Opinie

AFM biedt perspectief

'Opsplitsen die kantoren', stelde FRC-voorzitter Simon Dingemans naar aanleiding van de bevindingen van de Britse toezichthouder. Met het oordeel dat 'de kwaliteitsslag een impuls nodig heeft' reageerde AFM-bestuurder Everts aanmerkelijk genuanceerder.

Vlak achter elkaar publiceerden de AFM en de FRC de afgelopen weken hun rapporten. Beide publicaties verschenen in een gevoelige periode, waarin commissies in zowel het VK als in Nederland nog bezig zijn hun conclusies te trekken. De media lichtten zoals gebruikelijk de meest negatieve bevindingen eruit, maar dat doet onrecht aan de inhoud van de onderliggende publicaties. De verschillen tussen beide rapporten zijn groot, wat het nodige zegt over de status van de sector in Nederland en het VK, maar vooral ook over de beide toezichthouders.

De toon van de Engelse toezichthouder is scherp, maar lijkt vooral gebaseerd op het gegeven dat de sector blijft steken op 75 procent voldoende dossiers en daarmee de afgesproken target van 90 procent niet haalt. Het zijn percentages die bij Nederlandse oob-kantoren nog niet gemeten zijn en boven het internationale gemiddelde van 63 procent liggen. Geen reden tot klagen zou je denken, maar de FRC ligt zwaar onder vuur en dan moet je je vooral geen softe toezichthouder betonen.
Opmerkelijk is dat de oproep van Dingemans niet wordt gesteund door zijn eigen rapport. De FRC concentreert zich op de controledossiers en geeft in een appendix zonder verder commentaar enkele feiten over de omzetverhoudingen binnen de kantoren. Daaruit blijkt geen sprake van de veronderstelde 'cocktail van controle en advies'; het overgrote deel van de adviesdiensten wordt gerealiseerd bij niet-auditcliënten. De verontwaardiging van Dingemans lijkt dan ook vooral ingegeven door een drang naar politieke profilering.

De Nederlandse media benadrukken vooral de negatieve scores van de controledossiers. Dit in tegenstelling tot de AFM zelf, die veel aandacht besteedt aan de voortgang van het veranderproces. Daar zit ook het grootste verschil met de FRC. Waar het FRC-rapport je machteloos achter laat met lijsten van geconstateerde tekortkomingen en uitgedeelde boetes, reikt de AFM een perspectief aan. Het gehanteerde toetsingsmodel fungeert als een leidraad voor het veranderproces en biedt daarmee zicht op duurzame verbetering. 'En het kan wel degelijk' lijkt de AFM te zeggen, door te stellen dat twee van de vijf onderzochte kantoren goed of behoorlijk presteren.

En waar het FRC-rapport blijft steken bij gebreken in de controletechniek en klachten over de mindset van auditors, toetst de AFM het verantwoordelijkheidsbesef van kantoorbestuurders en hun vermogen om veranderingen door te voeren. Geen wonder dat er bij de FRC sprake is van jumping to conclusions en dat de AFM de onderliggende drijfveren en oorzaken bloot legt. Ik begrijp dat één zwaluw nog geen zomer maakt, maar helemaal toeval lijkt het me niet dat BDO zowel groen kleurt op veranderproces, kwaliteitscirkel en kwaliteitswaarborgen, als positieve scores laat zien op de dossiers.

Dit alles leidt wat mij betreft tot de volgende conclusies. Wie daadwerkelijk de controlekwaliteit wil verbeteren:

  • leest niet alleen de krant, maar ook het AFM-rapport;
  • deelt vaker kennis en ervaringen over veranderprocessen, geeft het BDO-bestuur ruim podium en luistert naar hun verhaal;
  • erkent dat het glas na vijf jaar veranderen nog maar half vol is. Maar ziet ook perspectief en reden om nog zeker vijf jaar door te pakken.

Wat vindt u van deze opinie?

Reacties 107 30 Spelregels debat

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.