Opinie

Fraude, accountants en journalisten

Toen ik te horen kreeg wat de organisatie voor mij had bedacht, moest ik wel even lachen. Ik moest u uitleggen waarom journalisten eerder fraude vinden dan accountants. Het leek me de wereld op de kop, een vergelijking tussen David en Goliath.

Accountants zijn beter opgeleid dan journalisten, hebben meer middelen, meer geld, zijn ook met veel meer en misschien wel het belangrijkste: ze hebben toegang tot alle belangrijke data en tot iedereen met wie ze zouden willen praten. Een droom voor iedere journalist, die afhankelijk is van de bereidheid van mensen om te willen praten en om stukken te geven. We moeten het hebben van ijdelheid, rancune of angst bij mensen. Prima drijfveren, dat dan weer wel.

En toch kan ik niet ontkennen dat er de afgelopen jaren voortdurend verhalen door journalisten boven tafel worden gehaald, of in ieder geval op de agenda worden gezet, waarbij de vraag was wat de accountant heeft gedaan.
Het klassieke voorbeeld is de vastgoedfraude. Het gonsde in de sector. Twee journalisten – mijn collega’s Vasco van der Boon en Gerben van der Marel – zochten en vonden de goede bronnen en tilden het verhaal boven tafel, met de bekende resultaten.
De bouwfraude met klokkenluider Bos. De ellende rond de corporaties. Slotervaart. De lijst is lang.

Nu zult u zeggen: maar in 98 of 99 van de gevallen gaat het goed. De fraude is de uitzondering. Maar elke fraude zorgt voor geschokt vertrouwen in de samenleving en in het economisch verkeer. Juist u bent als poortwachter mede verantwoordelijk dat het vertrouwen wordt bestendigd.

Terug naar de casus. Wat maakt journalisten geschikt? Of, wat kunnen accountants van journalisten leren? Wat zijn de verschillen?

Houding

Journalisten zoeken het complot, de fraude, de rel. Dat klinkt wat overdreven, maar het is zeker waar dat journalisten op zoek zijn naar alles dat afwijkt van het reguliere en gedreven op zoek gaan als er wat speelt in een sector of een bedrijf.
Accountants willen gewoon efficiënt hun werk doen en zijn ook tevreden als er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd.

Ik heb een uitzondering gevonden op deze grondhouding. Geef de accountant de opdracht om de dealbreaker te vinden bij een due diligence en ze gaan als een troep wolven op de boeken af en keren die binnenste buiten om iets te vinden dat wijst op risico’s (die dan weer zouden kunnen leiden tot fraude).

Jammer alleen dat het eindrapport van deze accountant dan toch vaak wat tegenvalt. Ik las het rapport dat de accountant had gemaakt voor bestuur en commissarissen van SNS Reaal over de overname van een deel van Bouwfonds. Alles zat erin. Keurig verpakt in mooie juridische omschrijvingen. Maar geen expliciet advies om het niet te doen, terwijl daar alle reden voor was. Dat is onze rol ook niet, zult u zeggen. Wat mag je verwachten van een trusted advisor… denk ik dan.

Maar goed, wat valt nog meer op.

Wereldbeeld

De accountant gaat uit van het goede van zijn klant. Hij is bereid de klant te volgen tot het tegendeel blijkt. De journalist zit anders in elkaar. Hij is meer van het type welwillende weerstand met een vleugje wantrouwen. Sommigen noemen ons wereldbeeld cynisch: we denken in macht en complotten. Zelf vinden we ons realistisch en we hopen niet naïef te zijn. Al twijfel ik soms. Ook journalisten zijn mensen.

De rollen

Misschien wel het grootste en belangrijkste verschil is dat de journalist onafhankelijk is terwijl de accountant in opdracht werkt. Hij wordt betaald om de boeken te controleren. Aan de opdracht gaat vaak een spel van loven en bieden vooraf, waarbij het bedrijf de controle als een noodzakelijk kwaad ziet waarbij er zoveel mogelijk op de kosten moet worden bespaard en de accountant de ondergrens moet bewaken van wat hij nodig heeft om een adequate controle te doen. Hij heeft opdrachten nodig om de schoorsteen te laten roken. Hij wil tevreden klanten.

In die opdracht zit – bewust of onbewust - een hiërarchische verhouding. De cfo (en gelukkig steeds vaker de RvC) is de opdrachtgever aan wie de accountant rapporteert. Hoe hard wil je doorbijten als je opdrachtgever duidelijk aangeeft geen behoefte te hebben aan negatieve berichten? Hoe vasthoudend ben je als de opdrachtgever beterschap belooft? Hoe gevoelig ben je voor het argument dat als dit tekort in het jaarverslag wordt opgenomen in het accountantsverslag, de onderneming wel eens kapot kan gaan of speelbal kan worden van speculanten? Wat als je onderzoek doet naar geruchten over kickbacks bij Buck Groenhof en de persoon in kwestie ontkent met klem en het SNS-bestuur heeft er geen behoefte aan dat je doorpakt omdat zij bezig zijn met het redden van de tent?

Technische zaken

Heel vaak zeggen accountants dat een situatie die eigenlijk niet door de beugel kan, niet materieel is. Dat is dan het excuus om er geen werk van te maken. Voor een journalist is materialiteit nooit een overweging. Die maakt er werk van. Met alle reputatierisico’s voor de accountant van dien.

Bij geconstateerde fraude is de accountant gehouden tot nader onderzoek. Maar wil de klant er wel voor betalen? En wie anders? De journalist heeft ook hier nauwelijks beperkingen. Die gaat op onderzoek, vaak ook nog in de eigen tijd. Gedreven door nieuwsgierigheid.

De regels

Journalisten zijn vrijer om met informatie om te gaan, zo hoor of lees ik wel eens. Dat klinkt bijna alsof journalisten geen beperkingen hebben. Dat is niet zo. Ook wij zijn gehouden aan de regels van hoor en wederhoor, en aan zaken van fatsoen (smaad), redelijkheid en billijkheid bij het trekken van conclusies.

Maar wij hebben meer speelruimte dan de accountant, alleen al door ons verschoningsrecht waardoor wij onze bronnen niet hoeven te onthullen (tenzij zaken van nationaal belang/veiligheid). De accountant is meer gebonden aan afspraken met de klant.  

Het is allemaal waar. Maar toch overtuigt het allemaal niet. Waarom niet? Laat mij een observatie met u delen over hoe het vak van accountant zich heeft ontwikkeld.

Het Vak

Wat mij het meeste opvalt is dat het vak van accountant wezenlijk is veranderd. U heeft uw ambacht laten uitkleden door commercie en efficiency en door een te groot geloof in technologie. Laat ik dat uitleggen. Als ik nu accountants aan het werk zie, zitten ze vooral in een kamertje achter hun computer, druk bezig lijstjes af te werken en hun elektronisch dossier in te vullen. Dat is nodig voor zowel hun eigen kwaliteitscontroleurs als voor de AFM. Is alles afgetekend? Zijn de steekproeven gedaan?
Ze komen hun kantoor enkel uit voor een kop koffie bij de automaat. Niet voor een gesprek met mensen over de gang van zaken bij het bedrijf.  Er wordt vaak gezegd dat je fraude ‘ruikt’. Maar het kenmerk van systemen is dat ze niet ruiken. Je ziet in het systeem rare dingen, maar in gesprekken met mensen wordt het je pas duidelijk.

Laat ik nog een beeld geven op basis van die accountants in die werkkamer. U kent vast het YouTube-filmpje van de gorilla in de kamer? Laat ik het u uitleggen. Er zijn twee teams van ieder drie basketspelers die elkaar de bal toespelen. Aan u de opdracht te tellen hoe vaak de teams elkaar de bal toespelen in een minuut. In de tussentijd loopt er een gorilla door de kamer. Geconcentreerde tellers zien de gorilla niet en geoefende kijkers zien ‘m wel maar niet hoe de kleur van de achtergrond verdwijnt en hoe een speler wegloopt. Is dat niet de accountant die keurig zijn checklijst langsloopt maar vergeet te kijken of het wel klopt bij dat bedrijfsonderdeel?

Waarmee ik maar wil zeggen: Gebruik al uw zintuigen bij uw controlewerkzaamheden en laat de journalist in u wat vaker naar boven komen.

Pieter Couwenbergh sprak deze column uit in de sessie over fraude tijdens de Accountantsdag 2015 op 26 november.

» Zie voor alle berichtgeving over de Accountantsdag de overzichtspagina

Wat vindt u van deze opinie?

Reacties 44 10 Spelregels debat

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang vier keer per week (maandag, woensdag, donderdag en vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox..