Tuchtrecht

Geschrapte advocaat ontsnapt als accountant

Een accountant-administratieconsulent heeft geen onrechtmatig verkregen informatie gebruikt noch de rechter misleid. Als advocaat is hij voor deze kwestie echter geschrapt van het tableau.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
19/1093
Datum uitspraak:
08 december 2020
Oordeel:
hoger beroep ongegrond / klacht ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2020:951

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een zoon en een dochter hebben ieder de helft van de gewone aandelen in een holding. De dochter heeft haar aandelen in 1999 voor 3,6 ton (800 duizend gulden) gekocht van haar vader. Op 1 juli 2017 overlijdt de vader. In zijn testament heeft hij alle aandelen(certificaten) van zijn dochter gelegateerd aan de zoon en daarbij bepaald dat de aandelen binnen een half jaar na zijn overlijden moeten worden geleverd.

De dochter zal daarvoor de waarde in het economisch verkeer krijgen. Die waarde moet worden vastgesteld conform artikel 5 van de statuten van de holding of conform een andere waarderingsmethode die de dochter en de zoon hebben afgesproken. De dochter zal haar rechten als erfgename verliezen als zij haar aandelen niet tijdig levert aan haar broer. Op voorstel van de broer wordt de leveringstermijn verlengd tot 1 maart 2018.

De zoon geeft begin 2018 aan een registeraccountant de opdracht de aandelen in de holding te waarderen. Deze accountant schrijft in de opdrachtbevestiging dat hij dat zal doen conform NV COS 4400N, maar verandert die standaard in 5500N als hij echt begint. In zijn waarderingsrapport concludeert de accountant dat de vijftig aandelen van de dochter een waarde hebben van min 757.361 euro. Als de zoon de aandelen wil verwerven met alle toekomstige lasten en risico’s zou een aankoopbedrag van 0 of 1 euro te overwegen zijn.

De dochter dient een klacht in tegen de registeraccountant. De Accountantskamer verklaart de klacht gegrond en legt een tijdelijke doorhaling op voor drie maanden. De dochter laat zich in deze en andere procedures bijstaan door een accountant-administratieconsulent, die ook advocaat is. Als advocaat/accountant heeft hij ook voorstellen gedaan voor een overnameprijs.

De broer dient een klacht tegen de advocaat/accountant in bij de Accountantskamer, omdat hij:

a. op een oneigenlijke manier financiële en andere informatie over de holding in handen heeft gekregen en heeft gebruikt in diverse procedures, terwijl hij wist dat die informatie onrechtmatig was verkregen;

b. als raadsman van de zus onder meer een tuchtprocedure heeft aangespannen tegen de registeraccountant van de klager en daardoor een vlotte en harmonieuze uitvoering van de laatste wil van de vader verhinderd, wat heeft geleid tot verstoorde familieverhoudingen.

De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond. De klager gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft ten onrechte:

  1. genegeerd dat de accountant/advocaat voorheen de accountant was van de onderneming van de vader, maar vanaf medio december 2017 uitsluitend de belangen van de zus is gaan behartigen en daarbij geen oog heeft gehad voor de beginselen die gelden voor accountants; geoordeeld dat de accountant in strijd met de regeling uit het testament heeft mogen adviseren;
  2. klachtonderdeel a ongegrond verklaard en gezegd dat de accountant niet zonder meer hoefde te weten of vermoeden dat zijn cliënte mogelijk niet rechtmatig over de stukken in kwestie kon beschikken;
  3. klachtonderdeel b ten onrechte ongegrond heeft verklaard, terwijl de accountant:
    • contraproductieve adviezen is gaan uitbrengen vanaf het moment dat hij de advocaat werd van de zus;
    • een “onzinnige klachtprocedure” is begonnen de registeraccountant van de broer;
    • heeft gezegd dat er niets mis zou zijn met de pensioenregeling;
    • de rechter in de civiele procedure wel degelijk heeft misleid.

Oordeel

Het hoger beroep is ongegrond.

Ad 1 Partijdigheid

De broer heeft er niet over geklaagd dat de accountant is opgetreden als belangenbehartiger/raadsman van de zus en heeft op dit punt ook geen beroepsgrond aangevoerd. Daarom kan dit verwijt in hoger beroep niet alsnog aan de orde komen. Uitbreiding van de klacht in hoger beroep is volgens vaste jurisprudentie van het college namelijk niet mogelijk.

Het college beperkt zich tot het verwijt dat de accountant niet in strijd met de regeling uit het testament had mogen adviseren. Een accountant moet zich, ook als hij optreedt in de hoedanigheid van advocaat, houden aan de fundamentele beginselen uit de VGBA. In 2018 heeft het college al gezegd dat:

  • een accountant bij het innemen van civielrechtelijke standpunten in de hoedanigheid van advocaat de nodige ruimte heeft om (feitelijke) stellingen en argumenten te presenteren;
  • die ruimte echter niet onbegrensd is;
  • de grens in ieder geval wordt overschreden als de accountant feitelijke gegevens presenteert of zaken voorstelt waarvan hij weet of behoort te weten dat deze onjuist zijn.

In een andere uitspraak uit 2018 van het college volgt dat de accountant een waarheidsplicht heeft. Het college is het niet eens met het verwijt dat de Accountantskamer deze norm niet of niet zichtbaar heeft gehanteerd.

Ad 2 Onrechtmatig gebruik stukken

Volgens de broer was de zus weliswaar formeel in dienst van de bv, maar daar feitelijk niet werkzaam. Daarom had zij geen toegang had tot de systemen of het archief van de onderneming. Deze niet-onderbouwde stelling doet niet ter zake. De zus kon of mocht als aandeelhouder immers beschikken over de genoemde stukken en dat zij wellicht geen toegang had tot de systemen of het archief hoefde de accountant niet te weten.

Ad 3 Adviezen/misleiding

Volgens de Accountantskamer heeft de broer niet aannemelijk gemaakt dat de accountant zich als advocaat van de zus schuldig heeft gemaakt aan het bewust innemen van onjuiste of misleidende standpunten en (daarmee) de voortgang in de gesprekken tussen de broer en zijn zus (bewust) heeft vertraagd. Het stond de accountant vrij om tweemaal een voorstel te doen om de aandelen tegen een bepaald bedrag over te nemen. De broer en zus konden het aanbod weigeren en hebben dat ook gedaan.

De Accountantskamer heeft terecht gezegd dat de accountant de rechter niet heeft misleid met zijn uitspraken over de pensioenverplichtingen en heeft dit klachtonderdeel terecht ongegrond verklaard. Of het ‘niet respecteren van de stand van zaken tussen broer en zus’ een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging oplevert, laat het college in het midden. De klager heeft niet aangetoond dat de accountant afspraken tussen broer en zus ter zijde heeft geschoven.

De accountant/advocaat heeft met zijn klacht tegen de waarderende (en tijdelijk doorgehaalde) registeraccountant niet op oneigenlijke wijze gebruik gemaakt van het klachtrecht. Het oordeel van de Accountantskamer over de gebrekkige fundering van de conclusies over de pensioenregeling, de fiscale claim en de dotatie ontbreekt, is in hoger beroep overeind gebleven. De omvang van de pensioenverplichtingen had invloed op de waarde van de aandelen die de zus moest afgeven aan de broer. Het college vindt net als de Accountantskamer dat de accountant de rechter niet heeft misleid.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

De klacht gaat over een accountant, die ook advocaat is. Als een accountant optreedt in de hoedanigheid van advocaat moet hij zich ook houden aan de fundamentele beginselen uit de VGBA. Dat betekent onder meer dat hij geen gegevens of zaken naar voren mag brengen waarvan hij weet of behoort te weten dat die onjuist zijn.

In een andere zaak vroeg de Accountantskamer zich ooit af of accountants wel als advocaat moeten willen optreden, omdat de partijdigheid als raadsman kan leiden tot “onoplosbare bedreigingen” voor de naleving van het objectiviteitsbeginsel. Zouden accountants, die het beroep van advocaat willen uitoefenen, zich daarom niet moeten laten uitschrijven uit het accountantsregister, zolang zij advocaat zijn? In het hoger beroep in die zaak liet het college zich er niet over uit, omdat de dubbele petten niet werd aangevoerd als beroepsgrond. Dat is in deze zaak ook niet gebeurd, waardoor een antwoord op die vraag opnieuw uitblijft.

Is dat erg? Ik denk van niet, want er zijn maar weinig accountants die ook staan ingeschreven als advocaat. In de accountantstuchtrechtspraak ben ik er slechts twee tegengekomen: de AA/advocaat uit deze uitspraak en een RA/advocate. Bovendien is de AA/advocaat in september dit jaar van het tableau geschrapt als advocaat. Pikant genoeg vanwege belangenconflicten in dezelfde zaak! De advocatentuchtrechter memoreerde de talloze schorsingen als advocaat en stelde vast dat deze advocaat daarvan kennelijk niet leert.

Als de broer in deze erfenisruzie geen schampschot had afgevuurd op de accountant, maar ook had geklaagd over belangenverstrengeling was de AA/advocaat wellicht ook doorgehaald als accountant. Dat gebeurde overigens al eens in 2012, waarna de advocaat zich in 2013 opnieuw inschreef als AA. Misschien zou de NBA de praktijken van deze accountant eens onder de loep moeten nemen. Arnout van Kempen ziet de NBA graag de rol van openbare aanklager vervullen. Misschien is dit een goede zaak om te beginnen met het Openbaar Accountants Ministerie.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.