Tuchtrecht

Partijdige waardering door recidivist

Een registeraccountant waardeert de aandelen in een holding veel lager dan een andere accountant eerder deed en onderbouwt zijn conclusies onvoldoende. Het is niet de eerste keer dat hij in de fout gaat.

Accountantskamer

Zaaknummers:
18/921 Wtra AK
Datum uitspraak:
14 december 2018
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
tijdelijke doorhaling voor drie maanden
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2018:86

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een zoon en een dochter hebben ieder de helft van de gewone aandelen in een holding. De dochter heeft haar aandelen in 1999 voor 3,6 ton (800 duizend gulden) gekocht van haar vader. Op 1 juli 2017 overlijdt de vader. In zijn testament heeft hij alle aandelen(certificaten) van zijn dochter gelegateerd aan de zoon en daarbij bepaald dat de aandelen binnen een half jaar na zijn overlijden moeten worden geleverd.

De dochter zal daarvoor de waarde in het economisch verkeer krijgen. Die waarde moet worden vastgesteld conform artikel 5 van de statuten van de holding of conform een andere methode van waardering die de dochter en de zoon hebben afgesproken. De dochter zal haar rechten als erfgename verliezen als zij haar aandelen niet tijdig levert aan haar broer. Op voorstel van de broer wordt de leveringstermijn verlengd tot 1 maart 2018.

De zoon geeft begin 2018 aan een registeraccountant de opdracht om de aandelen in de holding te waarderen. De accountant schrijft in de opdrachtbevestiging dat hij dat zal doen conform NV COS 4400N, maar verandert die standaard in 5500N als hij echt begint. In zijn waarderingsrapport concludeert de accountant dat de vijftig aandelen van de dochter een waarde hebben van min 757.361 euro. Als de zoon de aandelen wil verwerven met alle toekomstige lasten en risico’s zou een aankoopbedrag van 0 of 1 euro te overwegen zijn.

De dochter spant een kort geding aan. Haar raadsman vraagt de accountant telefonisch en per e-mail om een afschrift van de bescheiden die de accountant heeft gekregen voor de waardering en om een kopie van het gehele waarderingsdossier. De  raadsman wil de conclusie van de accountant tegen het licht houden en wijst erop dat zijn cliënte aandeelhouder is van de holding.

De accountant wijst de verzoeken af. Hij stuurt de facturen voor zijn werkzaamheden naar de holding. De zoon schrijft in juli 2018 aan de accountant dat de accountant een indicatie van de waarde van de aandelen heeft gegeven en dat hij zijn zuster in de precontractuele fase van de aandelenoverdracht beschouwt als zijn tegenpartij. De accountant mag haar dus geen informatie geven over zijn waardebepaling.

De dochter dient een klacht in tegen de registeraccountant.

Klacht

De accountant heeft:

a. geweigerd een afschrift te verstrekken van het dossier dat ten grondslag heeft gelegen aan zijn rapport;

b. de waarde van de aandelen niet deugdelijk vastgesteld;

c. niet de specifieke kennis om aandelen te waarderen en niet de gangbare waarderingsmethode gebruikt;

d. cijfers onvoldoende doorgrond;

e. aannames gedaan zonder deze te verifiëren;

f. niet vermeld wat het gevolg zal zijn voor de waardering van de aandelen als de holding toch blijkt te beschikken over essentiële documenten inzake de pensioentoezegging;

g. een vordering van de holding op de vrouw ten onrechte aangemerkt als volledig oninbaar;

h. gefactureerd aan de holding in plaats van aan zijn opdrachtgever.

Oordeel

De klacht is gegrond.

Ad a Weigering afschrift

Volgens de accountant had de vrouw de gewenste informatie moeten opvragen bij de holding, omdat hij die niet kon geven vanwege zijn geheimhoudingsverplichting. Bovendien was haar broer zijn cliënt en de vrouw diens tegenpartij in de gerechtelijke procedure.

Volgens de Accountantskamer is een accountant niet (wettelijk) verplicht stukken te verstrekken die die hij zelf heeft vervaardigd bij de uitvoering van de opdracht van een klant. De accountant had zich niettemin moeten realiseren dat de dochter ook vroeg om stukken die de holding hem had gegeven, zoals:

  • de jaarrekeningen van de holding en haar (klein)dochtervennootschappen;
  • aangiften en aanslagen vennootschapsbelasting;
  • taxatierapporten;
  • administratieve ‘uitlijstingen’;
  • de begroting over 2018.

Als aandeelhoudster had de dochter zonder meer aanspraak op inzage in of verstrekking van de jaarrekeningen van de holding en de (klein)dochtervennootschappen. De accountant had zijn opdrachtgever daarop moeten wijzen. Omdat de broer het rapport had ingebracht in een kort geding dat zijn zuster had aangespannen, had de accountant moeten onderzoeken of zijn opdrachtgever bereid was hem toestemming te geven om afschriften van alle andere stukken van de vennootschap te verstrekken aan zijn zuster. Door dat achterwege te laten en het verzoek van de vrouw eenvoudigweg helemaal af te wijzen met een verwijzing naar zijn geheimhoudingsplicht heeft de accountant onzorgvuldig gehandeld.

Ad b tot en met g Ondeugdelijke waardering

Als een accountant een waarderingsrapport uitbrengt moeten de conclusies een deugdelijke grondslag hebben. Dat geldt helemaal als-ie erop bedacht moet zijn dat zijn opdrachtgever het rapport gebruikt in een geding. De accountant had al bij het aanvaarden van de opdracht kunnen voorzien dat de zoon het rapport zou gebruiken in een procedure, want de accountant wist dat:

  • de zoon hem had benaderd in verband met de uitvoering van het testament van zijn vader;
  • de zoon en zijn zuster tegengestelde belangen hadden bij de waardebepaling;
  • de dochter en de zoon voor de waardebepaling gezamenlijk moesten optreden op grond van de statuten van de holding;
  • hij was uitgekomen op een aanzienlijk lagere waarde dan die een accountant-administratieconsulent eerder had berekend;
  • de negatieve waarde voor de dochter zeer nadelig was;

Of de accountant terecht heeft gekozen voor de toepassing van Standaard 5500N laat de Accountantskamer in het midden, omdat daarover niet is geklaagd. Maar volgens de paragrafen 19 en 28 van die standaard hadden in de opdrachtbevestiging elementen moeten staan, die nu ontbreken. Zo staat in paragraaf 28 dat er een beschrijving van de bevindingen moet staan in het rapport. Die bevindingen, waaronder ook de conclusies, moeten volgen uit de beschikbare gegevens. Voor zover dat niet zo is, moet de accountant duidelijke voorbehouden maken. Voor zover er ook andere conclusies mogelijk zijn, moet hij vermelden waarom hij die conclusies niet heeft getrokken.

Onduidelijke methode

Om te beginnen had de accountant uiteen moeten zetten welke methode of welke maatstaven hij heeft gehanteerd voor de waardering van de aandelen en inzichtelijk moeten maken volgens welke berekening hij tot de (indicatie) van de waarde is gekomen. De accountant heeft in het rapport echter eerst een aantal waarderingsmethoden opgesomd, één daarvan getypeerd als wetenschappelijk onderbouwd en daarna al deze methoden als minder geschikt dan wel als ongeschikt aangemerkt om de aandelen te waarderen. Daarna schrijft hij niettemin dat het inschatten van de toekomstige resultaten en kasstroom van belang is om te komen tot waardering van de ondernemingsactiviteiten.

Ongefundeerde conclusies

Over de verplichtingen die de holding op grond van de pensioenaanspraken van de zoon heeft, stelt de accountant vast dat enkele essentiële documenten ontbreken in het pensioendossier van de vennootschappen. Hij geeft echter niet aan welke documenten. Daardoor is de conclusie, dat de pensioenregeling vanwege het ontbreken van essentiële documenten mogelijk niet voldoet aan de geldende wet- en regelgeving, gebrekkig onderbouwd. Vooral ook omdat niet wordt toegelicht waaruit die strijdigheid met wet- en regelgeving dan bestaat.

Datzelfde geldt voor de opmerking dat de mogelijke fiscale claim, vanwege het verschil tussen de commerciële en fiscale waarde van deze pensioenvoorziening, minimaal 1,5 miljoen euro bedraagt. De accountant schrijft daarna dat de dotatie aan de pensioenvoorziening ten laste van het resultaat 437.965 euro moet bedragen. Hij licht echter niet toe op welke actuariële berekening dit bedrag is gebaseerd.

Ook schrijft hij dat een vordering op de dochter mogelijk geheel of gedeeltelijk oninbaar zal blijken en vindt dat daarom een voorziening van 100 procent moet worden getroffen. Een duidelijke motivering hiervoor ontbreekt, terwijl die met het oog op de deugdelijke grondslag niet had mogen ontbreken. Op de zitting bij de Accountantskamer is gebleken dat de zoon hem had laten weten dat hij de vordering niet zou innen. De zoon heeft echter niet uitgelegd waarom hij daarvan afziet en de accountant heeft hier kennelijk geen verder onderzoek naar gedaan. De enkele mededeling van de broer rechtvaardigt volgens de Accountantskamer niet dat er een voorziening wordt opgenomen voor de (gehele) vordering.

De accountant heeft ook een ongefundeerde schatting gemaakt van de benodigde vervangingsinvesteringen wegens de leeftijd van het wagenpark. De noodzaak van die investeringen strookt niet met zijn twijfels over de continuïteit van de ondernemingsactiviteiten. Bovendien ligt het niet zonder meer voor de hand dat zo’n vervanging invloed heeft op het vermogen van de holding en daarmee op de waarde van de aandelen.

De aanname dat de bedrijfspanden onderhoud behoeven is zonder de ontbrekende toelichting niet logisch. De panden zijn volgens het rapport in december 2017 naar marktwaarde getaxeerd door een taxateur. De staat van onderhoud is daarbij een maatstaf, zodat je mag aannemen dat bij deze taxatie rekening is gehouden met het nodige onderhoud.

Niet objectief

De accountant mag de waardebepaling dan wel hebben opgesteld opdat de zoon zijn onderhandelingspositie zou kunnen bepalen. Dat neemt niet weg dat de eis van objectiviteit onverkort van kracht blijft, zoals ook in paragraaf 13 van Standaard 5500N staat. De manier waarop de accountant de opdracht heeft uitgevoerd en zijn herhaalde opmerking dat de dochter de tegenpartij is van zijn opdrachtgever wijst er echter op dat de accountant zijn afwegingen ongepast heeft laten beïnvloeden door de opdrachtgever. Daardoor heeft de accountant niet alleen in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, maar ook met het fundamentele beginsel van objectiviteit.

Ad h Factuur verkeerd geadresseerd

Ook als de zoon de kosten uiteindelijk voor zijn rekening zou nemen, zoals de accountant zegt, ligt het niet voor de hand om de factuur eerst te sturen naar de holding. De zoon was immers de opdrachtgever en de accountant moest rekening houden met een zuivere btw-afdracht door de holding. De accountant heeft erop gewezen dat de kosten van de gezamenlijk benoemde deskundige volgens de statuten te zijner tijd in rekening mogen worden gebracht aan de holding. Dit verweer snijdt echter geen hout, omdat de accountant alleen in opdracht van de zoon werkte.

Maatregel

Tijdelijke doorhaling voor drie maanden. De accountant heeft een gebrekkig waarderingsrapport opgesteld. De vorm voldoet niet aan de standaard waaraan de accountant zich zegt te hebben gehouden. De inhoud schiet tekort op alle onderdelen waarover is geklaagd. Blijkens het resultaat heeft de accountant alleen oog gehad voor de belangen van zijn opdrachtgever. Mede door zijn rapport is de vrouw in een benarde positie terecht gekomen bij de uitvoering van haar vaders testament.

Daarbij komt dat de accountant totaal niet lijkt te beseffen dat hij onjuist heeft gehandeld, maar in plaats daarvan heeft gesuggereerd dat de vrouw misbruik maakt van het klachtrecht. De Accountantskamer houdt verder rekening met deze waarschuwing uit 2010, wegens disproportioneel en inadequaat handelen en het schenden van de geheimhoudingsplicht. Alsmede met deze waarschuwing uit 2014, voor het niet vermelden dat hij geen hoor en wederhoor had toegepast, voor het ontbreken van voorbehouden en voor schending van het fundamentele beginsel van objectiviteit.

Annotatie Lex van Almelo

Welke standaard voor dit soort opdrachten de juiste is, laat de Accountantskamer in het midden, omdat de vrouw niet heeft geklaagd over toepassing van de verkeerde standaard. In de uitspraak die de tuchtrechter in 2014 deed over een ander partijdig rapport van deze accountant blijkt echter dat de Accountantskamer NV COS 3000 de juiste standaard vindt. De accountant had dus beter kunnen weten.

Gezien de eerdere waarschuwing voor het gebrek aan objectiviteit had de accountant extra bedacht kunnen zijn op ongepaste beïnvloeding door de opdrachtgever. Maar alle tekortkomingen waren in het voordeel van zijn opdrachtgever. De tuchtrechter heeft het al vele malen gezegd: ook als je een bijzonder belang vertegenwoordigt, moet het rapport objectief zijn zodra voorzienbaar is dat het gebruikt zal worden in een gerechtelijke procedure. En dan hebben we het nog even niet over het stramien voor assurance-opdrachten.

Los van de objectiviteit moeten bevindingen en conclusies een deugdelijke grondslag hebben. De Accountantskamer legt nog even puntig uit wat dat inhoudt:

  • bevindingen en conclusies moeten volgen uit de beschikbare gegevens;
  • voor zover ze daaruit niet volgen, moet de accountant een duidelijk voorbehoud maken;
  • voor zover er ook andere conclusies mogelijk zijn, moet de accountant vermelden waarom hij die conclusies niet heeft getrokken.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.