Arnout van Kempen

Arnout van Kempen verbaasde zich over het geringe aantal meldingen van ongebruikelijke transacties en ging daarover met zijn vroegere werkgever in gesprek.

Discussie Column

WWFT in de praktijk, een intermezzo

Op 31 maart verscheen mijn blog over de WWFT in de praktijk, met daarin onder meer een overzicht van aantallen meldingen van ongebruikelijke transacties van verschillende grote accountantskantoren. Stuk voor stuk kantoren die ik honderd procent vertrouw in hun commitment de poortwachtersfunctie, het professioneel-kritisch optreden en de wet serieus te nemen. Kortom, kantoren die fase 4 van het door mij beschreven maturity-model duidelijk bereikt hebben. 

De WWFT vereist dat accountants een ongebruikelijke transactie melden bij de FIU. Een transactie is iedere handeling of samenstel van handelingen van een cliënt. Ook het uitblijven van een handeling waar wel gehandeld had moeten worden is een transactie. Zo is het nalaten van deponering van een jaarrekening een transactie. De norm voor ongebruikelijkheid is per melderscategorie voorgeschreven. Voor accountants is met name de zogeheten subjectieve indicator relevant. Deze kan vrij nauwkeurig worden samengevat met: iedere transactie waarvan je denkt "he, dat is raar, dat moet gemeld worden". 

Gegeven deze extreem laagdrempelige norm in de wet, zou je verwachten dat de kans vrij groot is dat je over een cliënt in enig jaar wel iets te melden hebt. Wellicht iets te ruim geformuleerd, maar ik zou daarmee verwachten dat een kantoor ongeveer net zoveel meldingen doet per jaar, als dat het kantoor klanten heeft. Zelfs als die norm wel erg ruim genomen is, is het op zijn zachtst gezegd opmerkelijk dat de grootste kantoren van Nederland hooguit enkele honderden meldingen doen, en dat het totaal aantal meldingen van accountants in Nederland zo laag is, dat kennelijk heel wat kantoren niets te melden hebben.

Dat staatje dat ik in mijn vorige blog opnam heeft dus geen ander doel dan illustreren dat zelfs grote kantoren met voldoende middelen om de WWFT adequaat te behandelen, waarvan ik vrijwel zeker weet dat ze in fase 4 uit mijn genoemde model verkeren, heel veel minder melden dan dat ze zouden moeten melden. 

Direct na het plaatsen van mijn blog zocht PwC contact met me. Het was ze opgevallen dat PwC in mijn overzicht misschien wat negatief naar voren kwam. Men wilde graag wat uitleggen, visies delen, en in gesprek. Vanzelfsprekend ben ik dat gesprek aangegaan. Zou ik bij elk kantoor doen, maar mijn voormalige werkgever is echt altijd welkom, voor ieder gesprek.

Sander Kranenburg, partner bij PwC en voorzitter van de NBA-werkgroep Fraude, vertelde me over hun eigen analyse  naar  het aantal meldingen bij PwC. Binnen dat kantoor fungeren een fraudecommissie, een WWFT-office en een compliance office en een reeks procedures en regels die moeten bevorderen dat onregelmatigheden goed worden geadresseerd. Vanuit dit gezelschap is vervolgens veel geïnvesteerd in bewustzijn binnen de audit-teams voor de poortwachtersrol van accountants, met als resultaat dat het aantal meldingen fors is toegenomen. 

Ik snap heel goed dat het wat pijnlijk is als je zoveel inspanningen doet, en met resultaat, om dan vervolgens je inmiddels achterhaalde cijfers wat sneu tussen die van je concurrenten te moeten zien in een overzichtje van mij. Dus laat me dat in ieder geval rechtgezet hebben bij deze; ik heb niet de indruk dat individuele kantoren uit mijn staatje tekortschieten. In tegendeel, ik heb juist deze kantoren genomen omdat ik echt denk dat het kantoren zijn die heel veel moeite doen. Het verhaal van Sander Kranenburg onderstreept dat volledig. 

We filosofeerden samen nog even verder. We kennen beiden de organisatie; Sander begon iets eerder dan ik en bleef veel langer, maar we zijn ongeveer in dezelfde periode opgegroeid bij Coopers & Lybrand, later PricewaterhouseCoopers. We kennen de club dus best een beetje. En we konden het vrij makkelijk eens zijn over het feit dat de cultuur van dat kantoor in ieder geval al in de jaren tachtig en negentig sterk gericht was op zaken als autonoom denken, professioneel kritisch zijn, weten dat je klanten je betalen om kritisch te zijn en niet om ze honing om de mond te smeren. Dat betekent dat letterlijk iedereen die bij PwC werkt, van de jongste assistent tot de bijna gepensioneerde accountant, in de basis de juiste set normen, waarden en skills heeft. Natuurlijk gaat dat soms fout, maar het gaat vooral heel vaak goed. En dan volgens mij toch zo weinig meldingen. 

Of het aantal meldingen hoger zou moeten zijn, vindt Sander Kranenburg een interessante vraag. Dit hangt volgens hem mede af van factoren zoals het risicoprofiel van de klant en het bestaan van ongebruikelijke transacties, of je ongebruikelijke transacties waarneemt tijdens je controle en of de accountants dan professioneel kritisch genoeg zijn om die als zodanig te identificeren en zo nodig te melden bij de FIU. Los van de exacte aantallen vindt PwC het onderwerp belangrijk genoeg om het regelmatig onder de aandacht brengt van haar accountants en komende zomer weer in het trainingsprogramma op te nemen. 

Geen misverstand overigens, diezelfde prima mensen werken ook in de rest van de sector. En datzelfde relatief kleine aantal meldingen zien we in de rest van de sector. Ook over de oplossing van dat verschijnsel heb ik met Sander van gedachten gewisseld. Helaas past dat niet meer in deze blog, dus dat komt in deel 2. 

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Arnout van Kempen is werkzaam als adviseur voor accountants en advocaten met specifieke aandacht voor compliance-vraagstukken, kwaliteitsbeheersing, ethiek, tucht en legal support.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.