Nieuws

Gemengde reacties op tussentijds CTA-rapport

De meeste grote accountantskantoren zijn het in grote lijnen eens met de bevindingen in het interim-rapport van de Commissie Toekomst Accountancysector (CTA). Toch is er ook scherpe kritiek op de conclusies, onder meer vanuit de AFM, beleggersorganisaties, en een aantal persoonlijke reacties.

Dat blijkt uit de ruim vijftig openbare reacties op de consultatie van het rapport 'Voorlopige Bevindingen Commissie Toekomst Accountancysector'. Eerder werd al duidelijk dat de meeste grote kantoren zich in hoofdlijnen kunnen vinden in de conclusies van de CTA. Uit de reacties op de consultatie komt echter een genuanceerder beeld naar voren. Onder meer Eumedion, de VEB, de AFM, enkele middelgrote kantoren en persoonlijke reacties bevatten de nodige kritiek. Ook de big four hebben in hun reacties toch enkele aanmerkingen op het rapport.

Cultuurverandering

KPMG zegt "zeer geraakt" te zijn door de constatering van de CTA dat cultuurverandering in de accountancysector niet op het diepste niveau is verankerd en bijna uitsluitend wordt gedreven door extrinsieke motivatie. "Wij onderkennen het belang van intrinsieke motivatie en hebben dit tot de kern van onze kwaliteitsgerichte cultuur gemaakt. Wat ons betreft komt de druk zowel van binnen als van buiten."

Ook EY stipt dit punt aan in zijn reactie. "Wij delen echter niet de conclusie dat wij als bestuur en als organisatie niet intrinsiek gemotiveerd zijn om te veranderen. Wij hebben grote stappen gezet in de afgelopen jaren en zullen blijven investeren in verandering totdat ons ambitieniveau is bereikt."

EY noemt ook nog het voorstel van de CTA dat het merendeel van het bestuur van accountantsorganisaties uit controlerend accountants moet bestaan. "Ten aanzien van de samenstelling van de raad van bestuur van het hoogste netwerkorgaan zijn wij van mening dat juist sprake dient te zijn van een divers samengesteld bestuur. De kennis en kunde die noodzakelijk zijn om de andere bedrijfsonderdelen goed aan te sturen, zijn namelijk van wezenlijk belang", aldus EY.

Partner- en verdienmodel

De NBA Young Profs zeggen te hopen dat de CTA de discussie over het partnermodel opent. "Een maximering van de partnerbeloning, aanpassing van het partnermodel of afschaffing van het partnermodel zijn voor young profs daarbij niet onbespreekbaar."

De NBA Young Profs zouden ook graag zien dat de CTA meer onderzoek doet "naar de mogelijkheid tot invoering van een verdienmodel waarbij een einde komt aan de situatie dat de ‘controleur wordt betaald door de gecontroleerde’." Uit eigen onderzoek concluderen de young profs dat dit het "nummer één onderwerp" is waarvan de young profs "hopen dat uw commissie de handschoen oppakt". De Young Profs doen zelf geen voorstel voor een beter model, maar zijn er wel van overtuigd dat de accountancy geen overheidsdienst moet worden.

Alfa stelt daarnaast dat de beloning van accountants beter onderzocht moet worden. "Er zijn accountantsorganisaties die niet werken met een partnermodel, en ook niet met bonussen en malussen in de controlepraktijk. Dit geldt ook voor Alfa Accountants en Adviseurs. De externe accountants zijn, net als alle andere medewerkers, gewoon in loondienst. Naast Alfa Accountants en Adviseurs geldt dit naar onze overtuiging ook voor diverse andere (grote) accountantsorganisaties die voornamelijk hun oorsprong vinden in de agrarische sector. Wij vinden het jammer dat er niet met vertegenwoordigers van deze accountantskantoren hierover is gesproken. Juist door hun andere organisatievorm zijn zij interessant en met 5 kantoren binnen de top 15 vormen zij een substantiële groep binnen de accountancysector", aldus Alfa.

Ook Jules Muis vindt het vreemd dat de discussie over het partnermodel geen grote rol speelt in het CTA-rapport. "Het is een hachelijke zaak wanneer, ook in uw rapport, één van de cruciale varianten - de vraag van partnerinkomen als variabele sluitpost of als vaste beginpost - ontweken wordt." Muis vindt dat de openbare accountantsfunctie "best goed betaald mag worden", maar vindt dat er een "goed gesprek" gevoerd moet worden over wat dat betekent. "Geen kasteelheer in de middeleeuwen die zo’n bedrijfsmodel voor zijn poortwachters in zijn hoofd zou halen. Het zou hem wel eens de kop kunnen kosten. Het accountantsberoep is een nutsbedrijf eerst, in het publiek belang, niet de leveranciers eigen belang."

Niet-financiële informatie

Opvallend is ook dat een groot deel van de reacties kritisch is op de bevinding van de CTA dat het beoordelen van niet-financiële informatie (NFI) niet hoeft voorbehouden te zijn aan de accountant. Wanneer andere partijen dit oppakken zou dat volgens de CTA wellicht het tekort aan accountants minder nijpend kunnen maken. 

De VEB zegt deze bevinding "onbegrijpelijk" te vinden. "Daarmee miskent de CTA een duidelijke en fundamentele trend, zowel in de financiële markten als in de samenleving, dat niet-financiële informatie zeer belangrijk is bij het analyseren en beoordelen van een onderneming. De VEB verwacht dat deze trend alleen maar sterker zal worden en uiteindelijk het belang van de controle van niet-financiële informatie doorslaggevend zal zijn bij het kwaliteitsoordeel over de totale accountantscontrole."

Ook Deloitte vindt juist dat accountants "bij uitstek geëquipeerd" zijn om assurance te verschaffen bij niet-financiële informatie. "Wij zien hier juist een mogelijkheid om de relevantie van het werk van accountants te onderstrepen en aan te sluiten bij maatschappelijk gevoelde behoeften." PwC voegt daaraan toe dat de controle van NFI door accountants ook moeilijk te vermijden is, omdat "een verdergaande integratie van financiële en niet-financiële informatie zich al aan het voltrekken is".

Structurele ingrepen

De SRA gaat in een uitgebreide reactie vooral in op door haar geconstateerde "omissies" rondom het toezichtstelsel in de voorlopige bevindingen van de CTA. De SRA heeft daarover tussentijds extra overleg gevoerd met de commissie. Ook benadrukt de SRA het onderscheid tussen het oob- en niet-oob-segment. Voor dat laatste segment zou volgens de SRA "verder uitgewerkt moeten worden welke rol de accountant daar vervult en welke gevolgen dit moet hebben voor de uitwerking van het gehele stelsel".

Een van de voorlopige bevindingen van de CTA is dat er geen indicaties zijn dat het niveau van concurrentie te laag is in de sector. Mazars heeft daar zijn kanttekeningen bij en pleit voor een joint audit-systeem.  "De facto is er nu al sprake van een oligopolie waarvan uit de economische theorie de effecten voldoende bekend zijn. Als middelgrote accountantsorganisatie ervaren wij wel degelijk een vorm van concurrentiebeperking. Onze ervaringen uit Frankrijk, inmiddels ook al min of meer overgenomen in de publieke discussie over de organisatie van het beroep in de UK, leren dat joint audit hierin belangrijke positieve verandering kan brengen (nog afgezien van de kwaliteitsimpuls die een joint audit met zich brengt)."

De CTA concludeert daarnaast dat een verplichte kantoorroulatie niet leidt tot een betere kwaliteit van controles, terwijl het wel de concurrentie beperkt. Beleggersorganisatie Eumedion vindt het "veel te vroeg" om conclusies te trekken over de verplichte kantoorroulatie en wijst op signalen die juist het tegendeel beweren, onder meer in een van de onderzoeken over de Nederlandse markt die de CTA zelf gebruikt heeft in het rapport.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.