Opinie

Inkijkjes en observaties in openbaar bestuur

Een aantal jaar geleden maakte ik deel uit van de Commissie Schoon Schip die onderzoek deed naar de bestuurscultuur binnen de provincie Noord-Holland.

Dit jaar was ik betrokken bij drie feitenonderzoeken naar het handelen van twee wethouders en een burgemeester. Voorts nam ik deel aan een commissie die een adequate verdeelsleutel moest bedenken voor de verdeling van de kosten van een veiligheidsregio. Daarnaast was ik betrokken bij integriteitstoetsingen van kandidaat-gedeputeerden.

Commissies en onderzoeken die mij een 'prachtig' inkijkje hebben gegeven in het functioneren van het openbaar bestuur en de (lokale) politiek. Zoals er nog vele van dergelijke onderzoeken zijn en worden uitgevoerd die al net zulke 'prachtige' inkijkjes geven. Die mij brengen tot het doen van een aantal observaties.

Betrekking hebbende op mijn verwondering en verbazing.

Een eerste observatie heeft betrekking op public governance. Waar corporate governance de afgelopen twintig jaar een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt, lijkt het binnen de overheid nog niet te vlotten. Public governance staat op onderdelen nog in de kinderschoenen.

Een correcte en vooral overzichtelijke verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden bestaat meestal nog wel op papier, maar levert in de uitvoering problemen en onduidelijkheden op. Aan wie komen bevoegdheden nu exact toe? Wie beslist waarover? Wat is de exacte rolverdeling tussen een burgemeester, het college van Burgemeester en Wethouders, de gemeenteraad, een fractieleidersoverleg, diverse commissies, de gemeentesecretaris, de griffier en organen zoals een seniorenconvent en een presidium? Het betreft logische vragen die voor elke gemeente gelden, maar iedere gemeente heeft zijn eigen antwoorden: er blijken honderden lokale werkwijzen te zijn.

Een tweede observatie betreft de lappendeken aan regelgeving die op het openbaar bestuur van toepassing is. Er bestaat weliswaar een gemeentewet waarin veel is geregeld, maar lang niet alles. Naast de wet bestaan er uitvoeringsregelingen, rechtspositionele regelingen, reglementen van orde, gedragscodes, circulaires, procedurevoorschriften, aanbestedingsregels en regelingen ten aanzien van het inkoopbeleid.

En nog veel meer. Soms op centraal niveau uitgevaardigd om vervolgens op lokaal niveau te worden geïnterpreteerd.

Daardoor ontstaan wisselende interpretaties en verschillende werkwijzen.

Temeer daar de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en vele adviseurs er ook nog iets van vinden. Met als gevolg dat er ook misinterpretaties en ongelukken ontstaan.

Voorts de observatie dat er in de afgelopen 20 jaar, met name de laatste jaren, wel veel is gedaan om het belang van integriteit binnen het openbaar bestuur te benadrukken, integriteitscodes op te stellen en een juiste bestuurscultuur te ontwikkelen. Maar in de praktijk blijken de codes nogal eens het karakter te hebben van 'louter letters op papier': het leeft niet, laat staan dat er wordt gehandhaafd en dat de codes door iedereen worden nageleefd. Bijvoorbeeld als het gaat om omgangsvormen, je houden aan afspraken, lekken naar de pers, openheid en zorgvuldigheid en de rest van de trits aan ambitieuze woorden.

Daarnaast vind ik het onbegrijpelijk dat er gemeentes bestaan die een integriteitscode hanteren die meer dan 10 jaar oud is. Die niet is onderhouden en geactualiseerd.

Die afgestoft moet worden als er sprake is van een incident.

Een observatie is ook dat lokaal rond soortgelijke vraagstukken het wiel telkens opnieuw wordt uitgevonden. De verdeling op lokaal niveau van via de centrale overheid ontvangen potjes, zoals binnen een veiligheidsregio, alsmede de verdeling van de bijbehorende kosten kent vele varianten. Binnen regio A bijvoorbeeld op basis van inwonersaantallen en binnen regio B op basis van historische kosten. En daarnaast komen nog vele combinaties voor.

Begrijpt U mijn opmerkingen over 'kinderschoenen' en 'lappendeken'?

Of kunnen we het beter hebben over verworvenheden van de decentrale overheid en de invoering van het dualisme?

En moeten we fouten, misverstanden en ongelukken maar voor lief nemen en juist de lokale betrokkenheid koesteren?

Naar mijn mening kan en moet de aansturing op onderdelen centraler, strakker, uniformer, efficiënter, beter. Opdat het kind volwassen wordt.

Deze opinie is vandaag ook geplaatst in Het Financieele Dagblad.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Marcel Pheijffer (1967) is hoogleraar Forensische Accountancy aan de universiteiten Nyenrode en Leiden.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.