Magazine

Eén lijn

Op 10 februari 2004 werden acht Europese beroepsorganisaties het in Londen eens over de criteria voor een internationaal erkende basisopleiding accountancy. Binnenkort wordt dit voorstel voor commentaar verspreid.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 8, 2004

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

William Rothuizen

Het Common Content-project, geïnitieerd door de beroepsorganisatie ICAEW van Engeland en Wales, beoogt een internationale harmonisatie van de kennis waarover de accountant op het entry level moet beschikken. Daar bovenop moeten aankomend accountants de studie voor een ‘national content’ afronden om te voldoen aan de vereiste kwalificaties van het land waar zij hun beroep willen uitoefenen.

Verschillen

Behalve die van Engeland en Wales nemen ook de beroepsorganisaties van Duitsland (IDW en WPK), Frankrijk (OEC), Ierland (ICAI), Italië (CNDC), Nederland (NIVRA) en Schotland (ICAS) deel.

NIVRA-directeur Gert Smit wijst er op dat de opleidingen van de landen nogal wat verschillen vertonen: “Het ging er dus om eerst vast te stellen wat zo’n common content in ieder geval moet bevatten. Dat betekende het definiëren van de basiselementen voor het entry level van de professional accountant. De onderwijsinrichtingen zijn vrij te bepalen hoe dat niveau wordt bereikt. Voor ons staat in het accountancy-onderwijs de audit-functie centraal. Als een instituut ook voor andere deskundigheden wil opleiden, dan kan het daarvoor nodige modules toevoegen.”

Eerst afronden

Het Common Content-project geniet de waardering van Brussel en van de Verenigde Naties. Een reeks andere Europese landen wil deelnemen, maar de acht instituten vrezen dat nieuwe deelnemers met uiteenlopende wensen het project zullen vertragen of verwarren. “De huidige deelnemers willen het project eerst helemaal afronden”, zegt Smit. “De landen die later aansluiten zullen het lock stock and barrel moeten accepteren.”

Het nu geformuleerde concept moet worden voorgelegd aan diverse instanties. Op 7 april 2004 gaan de voorstellen voor een common content naar de vergadering van het Steering Committee in Parijs. Vervolgens zullen de acht instituten van de deelnemende landen bekijken welke goedkeuringsprocedure moet worden ingericht om de afspraken over common content in het onderwijsveld geaccepteerd te krijgen.

Academisch niveau

De Nederlandse delegatie - Gert Karreman, oud-directeur onderwijs bij het NIVRA en Wim Moleveld, hoogleraar Accountantscontrole aan de Universiteit Nyenrode - legde in de bijeenkomst in Londen voorstellen op tafel voor wijziging van wat eerder werd geformuleerd.

“Dit vereist toelichting”, zegt Wim Moleveld. “Nederland heeft vanaf het begin sterk de nadruk gelegd op twee facetten waarover door andere deelnemers verschillend werd gedacht. Het eerste betreft het academisch niveau. Daarover is binnen de onderwijscommissie van de Europese organisatie Fédération des Experts Comptables Européens (FEE) al eerder consensus bereikt en ook de Achtste Richtlijn noemt een opleidingseis van universitair niveau. Nu de bachelor/master-structuur is ingevoerd moest dat nader worden gedefiniëerd. In Common Content wordt nu vastgelegd dat het bachelor-niveau wordt gehanteerd, maar dat voor hoofdvakken een master-niveau geldt. Dit komt overeen met de afspraak die gemaakt is in de onderwijscommissie van de FEE.”

Eindtermen

Het tweede punt betrof de definiëring van de eindtermen voorzover die liggen buiten het terrein van auditing en assurance. “De opleiding zoals die nu in Common Content wordt beschreven heeft een brede basis”, aldus Moleveld. “Die opleiding is niet uitsluitend gericht op auditing en assurance, maar heeft ook betrekking op de opleiding voor andere diensten van accountants, zoals business management, performance reporting, financiering, belastingen en legal services. Over dat soort onderdelen van de opleiding hebben wij vanaf het begin gezegd: in de eerste plaats moeten wij opleiden voor de assurancefunctie. In die opleiding, die we breed opzetten, worden onderdelen van de opleidingselementen aangebracht die ook van nut zijn voor het leveren van andere diensten. Maar ga je die onderdelen zwaar neerzetten, als speciale opleidingen, dan zou dat verder gaan dan wij in onze opleidingen wenselijk achten.”

Teruggeschroefd

Van Nederlandse kant werd afgewacht hoe het niveau van die onderdelen zou worden gedefinieerd. In een eerdere versie van Common
Content paste het niveau van de opleidingselementen voor andere diensten deels in een brede assurance-opleiding. “Maar op een aantal punten ging dat een stuk verder. En dan moet je toch gaan twijfelen aan de diepgang die je redelijkerwijs kunt bereiken”, zegt Moleveld. “Twee elementen zijn teruggeschroefd. Van waarderingen van ondernemingen in de finance-sector hebben wij gezegd dat dit een specialisatie betreft die ons, in dit kader, veel te ver gaat. In de opleiding is het niveau van dat soort kennis gezet op het niveau dat wij ook nodig achten voor de opleiding tot de assurance-functie.”

Belastingkennis

Voor wat betreft de kennis van belastingen wordt nu een onderscheid gemaakt tussen landen waar de belastingadviesfunctie tot de
accountancy wordt gerekend - zoals Engeland en Duitsland - en de landen waar dat een apart specialisme is, zoals Nederland, vervolgt Moleveld. Hetzelfde geldt voor legal services. “Zo is er nu flexibiliteit aangebracht. Onze voorstellen zijn in goed overleg aanvaard. Ik heb de indruk dat het een kwestie was van expliciet maken wat de anderen eigenlijk ook wel vonden.”

Specificaties

Het entry level van Common Content is bachelor plus, de zeven Nederlandse universiteiten hanteren het niveau master plus. Wat is dan het belang van het project voor het Nederlandse accountancyonderwijs?

Moleveld: “Wij hebben er alle belang bij dat er internationale afspraken worden gemaakt. We maken deel uit van de internationale accountantswereld, je doet dus mee met de club. Het is goed om zaken als internationale kwalificaties voor het entry level niet in algemene termen te houden. Wij kennen richtlijnen op dit gebied, vanuit de IFAC en in de Achtste Richtlijn, maar daar zijn ze betrekkelijk algemeen gehouden. In een project als Common Content wordt daarvan een veel specifieker beschrijving gegeven, zodat je elkaar daarop ook kunt aanspreken.”

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.