkt, wordt geen volledigheid gepretendeerd. Wel is beoogd de belangrijkste veranderingen en hun impact op de accountancypraktijk scherp in beeld te brengen. Daarbij is zichtbaar geworden dat de overgang van de Wwft naar de AMLR en het bredere Europese kader niet één specifieke verplichting raakt, maar het gehele stelsel van regelgeving, toezicht en beroepsuitoefening.

Gezamenlijk laten deze zeventien thema’s zien dat de verschuiving breder is dan een wijziging van regels alleen. Het betreft een overgang naar een uniform Europees kader waarin minder ruimte bestaat voor interpretatie, meer nadruk ligt op aantoonbare naleving en de rol van de accountant als poortwachter zwaarder en explicieter wordt ingevuld. Daarmee is een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen die de beroepsgroep te wachten staan en de richting waarin de accountancypraktijk zich moet ontwikkelen. 

Dank gaat uit naar een (anonieme) deskundige voor waardevolle feedback op een eerdere versie van dit artikel. De eindverantwoordelijkheid voor de inhoud berust volledig bij de auteur. Dit artikel is geschreven op basis van de kennisstand per 9 mei 2026. Aangezien diverse Regulatory Technical Standards (RTS) op dit moment nog niet definitief zijn, moet hiermee bij het lezen van dit artikel rekening worden gehouden. 

Eric Mantelaers is als partner verbonden aan RSM Accountants en aan diverse kennisinstituten. Hij onderzoekt waarom financiële misstanden vaak onzichtbaar blijven. Zijn focus ligt op systemische verklaringen, anomaliedetectie en de rol van menselijk oordeel in complexe omgevingen.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.