Tuchtrecht

Voorbarig faillissement aangevraagd

Omdat een klant een omstreden factuur niet betaalt, vragen twee accountants het faillissement aan zonder een belangenafweging te maken.

Accountantskamer

Zaaknummers:
18/161 en 18/200 Wtra AK
Datum uitspraak:
12 november 2018
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2018:77

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

De cliënt van een accountantskantoor wil een businesscentrum openen en is op zoek naar geldschieters. Met zijn contactpersoon, een accountant-administratieconsulent, spreekt hij af dat het kantoor geldschieters zal zoeken tegen een ‘finders fee’. Het kantoor schuift drie geïnteresseerden naar voren. Eén van hen neemt de helft van de aandelen over van de dga van de start-up. De twee andere geldschieters zeggen 75 mille toe en maken 4000 euro over als lening respectievelijk 2000 euro als ‘overboeking’.

De twee laatstgenoemde geldschieters trekken zich spoedig terug uit het project. Het accountantskantoor stuurt twee keer een declaratie ad 6050 euro. De klant betaalt die facturen niet, omdat de twee geldschieters niet de beloofde 75 mille hebben ingebracht. Het accountantskantoor overlegt aanvankelijk nog over een oplossing, maar vraagt al snel het faillissement aan. De klant vraagt de directeur van het kantoor om de aanvraag in te trekken. Na intern overleg wijst het kantoor dit verzoek af. Later wordt voorgesteld dat de klant 5000 euro betaalt, maar dat voorstel wordt afgewezen.

De kantonrechter wijst de faillissementsaanvraag af, omdat niet is gebleken dat de klant “in een toestand verkeert, waarin zij heeft opgehouden te betalen”. De klant dient een klacht in tegen de accountant-administratieconsulent en tegen de registeraccountant RV die contactpersoon is van één van de vertrokken geldschieters.

Klacht

De accountants hebben het faillissement aangevraagd terwijl het bedrijf nog niet in een situatie verkeerde dat zij was opgehouden te betalen, er geen steunvorderingen waren en het kantoor geen redelijk belang had bij een faillissement.

Oordeel

De klacht is gegrond.

Intensief betrokken

De accountants verweren zich zonder succes met het argument dat het dagelijks bestuur het kantoor vertegenwoordigt en het faillissement heeft aangevraagd. Volgens de Accountantskamer waren beide accountants partner. De AA zat weliswaar niet in het bestuur. Maar uit de pleitnota van hun advocaat blijkt dat er intern veelvuldig is overlegd over de faillissementsaanvraag en het uitstellen of doorzetten daarvan. Beide accountants hebben deel genomen aan dit overleg, zodat de Accountantskamer ervan uitgaat dat de twee zich hebben geschaard achter het (doorzetten van) de aanvraag. Zij zijn daarop dus tuchtrechtelijk aan te spreken.

Geen belangenafweging

Volgens vaste rechtspraak van de Accountantskamer (zie onder andere deze, deze en deze uitspraak) mag een accountant in het algemeen civielrechtelijke rechtsmaatregelen nemen tegen een cliënt die de declaraties niet betaalt. De accountant moet daarbij echter wel een zorgvuldige belangenafweging maken tussen zijn eigen belang bij betaling en de belangen van die cliënt, die door de rechtsmaatregelen kunnen worden geschaad. De Accountantskamer tekent daarbij aan dat het zeer ingrijpend is om een faillissement aan te vragen en die aanvraag door te zetten bij de rechter. De accountant mag deze zeer vergaande rechtsmaatregel niet lichtvaardig inzetten.

De accountants hebben geen belangenafweging gemaakt. Zij hebben eerst een aanmaning gestuurd en vervolgens een advocaat in de arm genomen die het betalingsverzoek heeft herhaald. Binnen vier maanden na verzending van de eerste declaratie is het faillissement aangevraagd. Het kantoor heeft die aanvraag gehandhaafd en is niet ingegaan op verzoeken van de klant om de aanvraag in te trekken.

Het kantoor heeft geen andere middelen overwogen om de klant tot betaling te bewegen, omdat een civiele procedure te veel tijd en geld had gekost, zeker in verhouding tot het geringe bedrag dat het kantoor tegoed had.  Maar volgens de Accountantskamer was er voldoende aanleiding om alternatieve scenario’s te bezien vanwege het relatief geringe bedrag en omdat de klant argumenten aanvoerde “die niet op voorhand evident onjuist waren”.

De klant had in een gesprek met de accountants al duidelijk gemaakt dat het kantoor niet had geleverd wat was afgesproken, te weten investeerders aanbrengen die daadwerkelijk geld staken in de klant. De accountants hebben de afspraak over de finders fee niet schriftelijk vastgelegd in het dossier, terwijl dat voor de juistheid van de declaraties wel van belang was. Daardoor staat hun vordering onvoldoende vast. Om die reden heeft de kantonrechter het verzoek tot faillietverklaring afgewezen.

Bovendien hadden de accountants onvoldoende inzicht in de financiële situatie van de klant, zodat zij niet wisten of een faillissement wel zou leiden tot betaling. De klant heeft verder aannemelijk gemaakt dat andere schuldeisers een faillissement niet ondersteunden, omdat zij daardoor zouden worden benadeeld.

Het kantoor heeft het faillissement van de klant dus te lichtvaardig aangevraagd. Door zich achter die aanvraag te scharen hebben de twee accountants in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van professionaliteit.

Maatregel

Waarschuwing. De accountants hebben onvoldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster.

Annotatie Lex van Almelo

Een waarschuwing is standaard wanneer je lichtvaardig het faillissement aanvraagt van een klant. Als je kijkt naar de tuchtrechtspraak kom je zelden een aanvraag tegen die zo voorbarig is als deze. Om te beginnen was de basis voor de facturen buitengewoon wankel. De accountants hadden de afspraak over de fee niet vastgelegd. Daarbij komt dat de wanbetaler goede redenen had om te menen dat de accountants die afspraken niet (volledig) waren nagekomen. De klant had dat duidelijk gemaakt in een overleg; er viel dus nog met deze wanbetaler te praten.

De accountants hebben verzuimd om de inzet van minder ingrijpende incassomaatregelen te onderzoeken. Ze wisten niet eens hoe de klant er financieel precies voor stond. Andere schuldeisers van de klant keerden zich tegen de aanvraag, omdat zij schade zouden lijden van een faillissement.

De accountants hebben echter alleen gedacht aan hun eigen belang, terwijl het ging om een betrekkelijk klein bedrag, waarvan niet eens vaststond dat ze er recht op hadden. Kortom: weeg alle belangen heel zorgvuldig af, voordat je zo’n ingrijpend incassomiddel inzet.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.