Magazine

Commissaris wil betrouwbare waakhond

Commissarissen vinden dat de controlerend accountant te weinig doet om fraude te ontdekken en vaak te laat is met zijn rapportage. Langdurige relaties en verlening van adviesdiensten bevorderen in hun ogen de controlekwaliteit, blijkt uit onderzoek van Asmerom Ghebremichael.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 10, 2006

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

De Eritrese accountant Asmerom Ghebremichael kwam enkele jaren geleden in het kader van een uitwisselingsprogramma naar Groningen. Daar studeerde hij bedrijfseconomie, om vervolgens promotieonderzoek te doen bij de vakgroep Accountancy van de Rijksuniversiteit Groningen. In maart promoveerde hij bij Jaap van Manen en Roger Dassen op zijn onderzoek naar de opvattingen van commissarissen over de kwaliteit van de dienstverlening door accountants*. Voor dit onderzoek peurde hij uit de literatuur 52 kwaliteitskenmerken waaraan de kwaliteit van de dienstverlening kan worden afgemeten. Omdat commissarissen na de bekende boekhoudschandalen steeds meer de opdrachtgever zijn geworden van accountants, wilde Ghebremichael weten wat zij verwachten van de accountant en wat zij vinden van diens prestaties. Daarvoor stuurde de onderzoeker in de zomer van 2003 ongeveer duizend commissarissen een lijst toe met vragen en het verzoek aan te geven hoe de accountant op verschillende ‘kwaliteitsattributen’ scoort. Zeven procent van de commissarissen kwam met een bruikbare reactie.

Ghebremichael: “De steekproef is misschien niet representatief. Het gaat vooral om commissarissen die grote accountantskantoren inschakelen. De lage respons is wellicht voor een deel te wijten aan de lengte van de vragenlijst.”

Fraude

Wat vindt u de meest opvallende uitkomst?

“Net als het maatschappelijk verkeer verwacht ook de commissaris dat de accountant meer fraude ontdekt. Commissarissen willen dat de accountant zich opstelt als waakhond. Zij willen zo snel mogelijk geïnformeerd worden over signalen van fraude en onwettige handelingen. Verder blijken ze opmerkelijk vaak te vinden dat accountants niet op tijd rapporteren. Er zijn nogal eens conflicten over, omdat commissarissen daardoor niet genoeg tijd hebben om zich voor te bereiden op een vergadering. Waarom de accountant te laat is, weet ik niet. Misschien omdat hij geen realistische planning maakt?”

Ook op andere punten bestaat er een kloof tussen de verwachtingen van commissarissen en de prestaties van de accountant. De accountant verschaft de commissarissen minder zekerheid over de integriteit in de financiële verslaggeving en mogelijke continuïteitrisico’s dan zij willen en geeft te weinig inzicht in de kwaliteit van het interne beheersingssysteem. “Commissarissen zijn best bereid wat meer te betalen voor extra onderzoek op het gebied van de interne beheersing”, aldus Ghebremichael.

Relationele aspecten

Zolang de accountant zijn bevindingen maar niet aan de grote klok hangt?

“Ja, commissarissen willen zelf graag snel worden geïnformeerd, maar waarderen het niet dat de accountant zaken openbaar maakt die hij tijdens controle te weten is gekomen. Ze hechten sterk aan geheimhouding, omdat zij bang zijn dat de problemen door publiciteit alleen maar erger worden. Ze zijn vooral bezorgd om de continuïteit van de onderneming. In een voorgesprek ten behoeve van het onderzoek zei een commissaris dat hij de accountant zou ontslaan als deze melding maakt van fraude of onwettig handelen.”

Op welke andere punten bestaat er nog meer een verwachtingskloof?

“Commissarissen vinden ook dat accountants te weinig algemene kennis hebben van de regelgeving waaraan de onderneming zich moet houden en onvoldoende weten van de onderneming en de bedrijfstak. Verder blijkt uit het onderzoek dat commissarissen in het algemeen veel waarde hechten aan de zachte, relationele aspecten van de dienstverlening, terwijl accountants zich vooral richten op de technische aspecten.”

Non-audit services

Hoe denken commissarissen over de verlening van non-audit services door de controlerend accountant?

“In hun ogen verbetert die de onafhankelijkheid van de accountant. Dat geloven ze in de eerste plaats omdat de accountant, nu hij wordt benoemd door de commissarissen, losser is komen te staan van de directie. Als non-audit services worden verleend door een ander onderdeel van het kantoor, zien zij daarin geen probleem.”

Het maatschappelijk verkeer wel?

“Uit Iers onderzoek blijkt dat het publiek daar niet negatief over oordeelt als deze diensten door een andere afdeling van het kantoor worden verleend. Het is de vraag of het Nederlandse publiek daar ook zo over denkt. Voor commissarissen is het in ieder geval geen probleem. Zij vinden ook dat de kwaliteit van de controle gebaat is bij een langdurige relatie.”

Waarom?

“Omdat de accountant na verloop van tijd zoveel van de cliënt weet dat hij uniek wordt en het voor de cliënt steeds moeilijker wordt om van accountant te wisselen. Daardoor neemt zijn onafhankelijkheid toe. Commissarissen zien dat als iets positiefs en zijn dan ook geen voorstander van verplichte kantoorroulatie. Het is te duur om een nieuwe accountant in te werken. De bestaande accountant wordt steeds effectiever, terwijl het honorarium hetzelfde blijft. Dat is een van de redenen om te zeggen dat de onafhankelijkheid vermindert bij roulatie. Mijn onderzoek ondersteunt deze visie. Ik vind de Europese benadering, waarin de combinatie van controle en advies niet zomaar wordt verboden en ondernemingen niet van kantoor hoeven te wisselen, daarom goed.”

Eritrese toezichthouder

Vindt u dat ook van de Nederlandse accountantsopleiding?

“Er zou meer aandacht besteed moeten worden aan service-aspecten, zoals goede planning, presentatievaardigheden, algemene kennis van ondernemingen en bedrijfstakken. Op het technische vlak zouden de studenten veel meer moeten leren van echte zaken, zoals de analyse van de Ahold-affaire.”

Wat gaat u nu doen?

“Ik ga terug naar Eritrea. Daar word ik assistent-hoogleraar aan de Universiteit van Asmara. Vanuit die positie zal ik mij beijveren voor een onafhankelijke externe toezichthouder op accountants. Er zijn nu acht accountantskantoren in Eritrea; een paar kleine met twee tot drie medewerkers en een paar grotere met twintig tot dertig medewerkers.”

Welke benadering moet die toezichthouder kiezen, de Europese of Amerikaanse?

“De Europese. Ik ben het in veel opzichten eens met de principle based-benadering van de Europese Unie.”

Noot

* Asmerom A. Ghebremichael: Audit quality and its impact on behavioural intentions. Perceptions of supervisory directors in Dutch corporations. Laybrinth Publications, Ridderkerk 2006. ISBN 90 5335 082 9.

Gerelateerd

Afbeelding Ontwikkeling

Observaties over het vak

De CTA publiceerde in februari 2019 haar plan van aanpak. In de instellingsregeling staat dat het verandertraject van de sector vooralsnog niet aantoonbaar heeft geleid tot duurzame verbetering van de wettelijke controles, waardoor mogelijk op termijn aanvullende maatregelen moeten worden genomen. Een pittige uitspraak over en voor de accountantssector, die al jaren aan brede verbetering werkt. Hoe heeft het zover kunnen komen? Enkele observaties over het vak.

x 0 Jan Willem Taams

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.