Magazine

'Accountants ervaren te weinig professionele ruimte'

Anna Gold heeft nadrukkelijke opvattingen over de effecten van negatieve berichtgeving in de media, de beperkte relatie tussen compliance en kwaliteit en de noodzaak tot streven naar openheid zonder angst. Tweede uit de serie interviews met hoogleraren uit de categorie 'unusual suspects'. “Als wij onze bevindingen niet overbrengen en vertalen naar de praktijk, dan wordt de helft van het doel gemist.”

Dit artikel is verschenen in Accountant Q2, 2018

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Onder professoren: Anna Gold

Het blikveld van Anna Gold op het gebied van onderzoek is ruimer dan gemiddeld. Ze is in vele opzichten multinationaal georiënteerd, spreekt vier talen onberispelijk, denkt buiten gebaande onderzoekspaden en boort graag kennis aan uit andere disciplines.

Hoe vindt u dat het op dit moment is gesteld met de accountantssector?

“Mijn indruk is dat de kantoren en accountants heel druk en doelbewust bezig zijn met het verbeteren van de kwaliteit. Ze zijn eerder met te veel dan met te weinig initiatieven tegelijk bezig. Het is daarom soms best ergerlijk om te zien dat de media, maar ook de toezichthouder en politici, een negatieve toon blijven aanslaan.”

Misschien zijn ze bang dat het achterwege laten van dergelijke prikkels tot een afname van de inspanningen leidt?

“Dat is waarschijnlijk hun drijfveer, maar ik geloof eerlijk gezegd niet dat die invalshoek goed werkt. De kantoren weten allang dat de toezichthouder regelmatig op de stoep zal staan. Het is volgens mij helemaal niet nodig dat ook nog eens negatieve prikkels in de media verschijnen.”

Negatief nieuws is toch ook nieuws?

“Helaas pikken de media vooral de negatieve aspecten op. Vorig jaar bij het congres van de Foundation for Auditing Research (FAR) spraken Jeroen Dijsselbloem en Gerben Evers. Ik had tijdens hun lezingen het gevoel dat het naar hun mening de goede kant opging met de sector, ondanks hun terechte kritische opmerkingen. Hun presentaties hadden vooral een positieve nasmaak. Toen ik de dag erna het Het Financieele Dagblad las, herkende ik de verslaggeving over de voordrachten nauwelijks. Het leek wel of het over een andere bijeenkomst ging. Het was heel negatief. Dat komt vaker voor. Het verbaast mij en het doet de sector meer kwaad dan goed. Termen als ‘zwaar onvoldoende’ die controles als predicaat meekrijgen in de media vind ik jammer.

Begrijp me niet verkeerd: accountantskantoren hoeven echt niet elke dag complimenten te krijgen. Het is zeker terecht dat ze hard met kwaliteit aan de slag zijn gegaan. Maar een eenzijdige negatieve benadrukking van de kwaliteit van de accountantscontroles schaadt het vertrouwen in de accountant. Helaas hoor ik ook steeds meer van studenten dat zij het beroep zullen verlaten zodra ze hun RA-titel hebben gehaald. De reputatie is slecht en de werkdruk is hoog, zeker ook door toegenomen compliance-eisen.”

Wat kan er anders?

“Het doel was om met dossierinspecties de kwaliteit te verhogen. In de praktijk gaat het bij inspecties echter vooral over compliance, vaak aan de hand van checklists. De vraag is of die compliance de dimensies raakt die de daadwerkelijke kwaliteit vormen. Betekent een dossier dat op orde is, en waar alle vinkjes zijn gezet, ook echt dat er goede kwaliteit is geleverd? Of vraagt kwaliteit niet juist om meer professionele discretie van de accountant? Enkele jaren geleden hebben we een interviewstudie gedaan naar het omgaan met fouten bij accountantskantoren. Bijna alle geïnterviewden gaven aan dat ze in een checklistcultuur, en zelfs een angstcultuur, leefden. Accountants ervaren te weinig professionele ruimte. Het gaat volgens mij te veel over de focus op aankomende inspecties, terwijl het eigenlijk moet gaan over de zorg voor een hoge kwaliteit. Dat laatste impliceert meer dan alleen het invullen van checklists.”

Je moet toch ergens beginnen?

“Dat is zeker zo. Maar ik omarm de beweging richting het testen van de kwaliteitssystemen, in plaats van het vooral gegevensgericht te werk gaan via dossiers. Je kunt natuurlijk niets over het hele kwaliteitssysteem zeggen op basis van enkele individuele dossiers. Het toetsen van kwaliteitssystemen vraagt om een andere aanpak. Daar is de AFM ook mee bezig. Het is nu echter onduidelijk hoe de cultuur- en gedragstak van de AFM samenwerkt met het actuele audittoezicht en hoe ze die inzichten al meenemen. Toch is het goed om te zien dat de bewustwording er wel is.”

U heeft zich onder andere verdiept in hoe men in de luchtvaart met kwaliteit omgaat.

“Het toezicht binnen de luchtvaart is vooral gericht op het intern laten melden en oplossen van problemen en gemaakte fouten. De essentie is het creëren van een open cultuur waarin mensen zich veilig voelen om fouten te melden. In mijn eigen woorden, en waarschijnlijk kort door de bocht: de toezichthouder richt zich vooral op het bereiken en behouden van die open cultuur. In de accountancy moeten we ook die kant op, denk ik. De NBA-vernieuwingsagenda besteedt daar terecht aandacht aan. Bovendien zijn accountantskantoren bij uitstek in staat om goede kwaliteitssystemen op te zetten. Dáár zou het toezicht zich volgens mij beter op kunnen richten. Dat haalt de negatieve prikkels en de angst weg. Dossierinspecties zijn natuurlijk ook nodig, maar zouden veel minder prominent kunnen worden ingezet. Dat zou de balans in het toezicht verbeteren.”

Welke rol ziet u weggelegd voor onderzoek in de accountantssector?

“Accountants werken in een heel interessant en dynamisch veld, dat zich uitstekend leent voor onderzoek. Er leven veel vragen waaraan onderzoekers een wezenlijke bijdrage kunnen leveren. Het gaat in de sector heel veel over de verbetering van auditkwaliteit. Dat is precies waar onderzoekers op dit gebied ook veel mee bezig zijn. De praktijk is dus gebaat bij onderzoek, mits onderzoekers goede toegang tot data ontvangen en hun bevindingen adequaat communiceren.”

Veel wetenschappers zal het populariseren van onderzoeksresultaten een zorg zijn. Daar is het systeem niet op ingericht, toch?

“Auditingonderzoekers hebben een belangrijke maatschappelijke verantwoordelijkheid. We bevinden ons in een discipline van toegepaste wetenschap. Als wij onze bevindingen niet overbrengen en vertalen naar de praktijk, dan wordt de helft van het doel gemist. Het is echter wel een uitdaging. Welk platform kies je om kennis over te brengen? Deze interviewreeks draagt daar hopelijk al aan bij. De FAR (Foundation for Auditing Research) is ook druk met kennisoverdracht bezig, onder andere aan de hand van masterclasses en een jaarlijks congres. En het is ook een kerntaak van universiteiten. Maar alhoewel zij in hun strategische plannen zeggen valorisatie zeer belangrijk te vinden, bieden universiteiten onderzoekers vreemd genoeg weinig tot geen prikkel om informatie praktisch toegankelijk naar buiten te brengen. Dat vind ik jammer.”

Heeft u suggesties om het onderzoeksklimaat in Nederland verder te verbeteren?

“Ten opzichte van tien jaar geleden is al veel positief veranderd. De FAR biedt onderzoekers geweldige mogelijkheden om interne controleprocessen en -uitkomsten te onderzoeken. De dataverzameling is wel aan veel regels gebonden. Aan de ene kant is dat begrijpelijk, maar het werkt ook zeer vertragend. Daar kan nog wel het nodige aan worden verbeterd. Verder kan binnen kantoren het nut van onderzoek duidelijker worden gecommuniceerd, zodat accountants begrijpen waarom zij worden gevraagd om aan onderzoek deel te nemen. Internationaal zie je bijvoorbeeld dat binnen de grote kantoren expliciet mensen worden aangewezen om zich met onderzoekszaken bezig te houden. Ik hoop van harte dat de samenwerking tussen wetenschappers en kantoren zal verduurzamen. Dat leidt niet alleen tot beter onderzoek, maar zeker ook tot meer bruikbare adviezen voor de praktijk.”

Welk artikel zou eigenlijk elke praktijkaccountant gelezen moeten hebben?

“Robert Knechel heeft samen met vier medeauteurs een heel goede onderzoekssynthese geschreven over kwaliteit van de accountantscontrole*. Controlekwaliteit is een heel complex construct. Voor verschillende gebruikers heeft kwaliteit verschillende betekenissen. Het artikel bevat mooie behapbare samenvattingen van de onderzoeksliteratuur. Het onderwerp is uitermate actueel en relevant. Wat mij betreft een must read voor alle accountants.”

* W. Robert Knechel, Gopal V. Krishnan, Mikhail Pevzner, Lori B. Shefchik, en Uma K. Velury (2013) Audit Quality: Insights from the Academic Literature. AUDITING: A Journal of Practice & Theory: 2013, Vol. 32, No. Supplement 1, pp. 385-421.

CV Anna Gold

Anna Gold is hoogleraar auditing aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze bezit de Zweedse nationaliteit, groeide op in Duitsland en Luxemburg, studeerde communicatiewetenschappen in Zweden (in Jönköping) en aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkt veel samen met Noord-Amerikaanse en Europese onderzoekers en heeft tevens een aanstelling aan de Norwegian School of Economics in Bergen.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.