Magazine

Willem Buijink: 'We moeten retoriek bestrijden!'

Willem Buijink, een éminence grise binnen het onderzoek naar (financial) accounting en accountantscontrole, staat bekend als aimabele wandelende boekenkast met een zeer brede interesse. Maar hij houdt ook van actie. De eerste in een reeks interviews met hoogleraren uit de categorie unusual suspects.

Dit artikel is verschenen in Accountant Q1, 2018

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Onder professoren

Begin jaren negentig was Buijink nauw betrokken bij het oprichten van het onderzoeksinstituut MARC en een voorloper van het International Symposium on Auditing Research. Daarna volgden veel meer initiatieven. Hoe kijkt hij aan tegen de ontwikkelingen in de accountantscontrole? Hoe is het gesteld met het beroep? En vooral ook: wat is de rol van onderzoek?

Wat is er volgens u veranderd binnen het accountantsberoep in de afgelopen decennia?

“Het Europese accountancy-onderzoek is sterk geïnternationaliseerd en verbeterd. Daarbij speelde de ontwikkeling van de European Accounting Association een belangrijke rol. De belangrijkste wijzigingen in de praktijk zijn toch wel die in de Europese regelgeving geweest, zowel voor accounting als auditing. Die veranderingen hebben wetenschap, accountantspraktijk en onderwijs in grote mate beïnvloed. En een van de opvallendste fenomenen in de markt vind ik de enorme concentratie van de accountantskantoren, van big eight naar big four.”

Wat zijn de consequenties van die concentratie?

“Vreemd genoeg is dat nog weinig onderzocht. Concentratie heeft mogelijk een remmende werking op de innovatie in de sector. De grote omvang van de accountantsorganisaties lijkt niet echt nodig. Acht of twaalf grote kantoren kunnen ook nog steeds de grote bedrijven controleren. Dat zou leiden tot meer schwung in de ontwikkeling van de accountantscontrole.”

Kunnen we de concentratie dan wel aan de markt overlaten?

“Een van de paradoxale gevolgen van de regelgeving zou juist kunnen zijn dat die tot hoge concentratie leidt. Alleen de grote kantoren lijken namelijk goed overweg te kunnen met de zee aan regelgeving. Als er minder regels zouden zijn dan ontstaat er meer ruimte voor kleinere spelers. Dat is een interessant onderzoeksterrein. Daarnaast valt mij op dat grotere accountantskantoren lijken op internationaal georganiseerde groepen, maar als je goed kijkt naar hun organisatie dan zijn ze toch sterk landgericht. Er bestaat vaak geen duidelijke internationale gezagsverhouding. Het gezag is binnen het land of binnen de regio georganiseerd. Dat maakt competitiepolitiek per land mogelijk. Onderzoekers kunnen dit nu veel beter bestuderen dan vroeger, bijvoorbeeld aan de hand van de transparantieverslagen van de kantoren binnen Europa. Regelgeving leidt dus tot mogelijkheden voor onderzoek.”

Hoe zit het met de historische ontwikkeling van auditonderzoek?

“Auditonderzoek was lange tijd een soort niche met een eigen internationaal tijdschrift, genaamd AJPT, als publicatiemiddel. Nu verschijnt het ook in andere goede accountingtijdschriften. Het auditonderzoek is veel prominenter geworden. Ook dat is een gevolg van de toename aan regelgeving. Die toename genereert veel onderzoeksvragen en gegevens. Ik was vorig jaar op de jaarlijkse onderzoeksconferentie van de PCAOB. Daar lopen veel verstandige mensen rond die vroeger helemaal niet geïnteresseerd waren in accountantscontrole. Het auditonderzoek is echt veel groter en belangrijker geworden dan 25 jaar geleden. De Nederlandse bijdrage in die internationale literatuur is overigens opvallend goed.”

Doen politiek en praktijk wel voldoende met auditonderzoek?

“Dat kan absoluut beter. In mijn afscheidsrede in Tilburg heb ik daarover gesproken, maar het kan geen kwaad het nogmaals te benadrukken. Er zit te veel retoriek in het debat. De spelers hebben meestal een vooropgesteld doel bij een debat. En dat doel is helaas niet het begrijpen van wat er in de praktijk gebeurt. In mijn rede verwijs ik bijvoorbeeld naar het verplichtstellen van kantoorrotatie. Daarbij was minister Plasterk betrokken. Hij gaf aan dat het evident was dat zonder verplichte rotatie ongewenste vervlechting zou ontstaan, met alle gevolgen van dien. Dus moest het veranderen. Maar er bestaat een hele literatuur over het effect van rotatie. Die literatuur geeft aan dat rotatie niet zo veel effect heeft. Ik vind het ergerlijk als nota bene een wetenschapper dat onderzoek zomaar aan de kant schuift. Dat is retoriek. Ik heb ook samen met Roger Dassen een artikel in het MAB geschreven over de 53 maatregelen die zijn voorgesteld om het beroep te verbeteren. Wij hebben zeven maatregelen uitgekozen en laten zien dat voor die gebieden al onderzoeksresultaten bestaan. Waarom worden die niet besproken?

Ik zal nog een voorbeeld noemen. Er wordt wel gesteld dat de data die zijn gebruikt in onderzoek zijn verouderd. Maar onderzoekers doen dat vaak met een reden. Ze willen een cleane setting om na te gaan hoe iets verliep als bijvoorbeeld een regeling nog niet bestond. Als je wilt nagaan of de vraag naar accountantscontrole natuurlijk is of niet, dan moet je een setting hebben waarin geen verplichting bestaat. Zomaar zeggen dat de data te oud zijn snijdt dus geen hout. Je moet de waarheid proberen te vinden met argumentatie, met kennis over de wereld, en dus op basis van onderzoeksresultaten, niet met retoriek. Dat kunnen overigens ook simpelweg zorgvuldig verzamelde feiten zijn.”

Wat is dan de beste manier om accountants, regelgevers en toezichthouders in staat te stellen meer te doen met onderzoeksuitkomsten?

“De American Accounting Association maakt mooie samenvattingen. Die zijn nuttig. Binnen FAR zijn we ook bezig met het maken van korte notities over thema’s. Het MAB zou het ook meer kunnen gaan doen. Het MAB wordt trouwens binnenkort open access. Dan kunnen praktiserende accountants en financieel journalisten het blad ook beter volgen. De meeste accountants, regelgevers en toezichthouders zijn overigens academici. Die kunnen academische artikelen prima lezen. De crux zit meer in het goed toegankelijk maken van de artikelen. Daar ligt ook een rol voor de NBA en de AFM.”

Wat vindt u een goed voorbeeld van een wetenschappelijk artikel op het gebied van accountancy?

“Een vrij recent voorbeeld van een mooi en heel helder artikel is van Clive Lennox en Jeffrey Pitman in The Accounting Review uit 2011. In 2004 is voor een deel van de middelgrote ondernemingen in Groot-Brittannië de verplichte accountantscontrole opgeheven. Lennox en Pitman hebben bestudeerd welke bedrijven vrijwillig hun controle hebben voortgezet en of dat leidde tot een hogere credit rating. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn en dat zegt dus iets wezenlijks over het nut van de accountantscontrole. Op die manier zijn ondernemingen in staat
om een signaal af te geven. Dat is heel waardevolle onderzoeksinformatie, onder andere voor regelgevers. Trouwens, door recente wijzigingen in onze eigen afbakening van de wettelijke controleplicht kunnen we dit ook in Nederland onderzoeken. Ik vind dit type onderzoek een mooi voorbeeld van het slim gebruikmaken van een scheidslijn in de regelgeving, waardoor je voor en na goed kunt vergelijken. Daar zie je duidelijk de kracht van onderzoek.”

U heeft eerder aangegeven dat er eigenlijk geen kwaliteitsprobleem bestaat in de accountancy. Staat u daar nog steeds achter?

“Zeker, dat vind ik nog steeds. Ik vind het bijvoorbeeld storend dat studenten hun scripties vaak beginnen met de opmerking dat er zo veel accountingschandalen zijn. Ook collega’s doen dat vaak. Maar er zijn helemaal niet veel schandalen, zeker niet als je het vergelijkt met het aantal accountantscontroles dat wordt uitgevoerd. Onderzoekers Jere Francis en Ray Ball hebben daarover al geschreven. En er is een recente working paper van Hail, Tahoun en Wang, waarin voor 26 landen alle boekhoudschandalen voor de periode van 1800 tot 2015 in kaart zijn gebracht. In Nederland vinden zij slechts 32 echte boekhoudschandalen in die periode. Dat is toch niet veel?”

Misschien hangt het af van wat zij als schandaal beschouwen?

“Dat speelt misschien mee, maar zelfs bij een andere definitie blijven het er relatief heel weinig. Het straffe is dat de perceptie dat er veel schandalen plaatsvinden een hele golf van regelgeving heeft veroorzaakt. Ik heb dat met verbazing zien gebeuren. De schandalen worden te groot gemaakt. Dan krijgt men het idee dat je iets moet doen en dat is niet verstandig. Zoals eerder gezegd: de retoriek daarbij moet worden bestreden.”

Zijn we wel op de goede weg?

“Verbetering is altijd mogelijk. En ook altijd wenselijk, puur omdat verbeteren verstandig is. Zo zou de AFM veel meer moeten samenwerken met accountantskantoren en met ondernemingen die de jaarverslaggeving maken. In de luchtvaart is dergelijke samenwerking ook normaal. Samen kijken naar oorzaken van problemen en niet meteen schuldigen aanwijzen. Je moet samen in een open sfeer kijken waar het verkeerd gaat. Dat is de beste manier om oplossingen te vinden en het systeem te verbeteren. Zowel onderzoekers, accountants, regelgevers en toezichthouders moeten nog beter worden. Dat is een positieve gedachte. Dat moet voor iedereen de leidraad zijn.”

Noot
Luc Quadackers is eigenaar van Margila en als onderzoeker verbonden aan het Lectoraat Financieel-economische Advisering bij Innovatie (FAI) van de Hogeschool Utrecht.

CV Willem Buijink

Willem Buijink is hoogleraar accounting aan de Open Universiteit. Daaraan voorafgaand was hij onder andere hoogleraar accounting aan de Universiteit Maastricht en tot aan zijn emeritaat hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Buijink is tevens academisch lid van het bestuur van de Foundation for Auditing Research (FAR).

Hij studeerde industrieel ontwerpen en toegepaste economie in Antwerpen en promoveerde in 1992 aan de Universiteit Maastricht. Buijink schrijft (onder andere) prikkelende artikelen en columns in het Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie (MAB), waarvan hij kernredactielid is. Hij woont in Antwerpen.

Gerelateerd

Magazine

'Accountants ervaren te weinig professionele ruimte'

Anna Gold heeft nadrukkelijke opvattingen over de effecten van negatieve berichtgeving in de media, de beperkte relatie tussen compliance en kwaliteit en de noodzaak tot streven naar openheid zonder angst. Tweede uit de serie interviews met hoogleraren uit de categorie 'unusual suspects'. “Als wij onze bevindingen niet overbrengen en vertalen naar de praktijk, dan wordt de helft van het doel gemist.”

x 0 Luc Quadackers

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.