Opinie

Vertrouwen is voorwaarde voor werkzame EU

De huidige verslaggeving rond de Europese noodfondsen is niet uit te leggen. Het kan makkelijk anders. En dat zou zowel het inzicht als het publieke vertrouwen sterk ten goede komen.

'Dijsselbloem wil meer openheid Eurogroep' kopten de kranten op 5 februari 2016. 'De Eurogroep neemt vergaande besluiten die de toekomst van de lidstaten bepalen en daarvoor moeten we verantwoordelijkheid afleggen. Om die reden en uit principe zouden we moeten nastreven zo transparant mogelijk te zijn...', schreef Eurogroep-voorzitter Jeroen Dijsselbloem aan zijn collega-ministers van Financiën van de eurozone.

Nu was transparantie in de Eurogroep al jaren terug enthousiast beloofd - als glijmiddel voor nationale parlementaire goedkeuring - in de crisisgedreven aanloop naar de Europese noodfondsen. Maar een geheugensteuntje door de voorzitter kan nooit kwaad. De Nederlandse Rekenkamer rapporteert al enige tijd dat ze de prudentiële greep op veel internationale kas/verplichtingenstromen verliest.

Maar Dijsselbloems gehoor is niet makkelijk te vermurwen.

Boter op ieders hoofd

Als we ons even beperken tot de verantwoording over het EU-budget van 162 miljard euro kunnen we vaststellen dat slechts drie landen, waaronder Nederland, dat willen doen via een nationale verklaring over de onder hun verantwoordelijkheid bestede gelden. En geen enkele EU-lidstaat wil enige resultaatsverzekering geven voor de juistheid en volledigheid van de afdrachten aan de EU.

Dat wil zeggen dat de Eurogroepleden die aan tafel zitten rond de noodfondsen, zelf allemaal historische boter op het hoofd hebben.

Onze eigen minister, medeaanvoerder van de bende tegen het baten/lastenstelsel, zit daar dus eigenlijk ook bij met een half pakje margarine (we blijven zuinig) onder elk van zijn twee petten.

Maar we gaan niet zeurpieten: Dijsselbloem geeft met zijn brief een belangrijk signaal af dat een verschil kan uitmaken, of anders op de dag des oordeels altijd politiek handig kan uitkomen - "Heb ik het niet gezegd?"

Hoe dichtbij die dag is, kan ik niet zeggen. De residuhypotheek van de crisis van 2008 - ik noemde het destijds een 'haarbal' - ligt nog steeds zwaar op de maag van de Europese overheidsfinanciën - vooral als de off balance sheet latente staatsverplichtingen en de uitdijende quantitative easing-balans van de centrale bank(en) worden meegenomen. Om nog niet te spreken over de geschatte ruim 1.000 miljard non-performing loans die nog in de Europese bankbalansen hangen.

Financial Times-columnist Martin Wolf, normaliter geen zwartkijker, schreef op 4 februari 2016 over die penibele situatie een indringend verhaal onder de kop 'Prepare for the next recession'. Hij ziet 'helicoptergeld', verstrekt door de overheid om de uitgaven te stimuleren, als een vervelende maar toch de beste noodgreep om in het geval van zo’n nieuwe recessie de economie draaiend te houden. Weet echter dat helicoptergeld ook uw geld is, ook al wordt het door de centrale bank aangemaakt en uitgestrooid.

Laaghangend fruit

Terug naar onze minister annex Eurogroep-voorzitter Dijsselbloem. Hij heeft gelijk: het hele systeem van EU-noodfondsen kan alleen werken als het vertrouwen uitstraalt. En vertrouwen moet je verdienen.

We kunnen de minister wel een klein handje helpen - gebaseerd op uitsluitend publieke informatie - door hem te wijzen op de overdaad van laaghangende vruchten binnen handbereik. Zo pleit de board of auditors van het European Stability Mechanism (ESM) er nu al jaren voor dat dit grootste Eurogroup-noodfonds de bestaande EU-regelgeving aanvaardt als operationele gedragscode - en daarmee ook als verantwoordingskader. Het antwoord, if any, van de ESM board of governors op deze eigenlijk verbazingwekkend open deur is helaas nog steeds een goed bewaard geheim.

Verder zou dezelfde board of auditors kunnen worden gemaand om haar inhoudelijk en informatief open-ended 'negatieve assurance' over de adequaatheid van de ESM-jaarrekening om te zetten in positieve assurance; al dan niet met voorbehoud (qualified), hoe vervelend dat ook kan zijn. Voor een orgaan dat volgens de eigen verslaggeving een balanskapitaal heeft van meer dan 700 miljard euro, en meer dan driehonderdmiljoen aandeelhouders, lijkt dat toch geen overbodige luxe.

En dan is er de ESM-jaarrekening zelf als verantwoordingsinstrument: de board of auditors heeft in haar 2015-rapport aanbevolen om te zoeken naar een ander verslaggevingskader dan de huidige ‘rauwe’ vierde richtlijn en daar op zijn minst conformiteit met EU IFRS aan toe te voegen. Dat zou ook de disclosure/transparantie/vergelijkbaarheid ten goede komen.

Toen de vierde richtlijn enkele decennia geleden werd gelanceerd bevatte deze zo'n zestig opties waaruit EU-lidstaten konden kiezen bij het omzetten in nationale wetgeving. Goedbedoelende coryfeeën van het beroep hebben mij nog eens ernstig toegesproken toen ik dat bestempelde als het 'Disneyland of accounting' dat zou kunnen leiden tot 'Mickey Mouse'-verslaggeving.

Voor het grijpen

De ESM-jaarrekening toont toegezegd maar nog niet opgeroepen kapitaal (ruim 620 miljard euro) als een actief en daarmee ook als 'balansabel'. Er zijn verslaggevingsschriftgeleerden die dit verdedigen - 'er is formeel ruimte voor in de vierde richtlijn modellen' - maar het kent geen precedent in welk (verslaggevings)land of internationale organisatie dan ook. Het past moeilijk onder door de ESM statutair vereiste ‘generally accepted accounting standards’ en zeker niet onder het voorzichtigheidsprincipe van de vierde richtlijn.

Daarbij komt dat de tegenpost van dit actief, de latente claim op de overheden in de Eurozone, niet is terug te vinden onder hun staatsschuld (anders dan een voetnoot). Het risicoprofiel - de mogelijkheid van inbaarheid/realisatie - van deze belangrijkste activapost wordt niet in de toelichting besproken (alleen procedureel).

Kortom, de laaghangende vruchten liggen voor Jeroen Dijsselbloem voor het grijpen. Het goede nieuws is ook dat zelfs als de normalisatie van de ESM-jaarrekening een krimp van tachtig procent van de balans tot gevolg zou hebben, dat nauwelijks schade of opzien zal veroorzaken. Integendeel: rating agency Fitch heeft dat al voor de ESM Boards gedaan: ze strepen in hun ESM-presentatie gewoon 620 miljard euro tegen elkaar weg. Rest 80 miljard gestort kapitaal. Staat als een huis. En, prettige bonus: het wekt geen wantrouwen.

Perverse precedentwerking

Stel je voor dat elke ondergekapitaliseerde (financiële) EU-instelling - en we hebben er nogal wat - het verslaggevingsvoorbeeld van het ESM zou gaan volgen en dus het nominale en/of geplaatste kapitaal zou verdubbelen, de beslissing tot oproeping en volstorting zou uitstellen tot er wederzijdse overeenstemming is tussen de aandeelhouders, en vervolgens deze kwetsbare constructie parmantig in de jaarrekening zou presenteren als kat-in-het-bakje kapitaal; dan hebben we in één handige klap elk Europees herkapitaliseringsprobleem overwonnen.

Nee, als de Eurogroep wil werken aan het (terug)verdienen van het vertrouwen van de Europese burger, dan zal ze eerst zelfvertrouwen moeten tonen. Daar hoort geen exotische en niet uit te leggen noodfondsverslaggeving of EU regelgeving-vermijdend gedrag bij.

Jules Muis is voormalig lid van de ESM Board of Auditors.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Jules Muis verliet in 1995 het openbare accountantsberoep en was vervolgens vice president en controller van de Wereldbank en directeur-generaal en chief internal auditor van de Europese Commissie. Van 2014 tot eind 2020 was hij lid van de Public Interest Oversight Board (PIOB). Muis was van oktober 2012 tot oktober 2015 ook lid van de Board of Auditors van het European Stability Mechanism (ESM). Jules Muis schrijft op persoonlijke titel.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.