Magazine

Boekhouden in de kunst

Wat wordt door hedendaagse kunstenaars het vaakst afgebeeld op hun schilderijen: een decolleté, een paard, iets met lijnen en klodders of (tromgeroffel) een boekhouding? Ongetwijfeld wordt de boekhouding als laatste genoemd. Dat was ooit wel anders.

Dit artikel is verschenen in Accountant Q2, 2016

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

In en rond de Gouden Eeuw sierden boekhoudingen, samen met zandlopers en doodskoppen, regelmatig het schilderdoek. Veel van die symbolen hebben betrekking op de futiliteit en tijdelijkheid van het aardse. Een boekhouding voegt daar nog een extra dimensie aan toe: het afleggen van verantwoording. Het is een mooie metafoor ter overpeinzing van ons dagelijkse handelen. Een beschrijving van zes werken uit de ‘boekhoudkunst’.

Schilderij door Nicolaes Maes uit 1656. Hangt in St. Louis Art Museum onder de naam ‘The account keeper (the housekeeper)’

“Huisvrouwen zijn de beste economen” zei mijn grootvader altijd. Laat nu bijzondere aandacht bestaan voor boekhoudende echtgenotes op schilderijen uit de zeventiende eeuw. Dat weerspiegelt de overtuiging van veel niet-Nederlandse auteurs dat Nederlandse echtgenotes een wezenlijke boekhoudrol speelden in de bedrijven van hun mannen. In dit schilderij zien we een vrouw met haar ogen dicht. Ze lijkt in slaap te zijn gevallen, is in opperste concentratie, kijkt naar de onderste regel, of is geschilderd terwijl ze met haar ogen knipperde (we zijn sceptische accountants, nietwaar?). Haar boekhouding valt bijna van de tafel. Op de achtergrond hangt een wereldkaart. Links daarvan staat Juno afgebeeld, de Godin van het huwelijk. De geleerden zijn het niet eens over de diepere betekenis. Is het een weduwe die de touwtjes aan elkaar probeert te knopen? Is het een oudere vrouw die haar leven overdenkt? Is zij moe van harde labeur of gaat het over de zonde van de luiheid? Een andere verklaring is dat de wereldkaart de afwezigheid van haar man symboliseert. Hij is op handelsreis naar De Oost. Nederland en Europa zijn namelijk niet zichtbaar op de kaart. Uiteraard draagt zij een hoofddeksel. Maes schilderde overigens meer huishoudsters en slapende vrouwen.

Prent door Pieter Serwouters, afkomstig van de titelpagina van het boek 't Recht gebruyck van 't Italiaens boeck-houden, uit 1672

Wat ze precies aan het doen zijn is onduidelijk, maar er liggen zonder meer boekhoudingen op tafel. Vooral de middelste mannen hebben er zin in. Zij glimlachen en schrijven getallen bij in de boeken. De meneer aan de linkerkop van de tafel ziet met strenge blik toe vanaf zijn troon. Misschien is het de boekhouddocent? Dat zou goed passen bij de strekking van het studieboek. De tafellessenaar wijst misschien ook in die richting, samen met het onderwijzende vingertje. De staande man lijkt een Gouden Eeuwse mitella te dragen. Boekhoud-RSI? Blijkbaar was het usance om ook tijdens studie en werk een hoge kraag en een hoed te dragen.

Schilderij van de Vlaamse schilder Quinten Massijs uit 1514. Hangt in het Louvre in Parijs onder de titel ‘Le prêteur et sa femme’ (geldwisselaar en vrouw)

Quinten Massijs was een van de oprichters van de Vlaamse school. Hij schilderde vooral religieuze werken. Het afgebeelde schilderij wordt zijn bekendste ‘seculiere’ werk genoemd. Het toont een geldwisselaar die munten weegt. Naar verluidt zijn de munten zodanig goed afgebeeld dat numismaten precies hebben kunnen bepalen om welke munten het gaat. De vrouw (waarschijnlijk de echtgenote: ze draagt een ring) bladert in een getijdenboek (soort gebedenboek voor privé-devotie) en kijkt naar de munten. Op de plank daarachter zijn waarschijnlijk boekhoudboeken zichtbaar. Experts zien in de afbeelding een diepere symbolische betekenis. Wordt de vrouw door het slijk der aarde afgeleid van haar geloof, of beweegt ze juist mee met haar man die balans zoekt tussen de verleiding van de zonde en deugdzaamheid? Of gaat het over de maatschappelijke verandering van religieuze rituelen richting commercieel denken? Dit schilderij is regelmatig nageschilderd met allerlei aanpassingen. Het gebedenboek is dan vervangen door een boekhouding of de ring van de vrouw is verdwenen. Allebei dragen man en vrouw natuurlijk een hoofddeksel.

‘De boekhouder’. Schilderij van Philip van Dijck uit ongeveer 1725. Hangt in het Mauritshuis in Den Haag

Veel dichter bij het cliché van de boekhouder als pennenlikker kun je waarschijnlijk niet komen. In zijn kamerjas scherpt deze hoofddekseldragende boekhoudende mijnheer zijn ganzenveer met een mesje, om terstond weer verder te gaan met het houden der boeken. Rechts op het zichtbare blad staat ‘Ontvangen’. De zandloper en de munten zijn Vanitas-symbolen.

‘Temperantia’. Gravure van Pieter Bruegel van eind jaren 1550. De ontwerptekening bevindt zich in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam

Temperantia - ofwel matigheid, gematigdheid of zelfbeheersing - is een van de zeven deugden (en een van de vier ‘kardinale deugden’). Pieter Bruegel verbeeldde in zijn oeuvre alle zeven deugden en zeven hoofdzonden. Op de gravure staat temperantia centraal afgebeeld als een persoon met een bit en teugels en sporen aan de schoenen. Dat symboliseert het jezelf in toom houden. Als hoofddeksel deze keer een klok, die het ritme van een gereguleerd leven aangeeft, en wellicht ook de vergankelijkheid verbeeldt. Om de centrale figuur heen worden de ‘septem artes liberales’, de zeven vrije kunsten, afgebeeld (grammatica, dialectica, retorica, aritmetica, geometria, musica en astronomia). Het idee is dat Bruegel dat deed om tegengas te geven aan het doorslaan van aandacht richting wetenschap en kunsten. Onze interesse gaat met name uit naar de hoek linksonder, de hoek van de aritmetica, de rekenkunde. Er wordt druk gerekend en geschreven op lei en papier. Of het geldwisselaars zijn of kooplieden is niet duidelijk. De man rechts vergelijkt de hoeveelheid munten met zijn boekhoudkundige registratie. Ook hier zoeken kunstkenners natuurlijk betekenis. Een van de ideeën is dat de afbeelding gaat over het doelbewust uitbuiten van argeloze klanten door de mensen met superieure kennis van wiskunde, geld en commercie. Nogal moralistisch, maar wel efficiënt neergezet. Als dat tenminste de juiste interpretatie is. Een van de personen draagt overigens geen hoofddeksel.

‘Vanitas met hemelglobe’. Stilleven uit 1668 van Maria van Oosterwijck. Het doek hangt in het Kunsthistorisch Museum in Wenen

De verkoop van dit schilderij aan keizer Leopold I van Oostenrijk leidde tot de internationale doorbraak van de schilderes. Het titelwoord ‘Vanitas’ duidt op het kunstthema dat de ijdelheid, leegheid, tijdelijkheid en zinloosheid van het aardse bestaan uitdrukt. Dat gebeurt vaak met verwelkte bloemen, schedels, zandlopers en vergane boeken. Het leven is kort en zinloos dus. Daarom moeten we ervan genieten! Uiteraard valt ons accountants meteen de verfomfaaide stapel paperassen op met de titel ‘Rekeningh’. De boekhouding neemt bij de Vanitas dus ook een centrale plek in.

Rechtsonder op de brief zit een blauwe vleesvlieg. We zien de hemelglobe uit de titel. Ook zien we twee vlinders. Linksonder knaagt een muis aan een korenaar. Er staat een fles Aqua Vita (met in de spiegeling een portret van Maria). Uit een boek steekt een blaadje met het woord ‘SELF-STRYT’. Dat is de naam van een boek van Jacob Cats (met als ondertitel ‘Dat is onderlinge worstelinge van goede en quade gedachten’). Op het onderste papiertje staat ‘Navolging Christi’. We zien verder munten en een uit een ganzenveer gesneden pen. Heel veel symboliek en geen hoofddeksels.

De boodschappen?

Bij het bestuderen van de interpretaties van de schilderijen vechten de experts om voorrang. Maar misschien is het zoeken naar een boodschap niet altijd nodig en nuttig. Professor E. de Jongh schreef hierover in ‘Still-life in the Age of Rembrandt’ het volgende: ‘It does not … always make sense to indulge in philosophical reflections every time we come across a flower, a lump of cheese, or a glass lying on its side.’ En zo is het maar net.

Alle afbeeldingen in dit artikel zijn ook beschreven in het boek ‘Art & Accounting’ van Basil S. Yamey (Yale University Press, 1989). Verdere informatie is onder andere verkregen via de websites van de musea waar de stukken zich bevinden.

Noot
Luc Quadackers is eigenaar van Margila en als onderzoeker verbonden aan het Amsterdam Research Center in Accounting (ARCA) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Luc Quadackers is eigenaar van Margila.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.