Tuchtrecht

Opzegging opdracht niet te abrupt

Na eindeloos soebatten om gegevens en controle-informatie gooien twee accountants-administratieconsulenten het bijltje erbij neer. Terecht. Net als hun twijfels aan de integriteit van de cliënt.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
17/854
Datum uitspraak:
22 mei 2018
Oordeel:
hoger beroep deels gegrond / klacht deels gegrond
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2018:201

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een relatief jonge en snel groeiende onderneming moet over 2012 voor het eerst de boeken laten controleren. Een accountant-administratieconsulent geeft bij de jaarrekening 2012 een verklaring met oordeelonthouding af. Daarna aanvaardt hij de opdracht om de jaarrekeningen 2013 respectievelijk 2014 wettelijk te controleren. Hij voert die controles uit met een tweede AA. Bij de uitvoering van deze controles gaat het mis.

In oktober 2015 geven de accountants de controleopdracht voor 2014 terug. In een brief recapituleert de eerste accountant de problemen waarop de accountants (al eerder) zijn gestuit, zoals:

  • het fragmentarisch, inefficiënt en (te) laat verstrekken van geschikte controlegegevens;
  • een geconsolideerde jaarrekening die niet het getrouwe beeld geeft dat het Burgerlijk Wetboek voorschrijft;
  • onjuiste besluiten en akten;
  • deponering van de jaarrekening van 2013 bij de Kamer van Koophandel zonder dat de accountant dat wist en zonder dat deze zijn werkzaamheden had afgerond;
  • een meningsverschil over de samenloop van salaris en management fee, waarbij de belastingadviseur van de onderneming tegenstrijdige adviezen geeft en de directie het advies van een meer gerenommeerd kantoor niet wil overhandigen;
  • een inadequate reactie op een eerdere brief van de accountants uit 2015.

Met name de inadequate reactie op hun brief heeft ertoe geleid dat de accountants geen vertrouwen meer hebben in de integriteit van de directie en dat zij niet verwachten alsnog geschikte controle-informatie te ontvangen. Na “ampel beraad” besluit de eerste accountant in december 2015 ook de controle-opdracht voor het boekjaar 2013 terug te geven.

De directie dient een klacht tegen beide AA’s in bij de Accountantskamer. Die vindt dat de accountants de controle-opdracht voor 2013 te abrupt hebben teruggegeven, verklaart de klacht deels gegrond, maar legt geen maatregel op. De directie gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft ten onrechte:

  • de klachten teruggebracht tot twee klachtonderdelen en daarmee de klachten over de onprofessionele en ondoelmatige handelwijze van het kantoor en het uitvoeren en beëindigen van de controlewerkzaamheden (over 2014) niet behandeld;
  • gezegd dat de directie niet de stelling van de accountants heeft aangevochten dat zij onvoldoende controle-informatie hadden;
  • de beschuldiging dat de directie niet integer zou zijn door de vingers gezien;
  • de klacht over de facturering ongegrond verklaard.

Oordeel

Het beroep is gegrond voor wat de niet eerder besproken klachtonderdelen betreft.

Omvang klacht

De Accountantskamer heeft inderdaad niet alle klachtonderdelen inhoudelijk beoordeeld, want de directie had ook geklaagd over:

  • de manier waarop de accountants communiceerden;
  • de manier waarop de accountants de controlewerkzaamheden hebben gepland;
  • de aangevoerde redenen om de controle-opdracht(en) te beëindigen;
  • de openlijke twijfels van de accountants aan de integriteit van de directie.

Het college beoordeelt de onbesproken klachtonderdelen daarom zelf inhoudelijk. (De directie wil dat graag en de accountants hebben daartegen geen bezwaar).

Communicatie

Het dossier geeft geen aanleiding om te zeggen dat de accountants tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gecommuniceerd met de directie. Uit het dossier blijkt juist dat:

  • zij steeds contact hebben gezocht met de directie;
  • niet alleen maar e-mails hebben gestuurd;
  • ook diverse (telefoon)gesprekken hebben gevoerd;
  • een kantoormedewerker in overleg met de accountants de directie in het bedrijf nadere uitleg heeft gegeven over het verzamelen van de voor de controle benodigde informatie en daarbij ter plekke enkele dagen heeft geholpen;
  • de accountants wel degelijk oog hebben gehad voor de belangen van de directie, met name toen het bedrijf behoefte had aan financiering.

Controleplanning door betrokkenen

Het dossier geeft geen reden om te zeggen dat de regie en de uitvoering van de controleplanning onvoldoende was en de accountants hierbij tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld. Uit het dossier blijkt juist dat:

  • de accountants er herhaaldelijk op hebben gewezen dat het bedrijf onvoldoende gegevens aanleverde;
  • de accountants meermaals met lijsten en specifieke vragen hebben aangegeven welke gegevens zij nog wilden ontvangen;
  • de medewerker van de accountants nadere uitleg en assistentie heeft geboden.

Volgens het college heeft de directie dan ook niet aannemelijk gemaakt dat de accountants wél alle benodigde controle-informatie hadden en dat zij ten onrechte om informatie hebben gevraagd. De accountants hebben evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door te volharden in het verzoek om controle-informatie. Verder hebben zij niet ondoelmatig gehandeld, ook al zijn de werkzaamheden niet afgerond volgens de oorspronkelijke planning.

Opzegging opdracht 2014

Volgens de Accountantskamer hebben de accountants de controleopdracht voor het jaar 2013 “rauwelijks” en zonder goede reden opgezegd. De accountants hebben niet of onvoldoende duidelijk gemaakt wat er in de twee maanden voor de opzegging is gebeurd dat aanleiding kon geven om de opdracht per direct te staken. In hoger beroep richt de directie zich uitsluitend op het oordeel van de Accountantskamer over de opzegging van de controleopdracht voor het jaar 2014.

Uit het dossier blijkt dat de problemen rond het verkrijgen van toereikende controle-informatie een terugkerend onderwerp van gesprek waren. De accountants hebben hierover veelvuldig gecommuniceerd vóór de opzegging van de opdracht voor boekjaar 2014. In oktober 2014 heeft één van de accountants de werkzaamheden opgeschort vanwege ontoereikende gegevens. Daarna hebben zij in een gesprek met de directie specifiek aandacht gevraagd voor dit probleem.

In februari 2015 heeft de andere accountant het bedrijf een overzicht toegestuurd van de benodigde documenten. In september 2015 meldde de ene accountant dat de controlewerkzaamheden voor 2014 niet konden beginnen, omdat de controle-informatie niet conform de PBC-lijst(en) was overgelegd.

Gezien deze duidelijke signalen vindt het college dat de Accountantskamer terecht heeft gezegd dat de opzegging van de controleopdracht 2014 niet te abrupt is geweest en dat de accountants niet nog eens hoefden te waarschuwen. Dat één van de accountants in augustus 2015 per e-mail zei dat hij geen belemmeringen meer verwachtte, verandert hieraan niets. De accountant maakte daarin namelijk ook nadrukkelijk een voorbehoud bij de kwaliteit van de controle-informatie die moest worden aangeleverd. Het was dus geen onvoorwaardelijke toezegging om de controle af te ronden. Daarbij is het nog de vraag of de accountant in de e-mail wel doelde op de controle over 2014.

Twijfels aan integriteit

In de brief waarmee de accountants de controleopdracht voor 2013 opzegden, uitten zij hun twijfels over de integriteit van de directie. Daarbij wezen zij op de ontwikkelingen die leidden tot een onherstelbaar gebrek aan vertrouwen in de integriteit van het bestuur, zoals:

  • nadat de accountants niet te negeren signalen afgaven, heeft de directie enkele weken niets laten horen;
  • toen de problemen werden besproken, maakte de onderneming een inadequaat verslag van de bespreking waarbij de conclusies onjuist waren;
  • zo wordt in het verslag een advies van BDO over de management fee ontkend;
  • zo staat in het verslag dat de management fee na overleg met “diverse accountants” is opgenomen als een lening in rekening-courant en dat een fiscale toets voor zo’n lening niet nodig zou zijn;
  • zo suggereert het verslag dat de directie vindt dat de controlerend accountant te veel vragen stelt et cetera.

De accountants hebben er bij de directie op aangedrongen advies in te winnen over de fiscale verwerking van de post ‘management fee’ en de gevolgen daarvan. De directie zei dat zij zo’n advies niet zou inwinnen. De directie heeft de management fee ondanks de twijfels van de accountants aangemerkt als een lening in rekening-courant. Na een summier advies van een fiscalist heeft de directie dit achter de rug van de accountants om teruggedraaid.

Voordat de accountants eind 2015 de controleopdracht over 2013 opzegden, hebben zij juridisch advies ingewonnen. Gezien deze gang van zaken en de vele bezwaren en zorgen die de accountants hebben geuit in de maanden vóór de opzegging, vindt het college het terecht dat de accountants twijfelden aan de integriteit van de directie en die twijfels noteerden in de brief.

Facturering

Volgens de directie was een fixed fee afgesproken, maar heeft het accountantskantoor (veel) meer in rekening gebracht. Volgens vaste rechtspraak van het college kun je in een tuchtrechtelijke procedure alleen met succes over declaraties klagen als een accountant daarbij zo onzorgvuldig, niet-integer of onprofessioneel heeft gehandeld dat hij daardoor de wet- en regelgeving voor accountants overtreedt. (Zie bijvoorbeeld deze uitspraak).

De fixed fee gold volgens de accountants alleen voor de beschreven werkzaamheden op basis van de afgesproken uitgangspunten. De directie heeft daar niet aan voldaan. De extra werkzaamheden die niet vielen onder de offerte zijn besproken en afgestemd met de directie.

Volgens het college was er niets mis met de facturering. De aangehaalde ‘zomerkorting’ van 4540 euro gold bijvoorbeeld alleen als de controlewerkzaamheden in juli en augustus konden worden uitgevoerd. In de offerte gaat het kantoor ervan uit dat de cliënt de benodigde gegevens en documenten aanlevert op basis van de ‘prepared by client’-lijst (PBC-lijst) van het kantoor. Uit het dossier blijkt dat de accountants de (kosten van) extra werkzaamheden steeds vooraf hebben gemeld.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

De uitspraak maakt duidelijk dat je een (controle-)opdracht niet zomaar mag teruggeven en daarvoor goede redenen moet aanvoeren. Die redenen kunnen zijn dat het vertrouwen in de cliënt is verdwenen, omdat die:

  • ondanks veelvuldig herhaald verzoek niet de nodige controle-informatie aanlevert;
  • ondanks twijfels van de accountant een management fee boekt als lening in rekening-courant;
  • die lening achter de rug van de accountant om terugdraait;
  • een inadequaat en onjuist verslag maakt van een gesprek met de accountants;
  • suggereert dat je als controlerend veel te veel vragen stelt.

Verder wordt weer eens duidelijk dat de tuchtrechter alleen negatief oordeelt over facturen als de accountant het te bont maakt. Hier was er weinig aan te merken op het gefactureerde meerwerk, omdat:

  • dit buiten de fixed fee viel;
  • de extra werkzaamheden in overleg met de cliënt zijn uitgevoerd;
  • de klant zich niet hield aan de afspraken;
  • de genoemde ‘zomerkorting’ alleen geldt onder de genoemde voorwaarden.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.