Hakan Koçak

Wie wil weten wat er schort aan de cultuur van gevestigde kantoren, hoeft alleen maar te kijken naar accountants die vertrekken om voor zichzelf te beginnen, aldus Hakan Koçak.

Discussie Column

Ze verlaten niet het vak, maar jouw kantoor

Als een kind het huis uit gaat, stellen ouders zichzelf twee vragen. De eerste hardop: gaat het wel goed daar, alleen? De tweede meestal in stilte: waarom wilde hij/zij eigenlijk zo graag weg?

Aan die tweede vraag moest ik denken, toen ik las dat het aantal accountantskantoren met een AFM-vergunning voor het eerst in jaren weer groeit. Achter dat droge cijfer zit een verhaal. Het FD portretteerde onlangs jonge accountants die voor zichzelf zijn begonnen. Een 29-jarige registeraccountant die met een leeftijdsgenoot een eigen controlekantoor startte. Drie dertigers die samen een kantoor bouwden "zonder ellebogenwerk". Stuk voor stuk mensen die het vak niet verlieten, maar wel hun werkgever.

Het goede nieuws dat we lezen als slecht nieuws

Laten we eerlijk zijn: jarenlang was het verhaal dat jonge mensen de accountancy niet sexy vinden. Dat ze massaal uitstromen naar het bedrijfsleven, naar consultancy, naar alles behalve de controlepraktijk. En nu is er een groep die zo in het vak gelooft, dat ze er hun spaargeld, avonden en nachtrust in steken. Ze vragen een AFM-vergunning aan, geen kleine stap om wettelijke controles te mogen blijven doen.

Dat is toch fantastisch nieuws voor het beroep? En tegelijkertijd is het een ongemakkelijke spiegel voor de gevestigde kantoren. Want lees de motieven van deze starters. Ze voelden zich "geremd". Ze moesten tot in detail verantwoorden waarom een investering in technologie nodig was, aan mensen die de technologie niet begrepen. Ze zochten een plek met ruimte voor inhoudelijke discussie, met minder rush. Ze ergerden zich aan een sector waar tarieven altijd stijgen en vernieuwing traag gaat.

Ze liepen niet weg van het vak. Ze liepen weg van hoe wij het vak georganiseerd hebben.

Het eerlijkste exitgesprek

Elk kantoor voert exitgesprekken. Keurige formulieren, beleefde antwoorden: "andere ambities", "toe aan iets nieuws". Maar het eerlijkste exitgesprek van deze generatie is geen gesprek. Het is een ondernemingsplan. Wie wil weten wat er schort aan de cultuur van gevestigde kantoren, hoeft alleen te kijken naar wat vertrekkers bouwen zodra ze zelf mogen kiezen: platte organisaties, korte lijnen naar de klant, technologie als vanzelfsprekendheid, tijd voor vakinhoud en een werk-privébalans die niet elk voorjaar sneuvelt.
Dat is geen aanklacht in woorden. Dat is een aanklacht in daden. En juist daarom zo waardevol.

Ondertussen speelt op de achtergrond nog iets anders. Private equity heeft miljarden in de sector gestoken en ontdekt nu dat rendement niet vanzelfsprekend is. De discussie verschuift, zoals een commentator het onlangs treffend zei, van kapitaal naar mensen. Kantoren zijn niet waardevol door het geld erachter, maar door de professionals erbinnen. Als die professionals vertrekken om zelf iets te bouwen, vertrekt de waarde mee. Door de voordeur, met een vergunning van de AFM.

Dus, wat nu?

De reflex is voorspelbaar: nieuwe concurrentie wegzetten als naïef. "Wacht maar tot ze hun eerste AFM-toetsing krijgen." Misschien. Maar laten we eerlijk zijn: naïef is deze generatie allerminst. Een kantoor beginnen was nog nooit zo goed ondersteund als nu. Er staat een compleet ecosysteem klaar van technologieleveranciers en gespecialiseerde dienstverleners die precies weten wat een startend kantoor nodig heeft: van auditsoftware tot vaktechnische ondersteuning, van compliance tot IT. Wie vandaag start, zet vanaf dag één een moderne bedrijfsvoering neer. Zonder legacy. Geen verouderde systemen die eerst gemigreerd moeten worden, geen dossierconversies, geen "zo doen we het hier al twintig jaar".

Waar een gevestigd kantoor maanden vergadert over de implementatie van nieuwe technologie, onboardt een starter diezelfde technologie in een week. Reken er dus maar niet op dat ze omvallen bij de eerste toetsing. Reken er eerder op dat ze over een paar jaar in het FD staan, om te vertellen hoe ze een prachtig, modern kantoor hebben neergezet. Wie de starters wegzet als naïef, mist bovendien de les.

Een paar vragen die elk kantoor zichzelf zou moeten stellen:

  • Als jouw beste jonge mensen morgen een eigen kantoor zouden starten: wat zouden ze anders doen dan jij? En waarom kan dat niet gewoon bij jou?
  • Hoeveel ideeën van jonge collega's zijn het afgelopen jaar verder gekomen dan het teamoverleg?
  • Wie moet er bij jou op kantoor meer uitleggen: de starter die iets wil veranderen, of ervaren collega’s die het wel beter weten?

Het antwoord op die laatste vraag zegt meer over je cultuur dan elk medewerkerstevredenheidsonderzoek.

Trots en ongemak

Ik voel bij dit nieuws allebei. Trots, omdat een nieuwe generatie laat zien dat het vak springlevend is, aantrekkelijk genoeg om je toekomst op te bouwen. Ongemak, omdat ze daarvoor blijkbaar eerst weg moesten. Net als bij een kind dat het huis uit gaat, geldt: dat het goed komt met de vertrekkers, is niet de vraag. De vraag is wat de achterblijvers doen met de stilte die valt.  

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Hakan Koçak is partner bij Kriton, is mede-oprichter en bestuurder van nest accountants academie en mede-oprichter en host van de BusySeasonTalks. Hij is daarnaast lid van de raad van toezicht van Tivoli Vredenburg en werkte eerder in de auditpraktijk bij PwC.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.