Waadi kan concurrentie- en relatiebeding onderuit halen
Niet zelden werpen intermediairs via een relatie- of een concurrentiebeding drempels op als gedetacheerde arbeidskrachten een arbeidsovereenkomst willen aangaan met de opdrachtgever die hen eerst inleende. Met verwijzing naar de Waadi maakt de rechter meestal korte metten met die tegenwerking.
Carolin Vethanayagam
In artikel 9 a lid 1 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) is een ‘belemmeringsverbod’ opgenomen voor werkgevers die bedrijfsmatig arbeidskrachten ter beschikking stellen aan derden. Het belemmeringsverbod houdt kort en goed in dat die werkgevers geen belemmeringen mogen opwerpen voor het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst tussen de ter beschikking gestelde arbeidskracht en de derde aan wie de arbeidskracht ter beschikking is gesteld. Eventuele bepalingen die in strijd zijn met dit belemmeringsverbod zijn nietig.
Onder 'ter beschikking stellen van arbeidskrachten' wordt (ingevolge artikel 1 lid 1 aanhef en onder c Waadi) verstaan het ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander voor het onder diens toezicht en leiding verrichten van arbeid, op een andere manier dan volgens een met deze ander gesloten arbeidsovereenkomst.
Hoog kennisniveau
In situaties waarbij het toezicht en leiding níet wordt uitbesteed aan de inlener, lijkt het belemmeringsverbod uit de Waadi daarom niet van toepassing te zijn. Gedacht kan worden aan situaties waarbij sprake is van dienstverlening op een hoog gespecialiseerd kennisniveau. Voor de inlener zal juist deze gespecialiseerde kennis – die hij zelf niet of onvoldoende in huis heeft - reden kunnen vormen om arbeidskrachten in te lenen.
Uit de parlementaire geschiedenis blijkt overigens dat - naast uitzendovereenkomsten - ook payrollconstructies en detacheringsovereenkomsten onder de Waadi kunnen vallen, uiteraard indien aan de voorwaarden van deze wet is voldaan. Dit betekent dat concurrentie- en relatiebedingen in voornoemde overeenkomsten uiterst discutabel zijn.
Uitspraak
Een recent voorbeeld onderschrijft dat. In zijn uitspraak van 12 juni 2015 oordeelde de voorzieningenrechter kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam dat een relatie- en concurrentiebeding in de detacheringsovereenkomst tussen een werkgever en een uitgeleende werknemer nietig is op grond van artikel 9 a lid 1 van de Waadi. Als gevolg hiervan kon de werknemer zonder slag of stoot aan de slag bij de relatie van de werkgever, alwaar hij eerder was gedetacheerd.
Gerelateerd
Veel bedrijven nog onbekend met nieuwe wet voor uitlenen personeel
De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) roept accountants en adviseurs op om hun klanten te attenderen op de nieuwe Wet toelating terbeschikkingstelling van...
Schoonmaakbedrijven beboet voor ruim zeven ton
De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft twee schoonmaakbedrijven samen ruim 700.000 euro aan boetes opgelegd wegens overtredingen van de loonwetgeving en het inzetten...
Werkgever mag straks geen huur meer inhouden op minimumloon arbeidsmigrant
Werkgevers mogen straks geen huur meer inhouden op het minimumloon van werkenden. Op dit moment geldt nog een maximum van 25 procent van het brutominimumloon, dat...
Ruim drie ton aan boetes voor sportschoolketen Saints & Stars
De Nederlandse Arbeidsinspectie deelt in totaal 316.875 euro aan boetes uit aan de Amsterdamse sportschoolketen Saints & Stars. Het bedrijf krijgt de boetes voor...
Meer zekerheid voor werknemers met een flexcontract
De Eerste Kamer heeft ingestemd met de wet 'meer zekerheid flexwerkers'. Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen daardoor per 1 januari 2028 meer zekerheid...
